Libretto Wachterslangnacht [fragment-versie#06]

Saturday, January 6th, 2007

GAST (komt binnen, hij heeft bagage op zijn rug en draagt een groot stuk van een sparreboom in zijn armen, hij is compleet uitgeput, schuw en voorzichtig loopt hij langs het publiek, steeds dicht bij de muren, vanuit de schaduw spiedend, daarbij vallen nog steeds dingen om, hij ziet de VROUWE nog niet)

ENSEMBLE houdt ongelijkmatig op met spelen daar de zangers niet meer zingen
stilte
GAST legt uitgeput de spar op de grond, zet aarzelend applaus in, kort en onzeker
mooi
stilte
er stond een klein deurtje open
hij wijst naar achter, alles steeds uitgeput
vandaar
stilte
WACHTERS
vandaar
GAST
ja
zwijgt, pakt de spar weer in zijn armen
ik zag uw huis al vanuit de verte
en dat er licht brandde
ik hoorde muziek
zwijgt en luisterd
dit is het eerste bewoonde huis dat ik hier tegen kom
stilte
d’r is hier verder helemaal niets hm
helemaal niets in de wijde omtrekken
behalve dit grote-
zwijgt de spar wordt weer neergelegd en hij komt even op adem
hier
buiten aan uw muren
bleef ik eerst een tijd staan luisteren
er stonden allemaal dieren
hier tegen de buitenmuren aangedrukt
best veel
toen zag ik ineens
zo net eigenlijk
dat er een kleine deur op een kiertje stond
eerst heb ik geklopt
heel zachtjes
toen iets harder maar ik wilde uw concert niet storen
vandaar
maar al die dieren
dat zijn er nogal veel eigenlijk
zijn die van u
ze staan d’r zo alleen en buiten
‘t wordt steeds kouder
buiten
WACHTER III
de dieren komen niet binnen hier
GAST
en omdat het steeds kouder werd
ik bedoel echt kouder
daarom ben ik maar naar binnen gegaan
in een van de gangen
daar was het ook nog best donker en een beetje koud
het spijt me dat ik hier zomaar en zo ineens binnen kom vallen
korte stilte
ik bedoel u was toch bezig nietwaar
ziet weer het publiek zitten, pakt spar weer op
kan ik hier ook een beetje meeluisteren
WACHTERS komen zwijgend rustig en gelijkmatig op de GAST af
GAST kijkt
u heeft een bijeenkomst
is het feest
vergeef me ik dat ik zomaar vraag
een bruiloft misschien
of een-
zwijgt even
is er iets aan de hand

zwijgt
d’r is iets aan de hand
nietwaar
WACHTERS stellen zich op rondom de GAST nog steeds hem naderend
GAST
ik stoor vast heel erg maar kan ik hier even zitten
vindt u het goed dat ik hier even binnen blijf
duwt de spar in de richting van een naderende WACHTER
hier
dat is voor u
korte stilte
bij wijze van geschenk
korte stilte
voor de gastvrijheid en al
WACHTER III
wat is het
GAST zwijgt even
vond ik ergens
afgetrokken door een rukwind
denk ik
houdt de spar even in de lucht voorzoveer dat gaat
dat hield me tot nu toe bijster warm als ik sliep
al wist ik niet dat het zo koud kon worden
ik bedoel zou worden
daar had ik niet zo mee gerekend moet ik zeggen
ook niet qua kleding
vandaar
WACHTERS
vandaar
WACHTER II
is u een houtvester misschien
WACHTER I tot II
dit is er geen
geen houtvester in iedergeval
tot GAST
bent u aan het jagen geslagen
zo een beetje
op onze terreinen
in de zin van
u stroopt hier toch niet zomaar in de rondte
GAST tussen WACHTER I en II door
ik ben een reis begonnen
´n tijdje terug
en ik reis nog steeds
WACHTER II tot I
hij ruikt wel naar de dieren
zeer dierlijk zelfs
GAST tussen WACHTER I en II door
ik ben op doorreis
en nu te voet
als tourist eigenijk
al een hele tijd alleen maar lopen
WACHTER I
precies maar niet naar de onze
WACHTER II
nóg niet naar de onze
zou ik zo willen zeggen
WACHTER I
heel goed
heel goed
nog niet
GAST dwars door WACHTER I gesproken
het is gewoon een hele lange tocht te voet
WACHER I
en dan vragen wij ons natuurlijk af
voor hoe lang dan
voor hoe lang ruikt hij nog niet naar onze dieren
[einde fragment-versie#06]

all right remain with F. J. de Backere | Amsterdam | 2007

Freund im Spiegel

Thursday, December 21st, 2006

Ungeheuer
ab und zurück
zurück
mein Freund

Heut nicht
nicht so viel gegessen

Angehaucht
und nichts

wie nichts

wie weg
gegangen

allein Nachts
nach Haus
ums Haus herum

und weiter mein Freund
mach weiter so

der

der Weissnichts

der

der nichts wüsste
der

der
mein Freund der

der ist gegangen und
hatt dort gerufen

dort hatt er gestanden
auch
mit Stimme laut
mit Beine
still

und rigsumher
am Teppich
der Nebel

der hatt
hatt ihm erwisscht
der

der atmet noch
der
hatt ja nichts gegessen
der Freund

mein Freund du

du Weitwegmensch

Ungeheuer

du
bist ja gegangen
ohne ein Mund und ohne Ohre
so stille und ohne ohne

du Freiwilliger
du Regungsloser

hast ja nichtst gesagt

du

du dort du

und legst dich
hin am Teppich du

mann sieht dich nicht
und kaum des Ahnungs- …

du rollst dich ein
kannst ja nicht
schlafen so

oder so

ebenfalls
du Frechdachs

du
Der ohne Anorack

du Wilder

Fliehemensch du
Unfreihwilliger

kehr zurück
rolle dich
hin und her

und ringumher

und denkst du
du bist’ne Wiege
und bist es nicht
und denkst
du seiest in Frieden
das bist du nicht

und machst es dich bequem
aber es will nicht wirklich

nicht wirklich mein Freund

willst du schlafen
weisst es nicht

willst ‘ne Tugend
findest du nicht

findest nicht

und hörst dir deinen Götter an

nun

die schweigen jetzt
die sind gegangen

sind nicht zu Hause

nicht mehr zu Hause

ist nix da
mein Freund

nix
zu
und abgegangen

und doch wieder
vor der Tür

du

die Ungeheuere Tür

sie ist ja zu

völlig zu mein Freund

völlig zu

In Afrika

Saturday, March 5th, 2005

ordinair, als aan de bar verteld, iets van ranzigheid
Afrika. Ik was de laatste paar dagen alleen.
In de savanne, aan de oevers van het boekoria meer…
Ik weet niet meer welk land. Het zijn er veel daar. Landen met rare namen. Die onthoud ik nooit.
Het Boekoria Meer, dat weet ik nog.
…nou, ja; meer…
Wat je zag was een modderpoel. Een hele grote.
Het regenseizoen was alweer een tijd geleden, vandaar die modder.
Nog al dom eigenlijk, om zo een moddervlakte een meer te noemen.
IJselmeer. Dat is meer!
Dit niet hoor. Nee.
Een paar weken geleden, was er meer water, maar ook toen niet echt een meer.
Of zo.
Ze hebben daar sowieso heel weinig water.
Een grote groep flamingo’s stond op lange poten in de grote modderpoel.
De flamingo’s kwaakten, net zo als de ganzen hier.
Best vervelend.
Ik was daar niet alleen aan de oevers.
Een familie bavianen zat naast me.
pauze
Bavianen? Ja?
duidelijk
Apen.
Met een rode kont.
Ook zij zagen de flamingo’s.
de verteller veranderd, het ranzige verdwijnt een beetje
Plots maakte de sterkste baviaan zich los van de familie. Als een duister en behaard mensachtig wezen sprong hij het water in. Hoekig maar zeer krachtig leek zijn motoriek. Hij sprong, strak in de richting van de groep flamingo’s. De flamingo’s hadden in eerste instantie niet door wat er gebeurde… ik eerlijk gezegd ook niet. Pas toen de woeste aap midden in de vogelschaar een van de roze sierlijke vogels zeer grof bij de slanke hals greep, pas toen snapte ik het en de grote schare flamingo’s met mij.
alle ranzigheid is weg, er is compassie, meelij en snelheid
Geschrokken sloegen de vogels, luid kwakend en zéér chaotisch, op de vlucht en kozen het luchtruim. Ik hield mijn adem in.
Met enkele grote krachtige sprongen kwam de baviaan op het land terwijl hij de panisch met zijn vleugels klapperende flamingo in zijn leren vuist hield.
Het beest.
De baviaan nam geen moeite de vogel netjes om het leven te brengen maar zette direct zijn vlijmscherpe tanden in de flamingo.
De roze veren, zo scheen de baviaan het te leren, waren niet voedzaam dus ging de baviaan over op het plukken van de flamingo terwijl het arme, nog levende beest trachtte te vluchten.
De vogel gilde het uit van pijn. Dat gillen! Wat een vreeslijk geluid.
De flamingo kraaide almaar door terwijl ze langzaam in een homp bloedend vlees veranderde. De baviaan had met zijn scherpe tanden al enkele happen uit de romp van de roze vogel gescheurd, toen hij ineens een poot uit de flamingo trok. Uiteindelijk hield het spartelen van de flamingo op, haar lijf verslapte, de vogel liet het leven terwijl de gehele bèk van de belager met bloed en roze dons was besmeurd.
de netheid blijft, het spreken wordt rustig, onaangenaam kalm
De overgebleven stukken flamingo werden verorberd door een rustige varaan die ondertussen was aangekomen.
Hij smikkelde netjes de kleine restjes vlees van de grond terwijl de baviaan ongestoord de vogel afkloof.
verandering, ranzigheid van tevoor
Ja.
Ik heb foto’s genomen.
Achteraf pas.
Het spectaculaire gedeelde heb ik niet gefotografeerd.
Dat ben ik vergeten.
Ik kan de foto’s wel even laten zien.
Straks.
Het zijn er maar een paar.
Drie of zo.
Ze zijn een beetje onscherp.
Ik heb ook nog andere foto’s in Afrika gemaakt.
Twee rolletjes volgeschoten.
En dat zijn er veel als je bedenkt dat we helemaal geen foto’s mochten maken.
Ik ben er ook nog ziek geweest.
Van het eten daar.
Maar dat heb ik je al verteld.

zilt

Tuesday, February 1st, 2005

aanwijzing:
Tijdens een witregel, of in de overgang naar de volgende regel, vindt er een pauze plaats. Hoe groter de witregel hoe langer de pauze. Er kan op allerlei verschillende manieren met de tijd omgegaan worden.

ik zal straks het licht uit doen en mij dan
op bed neerleggen
straks

…kut

ik kom dus net thuis

doe het licht in mijn kamer eerst even aan en
zie dat alles zo is als ik het heb achtergelaten
mijn blik rust zich uit

ik ben moe
nu

pas een tijdje later besef ik me dat mijn blik
op die amethist
daar in de boekenkast rust
en ik vraag mij af waarom ik naar die kleine steen daar kijk

dan antwoord ik mijzelf in gedachten
dat ik het niet weet
waarop ik mijzelf vraag of ik dan misschien de steen
even vast zou willen houden
aanraken
vasthouden misschien
en ik wacht weer op antwoord maar voel dat ik al naar de boekenkast neig om de amethist op te pakken

mijn handen omsluiten
de steen
teder
alsof het een klein dier is
heel zachtjes
en ik voel
ik voel het nu
met mijn handen dat
dat de steen een beetje nat is
en warm zelfs

vreemd toch

ik proef eraan
voorzichtig
het smaakt zilt of
of zout

ik kus

ik kus

ik

kut
ik heb stof in mijn mond gekregen
mijn hele mond vol stof

later
later was ik m’n mond
en ga maar even op bed liggen
ik laat mijn kleren aan
ik weet nu even niet waarom
maar laat mijn kleren aan
misschien voor de zekerheid
je weet maar nooit
het is ook warmer zo
beter zo
en ik doe het licht vast even uit

alle lichten in de zaal gaan voor langere tijd uit
ademhaling
lengte
tijd
adem
-
dan gaan de lichten in de zaal weer aan

ik doe het licht maar beter weer aan
lijkt geschrokken
zit recht op
zweet zelfs misschien
ik adem te snel
onderzoekt zichzelf
de kleren
er klopt hier volgens mij iets niet helemaal
onderzoekt het beddengoed
de vloer naast het bed
om mij heen is het niet helemaal
dan de rest van de kamer
angstig vanuit het bed
het is hier niet
zoekt nog een beetje om zich heen
er is hier iets niet goed
lange pauze
wil weer gaan liggen
schiet weer snel rechtop
d’r dwaalt iets hier rond
echt waar
en ik kan niet zo goed zien wat het is
maar ik voel het
ik kan het gewoon voelen
heel duidelijk

het mag niet dichterbij
niet dichter dan dit niet
en het heeft geen

ze staart

het heeft geen gezicht

het lijkt wel alsof ik het op mijn huid hier kan voelen

het laat zich voelen

het is er
hier is het
nu
alle lichten uit
gaat heel snel verder
ik verstar
ik verstar alles in mij stolt de fijnste trillingen de kleinste ademteug alles stopt en ik kan mezelf enkel nog maar waarnemen alsof ik het niet ben een donkere onduidbare schaduw of vlek of een gestalte of een beesd buigt zich langzaam gruwelijk beheerst maar langzaam buigt zich over mij heen en het is een grote gestalte een hele grote gestalte of meer nog een ruimte een ruimte die zich om mij sluit en ikzelf hoor en voel helemaal niets meer jawel ik voel het wel maar het is als verdoofd alsof ik kort geprikt werd en nu verdoofd ben ik kan het deels voelen kan mezelf waarnemen op een hele vage manier waarnemen alsof ik uit hout of beton besta en er is een hard angstig lachen en het lijkt op schreeuwen op doodskreten maar ze lachen van heel ver weg heel ver weg maar in mij diep in mij of het is dichtbij kut ik weet het niet kut shit ik neem een diep schuldgevoel waar ik kan niet schelden sorry fuck kanker nee niet schelden ik moet schelden in mijn woorden bijten vlijmscherp zijn nu ik heb iets afschuwelijks gedaan ik wil het niet toegeven het gaat niet ik kan het niet en ik weet het niet meer maar het is afgrijselijk ik ben slecht een slecht mens hier ik heb het meest afschuwelijke gedaan wat mensen kunnen doen en het is voorbij en het kwaad is in de tijd gebeiteld uit beton ik ben een standbeeld geworden en ik voel het mijn lobgen staan sijf hard stil mijn hard is weg ik het is er niet ik heb geen hart meer ik voel niets ik kan het niet meer omdraaien alles ligt hier vast en dan
neemt
de gestalte
mij geheel in zich op
het zuigt mijn ziel op
mijn adem
en ik voel hoe ik losgekoppeld wordt
weg uit de tijd
het lijkt alsof alles
zand is of gruis
en koorts
ik voel hoe de ruimte om mij heen
van mij afvalt
uiteenvalt

langere stilte
rust

weet je
ik

ik kan alleen maar wachten

ik kan enkel en alleen maar wachten tot dat dit hier over is
ik kan niets anders doen dan wachten

levenloos

pauze

en ik blijf het tot mezelf zeggen
ik herhaal het gewoon

ik kan alleen maar wachten ik kan alleen maar wachten
tot het over is kan ik alleen maar wachten alleen maar wachten
tot het over is en dan mag ik slapen
dan mag ik weer naar huis
en ik kwam thuis

licht plots weer aan
zit recht
op de rand van het bed
staart
misschien uitgeput
drink af en toe een slok
water uit een glazen fles

ik keek in mijn kamer en zag dat alles er nog was
zoals ik het had achtergelaten

mijn blik rustte zich uit
sneller dan eerst
een tijd later werd ik mij ervan bewust dat mijn blik
op de amethist
in de boekenkast rustte
en ik vroeg mij
waarom ik naar deze steen
in mijn kamer keek

ik antwoordde mijzelf
in gedachten
dat ik het niet wist
toen vroeg ik mijzelf of ik dan misschien de steen
het kleine mineraal
vast zou willen houden

en ik wachtte kort op antwoord maar voor ik dat kreeg
boog ik mijzelf al naar de boekenkast om
de amethist op te pakken

mijn handen omsloten
de steen
vol tederheid alsof het een klein kind was

en ik voelde
ik voelde met mijn handen dat de steen een beetje nat was
en warm

en ik proefde eraan
het smaakte zout

zwart

SCENE: Helène, Magda en Camiel

Tuesday, November 16th, 2004

Inleidend:
Camiel (48) is kunstfotograaf. Al meer dan 15 jaar staat hij wereldwijd bekend als een van de beste kunstfotografen uit Europa. Zijn specialiteit: de mens in beweging. Een maand geleden kreeg hij uit New York de vraag om “the modern dance ensemble”, aldaar, tijdens de repetities voor een grootse uitvoering te fotograferen.
Een klus waar assistentie bij nodig is. Camiel dacht aan minimaal twee assistenten. Drie weken geleden vroeg hij hiervoor Magda (32) en Helène (36). Beide vrouwen behoren op dat moment tot de beste jonge fotografen van Nederland. Ze kennen elkaar van recepties, feestjes, openingen, het zijn geen vrienden maar ze waarderen elkaar professioneel. Helène is het meest ervaren van de twee. Haar persoon straalt rust en schoonheid uit.
Magda is de jongere, wat onrustigere van het stel. Een vlotte, soms wat onstabiele vrouw. Haar vriend woont op dat moment in New York. Beide dames hebben een enorme bewondering voor Camiel als kunstenaar. Nu is het zo dat Camiel een week eerder de gespecificeerde versie van zijn opdracht voor het “modern dance ensemble” kreeg waarin stond dat de voorstelling opgebouwd is uit 11 solo’s, voor iedere danser dus één, wat betekend dat de klus voor Camiel om tien elfde eenvoudiger wordt. Eigenlijk kan hij het makkelijk in zijn eentje af. Toch wil Camiel graag dat Helène mee komt. Hij ziet wat in haar en zou er graag achter willen komen of dit puur haar fotokundigheid betreft. Daarom heeft hij Magda en Helène gevraagd om vanavond even bij hem langs te komen om het een en ander even te bespreken. Een dag geleden echter, kwam Magda Camiel in de Smoeshaan tegen.Camiel was in gesprek met iemand anders. Magda groette Camiel amicaal en vroeg nog even snel naar het project waarop Camiel doodeerlijk maar kortaf antwoordde dat hij enkele dagen daarvoor hoorde dat hij maar een assistent nodig zou hebben. Uiteraard wilde Magda direct meer weten, maar Camiel verontschuldigde zich met een “tot morgen” en draaide zich weer naar zijn eigenlijke gesprekspartner.

Herfst. Amsterdam. Half negen, ’s avonds.
Een lege, redelijk opgeruimde, ruime, modieuze, woonkeuken in het huis van Camiel.
Een deur links achter en eentje rechts voor. De laatste staat open. Links aan de wand staat een breed aanrecht, met een granieten blad, waarin twee wasbakken en een enorm gasfornuis. Midden in de woonkeuken, een beetje rechts van het aanrecht, staat een grote, houten, ronde tafel, met daarop een schone asbak, de krant, een zwart mapje, een halfvol glas witte wijn, een bord met een aangegeten puntje quiche en een kaars in een slank vormgegeven kandelaar. Er staan stoelen rond de tafel en vrij laag boven de tafel hangen twee lampen die een gezellig, warm licht over de tafel, in de keuken verspreiden. Tegen de achterwand van de woonkeuken staat een enorme, hoge, open kast waar pompoenen, peren, uien, knollen, appels, knoflookstrengen, artisjok’s en dergelijke als gecomponeerd liggen uitgestald. Daarnaast vindt men rijen glanzende glazen, gestapelde borden en een stel kookboeken in de kast. Links naast de kast, rechts van de deur, staat een ruime oven, met daarin verse quiche. In de rechter achterhoek van de keuken staat een hoge, chromen koelkast. Vanachter de open deur, rechtsvoor, hoort men Camiel een telefonische vergadering hebben met New York.

CAMIEL in flarden, luid enthousiast
Yeah! Great!
That’s wonderful!

I can leave that out

of course!
No!
No problem.

I have two now, so I still have to choose, so that’s great.
lacht

Luxurious!

luider
No, no, no: Two!

Yeah!

Well, this Magda from last year, and Helen, I think you have some work of her, over there.

That’s Helen! Yes! Isn’t it marvellous what she makes?!
lacherig, enthousiast
That’s exactly what I think!

Yeah! She’s fine yeah!

zeer luid ineens na lange pauze
Really!
No!!
proest van het lachen
You’re kidding’
lacht door, met af en toe pauzes voor de andere kant van de lijn

de bel gaat, hij stopt snel met lachen
one second please!

no problem!

Fine!

Camiel komt van rechts de keuken in gestormd, drinkt het glas op de tafel leeg, snelt naar de deur achter, verdwijnt.
We horen hem duidelijk vanuit de hal praten en we horen het vriendelijke gelach van Magda en Helène.

Dames!
Leuk, kom binnen!
Geef snel jullie jassen, ik ben nog even in gesprek met New York.
Sorry. Maar het is daar middag nu, dus…
Ik moet het even snel afmaken. Goed?
komt weer de keuken in, roept over zijn schouder
O, en er staat nog wat quiche in de oven! Die moet natuurlijk op!
En de witte wijn in de koelkast ook.
Of pak maar wat anders.
Pak maar! Ik ben zo klaar!
snelt naar zijn kamer, doet nu de deur, rechtsvoor, achter zich dicht.
We horen Magda en Helène vanuit de hal.

HELÈNE
Waar zijn hier de toiletten?
MAGDA overduidelijk; dat ze het weet
Daar!
HELÈNE lacht
Ik zal het proberen
pauze, deur die open gaat. Zij verbaast.
Zo zeg!
Hier, moet je kijken, dit is nog eens een toilet!
Na een Oo! reactie van Magda sluit de wc-deur, komt Magda de keuken in, en kijkt wat rond, opent de oven, ruikt aan de quiche
Mmmm!
dan loopt ze naar de koelkast opent deze kijkt er een tijdje in en grinnikt, tot slot ontdekt ze de kook boeken, bladert er wat in.
Ze gedraagt zich gemakkelijk in de ruimte.
Dan neemt ze plaats achter de tafel, ziet de asbak en steekt daarop een sigaret op.

HELÈNE komt binnen, voorzichtiger, blijft even staan, kijkt rond.
Gezellig hier!
Neemt plaats, schuin tegenover Magda.
Mag hier je roken?
MAGDA
wijst
D’r staat daar een asbak, dus…
HELÈNE
O
steekt ook een sigaret op
spannend!
MAGDA
Ja, zeker.
Ik sprak hem gister nog in de Smoes.
Ze wacht op Helènes reactie
HELÈNE weinig interesse, inhaleert
Kijk.
Blaast rook
MAGDA knikt
Ja.
Maakt pauze, dan quasi nonchalant en snel
Hij had het erover dat er maar één iemand mee zou kunnen.
HELÈNE verbaast
Jammer!
Hoezo?
MAGDA
onverschillig
Weet niet.
inhaleert diep, blaast veel rook.
Maar ja. We zullen zien!
HELÈNE
peinst een beetje
Hè, jammer.
MAGDA
Ja.
Ik weet eigenlijk wel zeker dat ‘ie jou kiest. Jij hebt toch nog nooit écht met hem samengewerkt?
HELÈNE
Ja. Maar dat zegt toch helemaal niets?
MAGDA haalt haar schouders op
Tsja.
Dat zou fijn zijn.
Flin woont nu in New York, dus dat zou fijn zijn.
HELÈNE
Je vriend?
MAGDA
Ja.
HELÈNE
Lang niet meer gezien?
MAGDA
N’s even zien…
Twee maanden?
Ja, twee maanden.
HELÈNE oprecht
Ja, jeetje! Dan ga jij toch gewoon.
Ik ben sowieso niet zo gek op die stad.
MAGDA lacht duidelijk oprecht terug
Lief van je.

Ze roken verder

HELÈNE
Kennen jullie elkaar lang?
MAGDA
Nou…
Sinds de accademie!
Hij gaf een maand workshops in mijn laatste jaar, we hadden goede gesprekken en hij was zeer onder de indruk van mijn werk op de slotexpositie. Zo dus. Acht jaar, alweer!
HELÈNE lacht
Ik bedoel; of je Flin al lang kent…of jullie elkaar.
MAGDA lacht om zichzelf
God ja.
Lacht, dan zacht.
Stom

Pauze, dan weer in normaal volume
Twee jaar. Ik hielp Camiel in New York voor een project, en daar ontmoette ik Flin.
Een Nederlander, nota bene.
Gek hè? Moet je eerst naar New York om je Nederlandse vriend te leren kennen.
Met een zekere trots
Vond Camiel niet leuk.
Nee!
HELÈNE kijkt op haar mobieltje, en dan naar de deur van Camiel
Als íe niet opschiet ben ik weg voordat we elkaar gezien hebben…
MAGDA dooft sigaret, staat op
Zou die jammer vinden, hij mag je!
Stukje quiche, drankje?
HELÈNE
Alleen wat water. Dank je.
MAGDA
Nou nou. Sober!
Loopt eerst naar de deur van Camiel en luisterd even.
Hij is nog druk bezig.
Lacht.
Hoe laat moet je dan weg?
Loopt naar de oven, snijdt een stuk quiche af.
HELÈNE blaast laatste rook uit, dooft ook haar sigaret.
Ik moet de trein van tien voor half elf naar Nijmegen. Ik zou vannacht en morgen even op het huis van mijn zus passen. Die is even weg.
MAGDA schenkt wijn en water in een van de glazen uit de hoge kast.
Ah!
Ze brengt de volle glazen naar de tafel, dan de quiche.
Zo.
HELÈNE
Dank je.
Ze neemt een slok.
MAGDA ze eet.
Camiel vindt jou wel leuk, hè?
Vanaf nu praat ze een beetje slordig tussen de happen door tot de quiche op is.
Hhmm. Lekker, zeg!
HELÈNE gematigd, maar aangenaam verast.
Is dat zo?
MAGDA
Kom op zeg! Dat is toch over duidelijk.
Jullie zijn allebij vrij, nota bene!
Het is een mooie man om te zien.
HELÈNE nuchter
Ja.
Bijzonder aardig ook.
Charmant en…
Ja goed, het hele lijstje.
Zucht heel diep uit een soort frustratie, zo van “ik weet het even niet”, breekt dan plots open
Ik weet het.
Luider, alsof ze Magda haar gelijk geeft.
Tuurlijk, ik weet het óók!
Je hebt gelijk, het is overduidelijk.
Zachter
…maar het is zo stom.
MAGDA springt in, met opgelegde interesse en een soort behulpzaamheid, zo van “ik troost je wel even”
Wat is er zo stom?
HELÈNE
Gewoon! De situatie.
Een tamelijk bescheten situatie.
MAGDA alsof ze lucht ergens van krijgt, pobeert echter nog meer de behulpzame vriendin voor Helène te zijn, spreekt met relativerende rust.
Stom…
Situatie…
Beschéten situatie…
Lacht vriendelijk en meelevend, zo van “vrouwen onder elkaar”
Kom, vertel!
Schenkt ondertussen snel nog een wijntje in, biedt Helène ook wat aan die van ‘nee’ schudt
HELÈNE helder
De situatie van een succesvolle, lieve, aardige, sympathieke, charmante, kunstfotograaf die iets in een collega ziet. Beide vrijgezel en zij heeft eigenlijk ook nog eens best wel behoefte, zo langzamerhand zich te binden.
Beiden de zelfde interessen, beiden leuk om te zien, beiden onafhankelijk, beiden…
Nou, goed je snapt het…
MAGDA helemaal mee eens
Ja!
Wat let je!?
Een bijna perfecte situatie!
HELÈNE
Bescheten!
Ik bedoel ik vindt hem dus gewoon niet LEUK leuk.
MAGDA verslikt zich bijna, proest het uit van het lachen
HELÈNE
Wat?
MAGDA lacht nog steeds, door haar woorden heen.
Sorry. Maar ik vind dat je het zo lekker direct en ‘gewoon’ zegt.
Niet LEUK leuk. Heerlijk.
Iemand die zegt waar het op staat!
Slaat met haar hand op de tafel
HELÈNE constateert, dus niet onzeker!
Je vindt me arrogant.
MAGDA
Misschien een beetje…
Maar alsjeblieft, hou dat!
Het maakt je mooi!
Écht!
Zeer vlijend, schmieren
Dat compromisloze, dat duidelijk in jou, bewonder ik!
Beetje verbitterd
Er zijn zó – véél vrouwen die rond jou leeftijd hun klokje voelen, en ineens grote stukken van hun persoonlijkheid inruilen voor de veiligheid van een man
HELÈNE lacht voor het eerst een beetje om Magda
Ja, ja…
Mooi gezegd, ja.
Ik bedoel: het vonkje, dat kleine vonkje tussen mij en Camiel is er volgens mij gewoon niet.
zucht
Althans tot nu…
MAGDA grijpt haar kans op lief strenge toon
Nou niet onzeker worden…
Ik bedoel, en dat ken jij ook, ik bedoel:
Eens géén vonkje, nooit een vonkje…
Lacht om zichzelf
Ja toch? Zo is het toch!
Je bent een mooie compromisloze vrouw! Blijf dat dan!
HELÈNE luistert niet echt naar Magda, spreekt een beetje tot zichzelf
…ach ja.
Zucht
Het is wel ergens jammer…
…triest
…bescheten
dan de zekerheid en optimisme zelve
hij is trouwens ook zo’n ongelooflijke raschaoot, dat trek ik nooit!
MAGDA verslikt zich haast, lacht luid, is bijna zichtbaar tevreden
Ja!
Zeg dát wel ja!
Tsjonge, ja, zeg.
Voor zich uit.
Echte raschaoot. Heerlijk.
Eet het stuk quiche op, en doet met haar vinger de kruimels terwijl ze af en toe aan haar witte wijn nipt
HELÈNE herinnert zich plots
In een flink aangeschoten bui, een paar weken geleden, liet hij vallen dat hij… wat was het ook al weer?… oh, ja…dat hij wérk van me zou maken
Ze lacht en schud licht haar hoofd
Belachelijk! Toch?
MAGDA
… en, heb je iets bijzonders gemerkt de laatste tijd?
HELÈNE denkt, twijfelt, nauw zichtbaar verontwaardigd
Nee, volgens mij niet nee, niet écht althans.
…maar belachelijk toch? Dat ‘werk er van maken’…
MAGDA volgt haar even niet
Wat.
HELÈNE echt verontwaardigd, bits.
Dat zégt een man van zijn leeftijd toch niet?
MAGDA snapt het plots, overduidelijk
Oh! Ja ja ja jaaaa! Dat ja!
Nee, túúrlijk zeg je dat niet!
steekt een sigaret op
HELÈNE volgt het voorbeeld van de sigaret. Lange stilte. Kijkt op haar mobiel. Lichte verbazing.
Ik moet over tien minuten weg.

Plots komt Camiel enthousiast binnen.

CAMIEL voelt de ietwat bedrukte sfeer tussen beide vrouwen niet, schenkt zich onderwijl hij spreekt een glas witte wijn in.
Jullie hebben het je gezellig gemaakt.
Snuift. Dan een beetje streng.
En gepaft!
Snuift.
Als schoorsteenvrouwtjes!
Nou nou!
grappend, half tegen zichzelf
ik moet die asbak maar ’s uit de deur zetten
Neemt plaats.
Zo. Sorry dat het zolang duurde, maar er zijn wat veranderingen betreffende New York, vandaar!
MAGDA
Ik ben benieuwd!
HELÈNE
Eh, sorry Camiel, even voor je van wal steekt, ik moet echt over vijf minuteb weg, ik mijn zus beloofd op haar huis in Nijmegen te passen, ze is een dag weg, en haar hond moet natuurlijk eten en plassen.
CAMIEL lacht charmant door een zekere droefheid heen om het directe ‘eten en plassen’
Ja, ja eten en plassen, ja!
Jammer.
Weer formeel en snel.
Goed! Ik zal het snel doen.
Kijkt toch nog even naar Helène.
Ja!
Ik kreeg dus net, in dat veel te lange gesprek, sorry, te horen dat we twee weken eerder moeten komen…
Eens zien…
Dat is dus over…
Oh, god! Dat is dus héél, snel!
Over een week!
En, ehm…
Ratelt in één adem het hele probleem én de oplossing eruit
Eerder deze week kreeg ik te horen dat één assistent genoeg is.
Ik denk aan jou, Helène, aangezien ik nog nooit met je gewerkt heb en benieuwd ben naar een samenwerking met jou!
Poging tot charmante humor
Vergeef me Magda, onze tijd komt ook wel weer…
Magda lacht als een goede vriendin
HELÈNE een beetje geïrriteerd, en kordaat
Camiel! Je zegt nu even heel snel twee dingen waar ik absoluut niet op heb kunnen rekenen, en ook absoluut niet, als nog, ga doen.
Camiel draait zich in volle oprechte ernst naar Helène. Magda steek ongemakkelijk een sigaret en nipt wijn.
Ik bedoel: in eerste instantie rekende ik erop dat we met zijn drieën zouden werken, en nu kies je ineens alleen mij en zeg je ook nog dat de klus twee weken eerde begint!
CAMIEL even compleet uit het veld, probeert zich met alle macht te herstellen
Ja…
Absoluut…
Je hebt helemaal gelijk.

heeft zich hersteld
maar je weet natuurlijk ook dat dingen, zeker dit soort klussen zo werken.
Dat wéét je!
HELÈNE
Dat weet ik ja. Maar een verandering van twee weken is mij iets teveel van het goede.
CAMIEL redden wat er te redden valt!
Mij ook, mij ook.
Ik ben het helemaal met jou eens!
Echt!

Het zou fantastisch zijn als je toch mee zou kunnen.
Ik bewonder je, de duidelijkheid in je werk en in jou als persoon.
Dat heb ik echt nodig.
Je kent mijn…hoe zeg je dat…mijn chaos - buien!
Magda lacht herkent natuurlijk overduidelijk wat hij zegt
HELÈNE zeer mild ineens
Ja.
CAMIEL
Die duidelijkheid van jou…
Hij past op dat hij niet gaat versieren
Ik bewonder je compromisloze houding.
Magda, kijkt op.
Daar kan ik veel van leren, en dat zou ik graag willen, voordat…
Nu ja, gewoon snel!
HELÈNE weer snel
Dank je Camiel.
Legt haar hand kort op de zijne.
Hij is zichtbaar fragiel geworden, breekbaar.
Sorry.
Bijt zachtjes op haar onderlip.
Ik moet nu écht weg.
En ik kan echt niet zo snel mee naar New York.

maakt zich klaar om te gaan
kan ik je vanavond hierover bellen?
CAMIEL helemaal oprecht en open
Ja, ja, natuurlijk.
Onhoorbaar zacht uit het hart.
Altijd.
Helène geeft een lieve aai over Camiel zijn schouder, doet vrijwel hetzelfde bij Magda.
Dan is Helène weg.
MAGDA verbreekt de bedrukte stille sfeer
Veel plezier in Nijmegen!

Voordeur klapt dicht.

Camiel perplex, zijn glas leeg voor zich.

MAGDA
Wijntje?
CAMIEL schudt van nee, hij krijgt toch ingeschonken, drinkt het op als water, staart voor zich uit, Magda lacht om zijn slokken.
…even John bellen…sorry
Hij loopt terug naar zijn kamer, redelijk aangedaan
MAGDA zegt nog snel en uiterst lief, familiair en opgewekt
Geen probleem!
Ik ben hier nog wel even!
We horen niets vanuit Camiel zijn kamer.
Magda is verbaasd. Wil wat doen. Staat op. Loopt met de fles richting de kamer.
Wacht. Denkt. Gaat naar het aanrecht. Neemt plaats op het granieten blad, steekt een sigaret op, doet het haar een beetje los, knoopt twee knoopjes van haar blouse open, maakt de lippen een paar keer nat, kamt haar wenkbrauwen met haar vinger netjes en wacht rustig af.

-
EINDE fragment

EEN DODE DRENKELING IN EEN ZEE VAN DRANK

Wednesday, November 10th, 2004

elf elf begint
aan vang
vergeten wat ik dacht
het is weer nacht
om te slapen

een wolk dromen
boven mij
afschuw lijk
dicht bij
drijft zij
regenloos aan mij
voorbij

ik bid om droomregen

het elektrisch kacheltje
blaast de kamerruimte vol warmte
droge warmte
droge lucht
late lucht

laat de lucht bewegingsloos en
alles rust en zwijgt en slaapt
ogenloos of ongezien of blind

in het lijf
dat waakt
het vlees dat niet slapen kan
daar huist muziek en onrust in

kalkachtig klankenspel
bottenmarimba
knekelxylophoon
bloedstrijkers hoog
ronkende leverblazers
galklavier pling plong en zo

in een café alle waarheid nogmaals uitgesproken
ik dronk en gedronken en heb verder gedroken
in plaats van alle echte woede
in plaats van slaap

misschien

levensloze begrippen de wereld ingestuurd

misschien

een soort boog door de lucht waarvan de uiteinden stevig in de aarde staan

de aarde

in welke weet ik even niet

misschien een illusie of wat dan ook
en ik
(een dode drenkeling in een zee van drank)

SCENE: Freek en Sam

Friday, November 5th, 2004

Avond van de tweede kerstdag.
Heden.
René Mets en Clara Delinne zijn beiden dodelijk verongelukt in een ketting botsing. Het echtpaar was vanuit Geldermalsen op weg naar een kerstvoorstelling in het Amsterdamse Carré alwaar zij met oud studievrienden hadden afgesproken.
SAM, de zoon van het echtpaar, is thuis gebleven met een oppas, FREEK, uit het eindexamen jaar van het Erasmus College te Geldermalsen.
…vier uur na het onheil.
Oud Betuws landhuis.
Ruime zitkamer. Een groot duister raam waar regen en hagel van buiten tegen aan slaan. De dikke gordijnen zijn uiteen. In de vensterbank flakkeren kleine lichtjes. Onder het raam staat een brede dieprode bank met een witte vacht erover. Voor de bank staat een lange, lage glazen salontafel met aan weerszijden een barokke zetel.
In de hoek, rechts naast het raam staat een enorme donkere kerstboom met een kribbe en veel andere ornamenten eronder.
SAM heeft zijn pyjama aan en speelt voor hij naar bed moet nog even met zijn marionetten theatertje, hij mompelt, is met de poppen in de weer, haalt de touwtjes uit de knoop. Het theatertje is een kerstcadeau.
De opening van SAM’s theatertje is naar de brede dieprode bank gericht, als zaten er toeschouwers op de bank voor SAM’s spel. SAM staat dus met zijn rug naar de zaal.
Het marionettentheatertje wordt door eeN sterke leeslamp verlicht. Dit licht is, naast het licht van de kleine flakkerende kaarsjes in de vensterbank, het enige licht in de grote kamer en het zorgt er voor lange grillige schaduwen op de hoge muren.
SAM is ernstig in zijn spel verdiept, als wilde hij de grote donkere ruimte van de kamer niet merken.
Hij speelt met de Raponsje. Zij is de engel vanavond en draagt daarom engelenhaar uit de kerstboom om haar schouders. IJzeren Hans, Koning Blauwbaard en Repelsteeltje zijn de herders die op het veld liggen te slapen. Met hoge zingende stem kondigt Sam de geboorte van de Verlosser aan.

SAM
Vreest niet!
Want ik verkondigd u grootse Blij-schap!
het galmt, hij gaat harder en zingend verder en beweegt de engel tot hoog boven het theater
Openbaar zij God in de hemel hoge een vreemde op aarde onder de mensen
twijfelt
vrede op aarde, vrede op aarde, vrede, vrede
wrede aarde,
FREEK
quasi streng, onzichtbaar, vanuit de keuken, naast de grote kamer
Sa-ham!
SAM
lacht aandoenlijk ondeugend en gaat vastbesloten nog harder verder en danst met de engel door de kamer
wre-he-heee-de,
aa-haar-de,
wrede_________________________________FREEK
voor de mensen van goede wil,_______ondertussen nog steeds vanuit de keuken
wre-he-heee-de,____________________Saaa-haaam!
aa-haar-de,_________________________straks komt de Bleke Orgelman, met zijn lange
_____________________________________vingers, en kietelt je helemaal plat!
giert van het lachen, rent de kamer door, gooit de engel de lucht in, vangt hem niet, springt op de bank
neeeeee! Niet de Bleke Orgelman!
piept en lacht aandoenlijk voort, springt van de bank, raapt de engel nog net op en kruipt achter de gigantische donkere kerstboom, houdt zich daar onzichtbaar schuil
Die kan me toch niet vinden!
hij wordt langzaam stil
FREEK
speels dreigend vanuit de keuken
Dat zullen we nog wel eens zien!
SAM
zwijgt, onzichtbaar achter de boom
Stilte op de Scène, de regen buiten neemt toe
FREEK
geluiden uit de keuken
Heb je de gordijnen al dichtgedaan en je theater op geruimd anders moet ik de warme melk zelf opdrinken!
SAM
blijft onzichtbaar zwijgen.

De regen buiten gaat over in hagel. Het tikt hard op het raam. Duizenden tikjes.

SAM
geeft het op
Ik ben er niet!
ssssss…
ik ben een ssslang, en ssspuit gif in je alsss je te dichtbij kommmt

De telefoon gaat ineens. Het geluid klinkt onaangenaam hard.

SAM
lacht boven het geluide van de telefoon uit, alsof hij al lang door heeft wat er gebeurt, dolenthousiast daarover kraait hij van plezier
Dat ben jij, dat ben jij!
Jij, met je mobiel in de keuken!
Debieltje!
Je drukt gewoon op je debieltje om mij hier uit mijn schuilplaats te lokken.
Maar ik ben een ssslimme ssslang!
ssssss…
en bijt giffffffff in alle orgelmannen!

FREEK
Komt snel binnen met een dienblad waarop een groot glas dampende melk staat, een kop thee en een schaal met kerstkoekjes, zet alles in zijn geheel op de glazen salontafel en loopt naar de telefoon, links voor, neemt op
Met het huis van René Mets en Clara Delinne, met Freek?
luistert
lacht
nee, nee ik pas hier op
luistert
ja?
ineens bloed serieus
zeer lange stilte
Freek luistert
en staart voor zich uit
en staart

…oh, ja
ik ben er nog, ja
gesmoorde stem
luistert verder, ongeloof

en …
luistert
waar?
luistert
allebei
nog zachter
allebei

en dat is helemaal zeker
luistert
hier ook…
luistert
ik zei: hier regent het ook de hele tijd
luistert
ja, dat snap ik
luistert
ijs natuurlijk
weer zeer lange stilte
staart voor zich uit
en staart

ik ben er
gaaat u door
luistert
ja ja
…en
en …ehm… moet ik dat dan zeggen…
…hoort familie dat gewoonlijk niet te doen?
luistert
oh…
luistert
nee, nee dan blijf ik hier tot morgenochtend
luistert
vanzelfsprekend, ja
luistert
ja
luistert
tot dan
luistert
ja, u ook
luistert
bedankt ja
blijft even staan, peplex, compleet uit het veld geslagen, bleek, met de hoorn in hand, legt later neer.
Loopt rustig naar de bank, neemt rustig plaats, staat rustig op, brandt zich aan de thee.

Au!

SAM
Komt nieuwsgierig te voorschijn, ziet dat er iets is met Freek, wil hem opvrolijken.
Zie je wel, je brand je lippen, god straft onmiddellijk!
FREEK
grinnikt zachtjes en gemaakt, gaat weer zitten, geeft Sam een aai over zijn bol
SAM
Was dat je vriendin, net?
FREEK
pauze
denkt razendsnel na
ja
SAM
wilt Freek nog steeds opvrolijken
zingt en danst

Freek die is verlie-hiefd, Freek die is verlie-hiefd,
Freek die is verlie-hiefd, Freek die is verlie-hiefd!
FREEK
staat op
Kom! We doen de gordijnen dicht…
SAM
Ik doe rechts!
Ze sluiten de gordijnen. Sam is het snelst.
FREEK
licht somber
Mannetje, toch! Nog steeds niet moe genoeg?
SAM
haalt onschuldig de schouders op

De regen buiten is gestopt. Het sneeuwt. Maar dat ziet nog niemand.

FREEK
Tracht optimisme
neem een slok melk!
SAM
drinkt
Getsie!
Vel!
maakt een vies gezicht

FREEK
Wacht

haalt het vel van de melk
Zo, drinke maar!
SAM
Tevreden grote slokken
FREEK
Staart weer
SAM
Freek?
FREEK
ontwaakt uit gestaar
Ja?
SAM
Ik ben nog steeds niet moe.
FREEK
Weet je wat mijn vader vroeger zei?
SAM
Nee, tuurlijk niet!
FREEK
Je moet alleen slapen als je moe bent
SAM
Weer dolenthousiast
Jaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa!!!!!!!
Ik ben niet moe!

FREEK
zucht
SAM
klimt op Freeks schouders
Kom, kom paardje, we gaan naar buiten.
FREEK
Je hebt je pyama al aan, dat gaat dan toch niet…bovendien regent het.
SAM
…en als het sneeuwt?
FREEK
Het regent, en het vriest.
IJs
SAM
En als het nou toch sneeuwt,
Wat dan?
Gaan we dan naar buiten?
FREEK
Nee
SAM
Ook niet als het nu ineens zomer is buiten, met de zon?
FREEK
Ook dan niet. 
Kom, naar boven, dan lees ik je nog wat voor.
SAM
Ik wil hier slapen!
Bij jou en bij de kerstboom!
FREEK
Goed als je even je dekbed van boven haalt.
SAM
Jaaaaa!!
Rent af

FREEK
Roept hem na
En je boek
SAM
Schreeuwt van boven
Welk boek?
FREEK
Schreeuwt terug
Je lievelingsboek!
SAM
Jaaaaa!
Het sprookje van de man die wilde leren griezelen!

Gestommel.
Langere stite.

FREEK
Sam?
Wacht
Saa-haam?
Staat op

Langere pauze.

SAM
Ik kom al!
FREEK
Zakt weer opgelucht weer terug in de bank
SAM
Komt binnen met een enorm dekbed rond zichzelf gedrapeerd, blijft op de drempel stokstijf staat,legt het dikke boek op zijn hoofd
Ik ben een Mummie
Raak me niet aan
Ik ben een dode Faraoooo
Als je me aanraakt
Vervloek ik je
FREEK
Kom!
SAM
Dribbelt met zijn spul naar de bank, installeert zich, naast Freek
Het hele verhaal?
FREEK
Het hele verhaal.
SAM
Voor het eerst een beetje rustig
Jij bent echt wel liever dan Pappa en Mamma.
Die zijn zo stom en oud.
FREEK
Negeert die zin volledig en begint met lezen
… er was eens een jonge man die nog nooit bang was geweest. Hij vond niets en niemand eng, daarom wilde hij eens flink leren griezelen…
SAM
Stil!
FREEK
Schrikt op
Wat!
SAM
De regen!
Ik hoor de regen niet meer!
FREEK
Dat komt omdat we net de gordijnen hebben dichtgedaan!
SAM
Nee. Het sneeuwt.
FREEK
IJs
SAM
Springt vanonder zijn dekens, op de grond, rent naar het raam en trekt de gordijnen wild en snel open. Er valt iets met een doffe harde klap vanuit de vensterbank op de grond.

Het sneeuwt.

Zie je wel!
Het sneeuwt.
Mag ik nu naar buiten?

FREEK
Met stomheid geslagen
Ja
Corrigeert zichzelf
Eh..nee, niet naar buiten
Het is al laat, eigenlijk zou je al lang moeten slapen.
SAM
teleurgesteld
Het sneeuwt hier nooit!
FREEK
Oprecht soort meelij
Mannetje, toch…
Denkt weer diep
Goed.
Laat je pyjama aan, trek je skibroek en je jas en je laarzen er maar overheen.
SAM
Rent af

FREEK
Sluit het marionetten theater, en de gordijnen, en dooft alle lichten.
Donker
Doek

EINDE fragment

onder een boom

Sunday, April 13th, 2003

(of het script voor een poppenspel op film)

Een man staat onder een boom.
Zijn hoofd is hoekig,
zijn lijf staat recht,
zijn haren zijn kort.

Op het moment zijn de gedachten van de man zo ver weg,
dat het hem voorkomt als had hij geen gedachten.

Onder een boom.

De man heeft een brief, in zijn rechterhand. Op de brief staat in hoekig gedrukte letters een korte text geschreven:

dit is een vervalsing

Onder een boom.

Aan de voet van de man ligt, gekreukt, een lege envelop.
Op zijn voorhoofd parelt zweet.
Zijn haren zijn kort.
Recht staat hij, houdt stevig de brief vast.
De man omklemt de brief zo krachtig met zijn hand dat zijn knokkels er wit van worden.
De aderen op zijn hand blauwzichtbaar.
De man is gespannen.

De man is fucked up!

Hij heeft met een vervalsing te maken.
Onder een boom.

Als de zon wat verder is schiet de man zijn rechterhand kort open.
De brief valt, met hoekige beweging, recht omlaag en landt naast de gekreukte envelop, aan de man zijn voet.

De man snuift.
Onder een boom.

Dan vertrekt de man en loopt op huis aan.
…en de maan laat zich reeds zien…

Als de man thuis komt, brandt de boomhuit van zijn zoons.
De man ziet het niet.
Hij ziet niet hoe zijn zoons
brand – weer spelen.
Zijn zoons doen het goed
en waarheidsgetrouw,
volgens de oude stijl:
met lange ladder en
volle emmers water.

Ze doen het volgens de oude stijl,
van voor de mammoetwet en
het studiehuis.

De hut.
De boomhut moet geblust,
kom aan,
volgens de oude stijl,
kom aan!

De man betreed het huis en trekt zijn lange zware jas uit.
Zijn schoenen ruilt hij voor pantoffels.
Rustig loopt de man in richting van de keuken.

Ver voor de deuropening van de keuken blijft hij staan.

Van een afstand ziet de man hoe zijn vrouw achter het aanrecht eten bereidt.
De vrouw staat voor het grote keukenraam,
haar silhouet steekt goed en welgevormd af tegen het straatlicht van buiten.

Buiten regent het.

De vrouw wast kort haar handen,
met water en zeep,
de man komt snel en recht op haar af,
hij is iets langer,
zij heeft dieprode lippen.

Ze kussen elkaar.

De man vraagt zijn vrouw of zij en de kinderen een leuke vrije dag hebben gehad.
Zij antwoord hem met een glimlach en een “Ja”.

De vrouw verteld rustig over de opendag bij de brandweer,
uitvoerig en gedetailleerd.
De man kijkt naar de mooie rode lippen van zijn vrouw.

Het is een goed verslag.

De man luistert aandachtig.

Als zij klaar met praten is wordt het stil.

Dan wil de vrouw van de man weten hoe zijn dag was.

De man zijn gelaat betrekt.
Het is alsof er een dichte wolk voor de keuken lamp getrokken is.

De vrouw wacht rustig af.

Na een poosje verteld de man dat hij vandaag met een vervalsing te maken had.
Zijn stem is zacht en fluistert haast hees;
kort, recht en hoekig.

De vrouw wil weten wat er toen gebeurde.
En de man verteld haar,
nauwelijks hoorbaar,
dat het over is.

die nacht had ik een droom…

Sunday, July 7th, 2002

… er was een gebouw, een theater, met een klein zaaltje.
Mensen liepen naar binnen.
Hier en daar hing een gekleurde neonlamp.
Veel groen.
Een man hield een voordracht.
Hij deed het enthousiast.
Het bleef onduidelijk waarover de voordracht ging.
Ineens zag ik dat een stel mensen zich in een halve cirkel, achter, om het publiek hadden geschaard.
Zij leken allemaal broers en zussen van de man die de voordracht hield.
De halve cirkel van mensen, die het publiek nu geheel omsloten, begon gelijkmatig te bewegen; van voor naar achter, van voor naar achter, of van buiten naar binnen, steeds sneller en synchroon.
Het had iets extatisch, maar wat vreemder was, de mensen uit het pubiek raakten allemaal hun gevoel voor orientatie kwijt.
De voordracht-man riep dat we op een deinend schip zaten. Toen hield de beweging op. Ik leek zeeziek.
De voordracht man bedankte zijn broers en zussen, het waren er minstens 25.
Vervolgens ging één van de broers op lange stokken lopen, als waren het stelten. Ook hij had het publiek iets te zeggen, wederom bleef het vaag wat precies. Ook de reacties om mij heen bleven onduidelijk en onverstaanbaar.
Tot slot was daar weer de voordracht-man.
Er stond nu een stellage op het podium waar hij in klom.
De sfeer werd killer en meer donker.
Aan de stellage was een electrische katrol, waaraan een ketting zat. Aan het andere uiteinde van de ketting zat een soort haarband.
De voordracht-man deed deze haarband in zijn haren en sprong.
Hij sprong van de stellage af, de haarband omklemde zijn hoofd en hield hem vast, de ketting tussen de man en het katrol stond (sprong) strak.
Met gesloten ogen daalde hij langzaam naar beneden.

Mij lukte het niet om in de haarband vast te blijven zitten.
Telkens als ik een klein stukje in de lucht gehesen werd schoot de haarband weer los.
De voordracht-man vertelde me dat ik mijn ogen moest sluiten en dat ik mijn adem met druk moest inhouden. Het mocht niet baten, ik gleed steeds weer uit de haarband.
En weer voelde ik dat de sfeer om mij heen grimmiger werd.
Onduidelijker en weer vager bovendien…
Zonder er erg in te hebben wat er precies allemaal om mij heen gebeurde werd ik in een stroom van mensen mee naar buiten gevoerd.
Ik kwam iemand tegen die ik alleen uit mijn dromen ken.
Hij sprak tot mij:
“Ik als tweede-hands autoverkoper geloofde altijd alles, maar dit gaat er bij mij toch echt niet in!”
Hij was boos.
Het gevoel van opgejaagd te zijn door de sfeer, en de angst voor wie de voordracht-man was, deden mij weglopen, ik trok mij terug uit het zicht om een hoek.
De spanning was te snijden.
Mensen liepen woedend en verontwaardigd door de straten. Ik bleef alles even gade slaan, vanachter de hoek.
Men bleek niet meer te geloven in hetgeen de voordracht-man had verteld.
Gelukkig kwam ik twee mensen tegen die te vertrouwen waren, ik weet niet waarom, ze waren gewoon te vertrouwen.
Dit voelde al wat beter.
Later kwamen we twee meisjes tegen, die één van de twee anderen reeds kende.
We gingen terug, nu met z’n vijven, richting de zaal…
We waren daar nog geen ogenblik of ik had hen, die ik vertrouwde, al kwijt geraakt…
Hoogst onprettig.
Ik ging maar dicht tegen het gebouw aan staan en hoorde uit het geroezemoes dat de voordracht-man nog steeds niet naar buiten was gekomen.
Het leek wel alsof de meute buiten de man iets aan wilde doen, hoewel, andersom zou ook heel goed mogelijk kunnen zijn, bedacht ik met grote ogen.
Grauw licht rondom mij.
Ik wachtte en daar voor de ingang van het gebouw, waarin de voordracht-man zich vermoedelijk nog bevond, daar stond een reusachtig wit-grijs paard, een machtige schimmel, te briezen.
Het grote dier droeg een zadel met daaraan een gouden staf met krul gegespt.
Het paard briesde vervaarlijk, stijgerde alsof het weg wilde, weg van de drukke menigte.
Het stijgerde nogmaals en rukte zich toe los, uit de teugels en hengsels waaran het dier tot dan toe vast zat.
Woest gallopeerde de schimmel weg, dwars tussen alle mensen door.
Een massale schok ging door menigte en mijn telefoon ging af, maar het lukte mij geenszins om op het schermpje te kijken wie mij belde, de telefoon bleef over gaan, steeds weer en het lukte mij niet eens om het ding te pakken te krijgen hoewel ik het toch zo duidelijk en dichtbij hoorde.
Langzaam werd ik wakker, het lukte mij mezelf terug te vinden in bed.
Verbaasd, heel verbaasd en dieper, dieper in mij nog en gevoel, een heel ander gevoel.
Naast mijn bed lag de telefoon met de blinkende vermelding van één gemiste oproep, onbekend nummer.
Tot op vandaag weet ik niet wie mij uit die droom heeft gehaald.

[notitie]

Monday, January 14th, 2002

“ik zit op de bank in de woonkamer.
lang kijk ik naar nietszeggende middag-programma’s op de televisie.
ik zet de tv uit en blijf zitten.
er gebeurt iets.
er gebeurt iets met mijn oren.
de luchtdruk buiten lijkt plots drastisch te veranderen.
mijn trommelvliezen klikken overduidelijk om binnen- en buitendruk gelijk te stellen.
ik realizeer me dat de druk buiten wel heel snel verandert is.
als of een vliegtuig veel te snel moet landen, zo voelde het aan mijn hoofd…
dan zie ik beelden:
een meters hoge en brede muur van kolkend, vies-grijs water raast vanuit het westen het land in,
stroomopwaarts, recht tegen de waal in en kilometers per seconde.
de afschuwelijke water-muur nadert het leven, dood-snel.
de luchtdruk lijkt nogmaals te veranderen.
met moeite klik ik mijn oren, nu door te gapen.
in mijn beelden-storm is de wal van water, de woedende vloedgolf niet meer ver van waar ik zit.
afgrijzen jegens mijn beelden.
in een huivering sluit ik mijn ogen.
het voelt koud.
ik maak mijn geest helemaal leeg in afwachting van de grote, nietsontziende dreun, een klap tegen mijn ruggegraat, op mijn nek, tegen het achterhoofd…
het kan maar heel even verschrikkelijk veel pijn doen.
één seconde, alle doods-pijn
ik haal heel diep en langzaam adem en open mij ogen.
alles ligt er even roerloos en rustig bij als tevoor.

frisse lucht.
ik ben duizelig en moet even frisse lucht hebben.
ik loop met de hond langs de rivier waar alles gebeurde.
de dag is grauw en stil.
mijn gedachten, mijn lichaam, lijken totaal verdooft.
de sfeer om mij heen, blijft drijgend en drukkend.
iets is op afschuwelijke wijze zo-even verandert. onomkeerbaar verandert.
in het diepste van het zijn is alles van innerlijke gedaante verandert. Alleen de huiden, de schillen van vlees, zijn hetzelfde gebleven. Die bedriegen vanaf nu hun binnenkant en ze verbergen nu iets nieuws.
ongemakkelijk, zo vol van ongemak.
ik weet geeneens of ik ik echt wel hier loop, het voelt alsof ik het echt niet weet,
“kijk daar loopt een jongen en hij heet..”
Toen ik weer terug thuis was ging ik 12 minuten in bed liggen…
het voelde allemaal hoogst onstabiel.
mijn bestaan was aan het koorddansen op spinnenrag terwijl ik in wachtend in bed lag tot alles definitief zou vallen.

die avond heb ik een vriend (N?) aan de telefoon, draadloos.
en ik loop ondertussen weer met de hond aan de waaloever.
de vriend leest een duits gedicht voor.
een gedicht over vriendschap en het raakt me ineens heel diep allemaal..
de vriend stopt met lezen
het is lang stil
hij verweg
ik hier aan de waaloever met een stille hond die met lichte poten cirkels om mij danst
dan legt de vriend uit dat hij het boek toevallig op de bladzijde van het gedicht opensloeg
en hij zegt dat hij toevallig net stopt maar dat het gedicht eigenlijk nog verder gaat
de vriend leest de tweede helft
nu pas wordt het duidelijk, dat het gedicht een ode is
van de dichter aan zijn vriend
en de vriend is dood
niemand mist hem, behalve de dichter
weer is het stil
de vriend zegt mij dat hij het eerste gedeelte echt voor mij had gelezen
het tweede deel was eigenlijk niet voor mij bedoelt
zegt hij
ik vertel hem dat ik vanmiddag gestorven ben
en hij moet er niet om lachen

weer kom ik thuis
ik zie dat de fiets nog een slot nodig heeft
ik bedenkt twee droevige liederen die ik later aan de piano uitwerk
twee droeve liederen over het verstrijken het almaar snellere voortgaan van de tijd
schip zeilt over de grote, grote de tijd
met een spoor verleden achter zich
verleden dat steeds verder uitdijdt
en verwaterd in de grote, grote tijd
tegen het einde van de nacht loop ik nog snel in een ochtendjas naar buiten om het twede slot om de fiets te leggen
het is alweer heel koud
het vriest overduidelijk
ik hoor schoten vanuit de verte
ik zet de fiets tegen het huis op slot en weer hoor ik twee schoten afgevuurd
ik huiver en kijk op de weg

de dag is gesloten
ik heb zekerheden in mijn hart
die daar vereeuwigd zijn
de zekerheden weten zelf dat ze daar zijn
dat blijft
hoever de tijd ook bevaren zal worden
in liefde”

[2 kleine dialogen]

Wednesday, May 24th, 2000

I.
-Pappa?
+Ja…
-Waarom slaat die man die vrouw steeds?
+het zijn de muggen mijn zoon, de muggen.

II.
-Pappa…
+Ja…
-Loopt mamma, weg, over het grindpad…
+Nee, mijn blinde kind, ze smeert een beschuit…

essay-deel-1924

Saturday, May 2nd, 1942

Na twee jaar van Duitse krijgsgevangenschap in Silezië komt Messiaen vrij en kan direct aan het Parijse conservatorium beginnen met het onderwijzen van harmonieleer. Paul Celan wordt dat jaar naar een werkkamp te Buzâu in Roemenië getransporteerd. Achttien jaar eerder schrijft de franse auteur André Breton in het Manifeste du surréaisme:
“Het surréalisme rust op het geloof in de hogere werkelijkheid van bepaalde, tot dan toe verwaarloosde, vormen van assiociatie, het geloof in de almacht van de droom en het geloof in het doelloze spel van de gedachte. Het surréalisme doelt op de verietiging van alle andere psychische mechanismen en wil daarvoor in de plaats het oplossen van de bellangrijkste levensvragen.” 102)

essay-deel-1931

Sunday, September 15th, 1935

De kranen waaruit massa’s leningen van Amerika naar Duitsland stroomden, om het land na de eerste grote oorlog weer een beeje op de been te helpen, worden in 1931 nagenoeg helemaal dichtgedraaid. Amerika begint in deze tijd zelfs met met het terugvorderen van de geleende kredieten omdat het zelf maar amper stand kan houden in de hevigheid van de crisis op eigen bodem.
Vier jaar later worden op de Rijkspartijdag in Nürenberg de gelijknamige wetten door de NSDAP in werking gesteld:
“Allen die niet van Duits bloed, of direct daarmee verwant zijn” 116)
worden de burgerrechten ontnomen. Daarmee is onder meer het het joodse deel van de Duitse bevolking direct al haar mensen-rechten kwijt. Huwelijken worden verboden, evenals publieke functies. Op alle mogelijke manieren wordt een ieder die niet ‘arisch’ is uit de samenleving weggesneden en gedwongen in getto’s te leven.