Khrenovukha

Saturday, March 28th, 2009

Die ochtend werd ik wakker van het oorverdovende gesnurk van de twee Essen, die eigenlijk allebei A heten. Ze snurkten in hoquetus, en maakten zo een hermitsche muur van geluid en ruis waardoor het onmogelijk was verder te slapen. De kamer stonk. Ik had een flinke kater en wankelde toen ik even uit bed stapte om te kijken of ik nog uit bed kon stappen. Het lukte. De twee russische vrienden hadden de nacht daarvoor minstens een viervoud aan vodka ingenomen en ik vroeg me af hoe de blonde S. überhaupt in het stapelbed terecht was gekomen. Toen de Australier en ik die nacht namelijk boven kwamen, lag de Blonde nog languit op de bank in de living van het hostel. In Khrenovukha-coma.

Khrenovukha is wodka, gestookt op basis van hoofdzakelijk Khren; wat ongeveer gelijk is aan het Oostenrijkse Kren, het Duitse Meerrettich, het Japanse Wasabi, de Vlaamse Mierikswortel, het Engelse Horse-radish, known, loved and used all over the world.vodka-klein
Deze op mierikswortel en honing gebasseerde wodka glijdt fluweel-zacht naar binnen, versprijdt plotseling de meest heerlijke soorten van warmte, heeft een zeer heldere en schone afdronk en ontploft als in slow-motion uiteindelijk diep in de ziel.

Het was nog veel te vroeg om op te staan, ik dronk een paar flesjes water leeg en kroop weer terug in bed, maar het gesnurk was nog altijd echt te hard. Gewelddadig. Industrie-luid. De Australier was er ook van wakker geworden, keek me verwilderd aan, schudde zijn hoofd, gebaarde me dat ik de Essen allebei een klap voor hun hoofden moest geven en viel weer in slaap. Ik probeerde het met een ferme tik op de onderkant van het bed, maar het mocht niet baten, S en S gingen gewoon door met zagen. Dankbaar pakte ik m’n I-pod en stopte m’n oren dicht met Monteverdi Madrigalen. Dat ging beter. Het snurken was ver weg nu, de stank van mensen in de morgen helaas niet. In gedachten trachtte ik een I-pod-nose te ontwerpen.

Vreemdgenoeg had ik die nacht, na het Khrenovukha-avontuur, na de verwarring en de dronkenschap, vele dromen gehad. Die combinatie kende ik nog niet. Normaal droogt alcohol ook het droomlandschap totaal uit. Toen ik voor de tweede keer wakker werd ging ik daarom snel met koffie en peuken buiten zitten om de dromen te vangen en op te schrijven.
Dromen bieden soms de mogelijkheid, eerlijk en oprecht met onszelf te zijn, oog-in-oog met het Ik te staan. Ja toch? Er zijn geen geheimen meer nodig, alleen discretie is van bellang. En dat is misschien nog veel moeilijker te verzorgen dan een geheim te bewaren. Discretie.

Toen ik een tijdje in de warme na-ochtend-zon had zitten schrijven kwamen de twee Essen buiten. Aandoenlijk als trollen na hun winter-slaap, verward over de plotse lente en het felle licht. Ze vroegen me wat er die nacht allemaal gebeurd was. Ik dichtte de gaten van hun geheugen door hen te vertellen over hun dronkenschap, hun gedrag, de ruzie met de andere russen, hun plotselinge verdwijnen, hun schulden en zo voort. Ik deed het streng omdat ik van een van hen nog tamelijk veel dollars tegoed had.
Ze schaamden zich, boden herhaaldelijk hun welgemeende excuses aan en gaven mij het voorgeschoten geld terug. Alles was weer vereffend, we waren weer onafhankelijk van elkaar en ik kon weer vriendelijk doen.
Terwijl ik aan m’n derde koffie, m’n vijfde sigaret en m’n achtste fles water was begonnen, openden zij hun eerste halve liter bier.
It works better against hang-over, zei een van de Essen, de blonde, en hij rilde van een kou die ik niet voelde.
Ik vroeg hen of ze van plan waren voor altijd in Amerika te blijven, of dat er ook voor hen een dag in de toekomst lag waarop ze terug moesten gaan. Ze vertelden me hoe hun beider ouders Green-cards bij een soort loterij hadden gewonnen. Ik kon het maar amper geloven en dacht aan de enorme hoeveelheden spam-mail die Green-cards and Good-fortune beloofden. De twee Essen waren all pretty serious about it.

Later vertelde ik hen over de onverklaarbare en zachte pijn van het verlangen dat ik naar Rusland koester sinds dat ik heel klein ben, en over mijn Rusland-spreekbeurt toen ik tien was vertelde ik, toen ik blini’s voor m’n klasgenootjes had gebakken en de juffie me zei dat ik als een echte schoolmeester voor de klas had gestaan. Ze luisterden aandachtig en waren geraakt en openden hun harten voor mij en nieuwe halve liters bier voor zichzelf. We hadden echt ziels-contact, rookten en spraken verder over Rusland, over de corrupte politie, over het duur geworden Moskva, het mooie St. Petersburg, de bloemen en de mooie vrouwen in de zomer, de vodka en depressie in de winter, over het fucked up education-system hier in Amerika, over de niet nagekomen afspraak dat Amerika in de jaren 1960 Alaska aan Rusland terug zou geven, over Sarah Palin lachten we en over het beeld dat een Rus vanaf de aleoeten makkelijk op Amerikaan’s grondgebied zou kunnen spugen.
We should have nuked that damn place, back in the sixities, zei een van de Essen ernstig.
De ander knikte even ernstig mee. Yeah. They where all pretty serious about it.

De zon had zich verplaats en ons terasje lag nu in de koele schaduw van de omliggende gebouwen. Met de middag vertrokken de twee; terug naar Chicago om na het weekend weer nuchter verder te kunnen leven, te werken en te studeren.
Bij hun vertrek gaven ze me een klein grijs lucifer-doosje met rood Russisch opschrift. Een gebaar dat m’n hart raakte. In mezelf beloofde ik het doosje nooit kwijt te zullen raken.
You should come over to visit us in Chicago one day.
Sure, I will. I definitely will, one day…
En ik wist niet zo goed wat ik daarmee precies beloofde.

vodka-klein
web-vodka-02
web-vodka-03
web-vodka-04
web-vodka-05
web-vodka-06

in love (part II)

Thursday, March 26th, 2009

Die nacht had ik een tamelijk erotische droom. Ik weet niet meer wat er precies gebeurde, wat er zich aan beelden voordeed, maar het was allemaal nogal tamelijk erotisch en al. Ik hoopte vurig dat ik niet in mijn slaap had liggen kreunen en ik schaamde me al een beetje.
Toen ik wankel van de slaap uit bed stapte, deed iedereen echter normaal. Ik zou het zelf ook niet durven, een onbekende kamergenoot aanspreken op zijn of haar in de nacht vrijkomende zuchten van gedroomde lusten.
Ik trok snel wat kleren aan en liep naar de koelkast. Het flesje met mega-gezond-maar-duur-spul stond er nog. Het was Donderdag 26 Maart. Ik dronk het flesje in een paar teugen leeg terwijl ik de waterkoker in het stopcontact stak om heet water voor oploskoffie te maken.

P3260093

Het regende zachtjes toen ik even later met een volle mok oploskoffie met ranzige melk voor een sigaret naar buiten stapte, op het kleine dakterasje van het hostel, nauw tussen de veel hogere gebouwen gepropt die nu echt de wolken aan het krabben waren. Het zou de hele dag blijven miezeren.

Binnen stelde de Australier voor om die avond wat te gaan drinken. Hij had nog steeds iets woests over zich. Ik fantaseerde dat hij een soort strijder uit tijden van knuppels en knotsen had kunnen zijn.
Do you like sports?
No, sorry. Do you like music.
No. Not really.
Well, what do you play then.
Rugby Union.
O yeah, right.
Vanaf dat moment bleef het een tijdje schuren tussen ons. Hij sprak onverstaanbaar, snel en nors, de Australiër, waardoor ik een beetje gemaakt en zelfs verwijfd vrolijk reageerde. Iets in me probeerde het geheel luchtig te houden. Misschien dacht hij dat ik een ballet-danser was. In iedergeval iets van een soort dat in zijn wereld normaliter verder weg leeft. Hij moest niets hebben van muziek en ik weet weinig van sport.

Voordat hij vertrok om te gaan sight-seen, spraken we af elkaar rond zes uur weer in het hostel te ontmoeten.

Ik hoefde niet lang te wachten of ook de andere mede-hostel-genoten hadden zich reeds enthousiast uit de voeten gemaakt om zich in de nieuwe dag te werpen. Twee hyper-jonge maar wonderschone meisjes uit Duitsland, die zich als een vrijwillige siameese-tweeling voortbewogen. Ik heb ze in iedergeval nooit apart van enlkaar gezien.

Glimlachend, met grote ogen en schuw als jonge herten in hun eerste lente.
Rond 10 uur had ik het rijk weer voor me alleen en kon ik rustig, lang en lekker heet douchen. Ik was bijna helemaal wakker, maakte nog een koffie en pakte nu de poedermelk van een bedrijf uit Zwitserland:
chemicalien uit het hooggebergte, komt geen hemelse Heidi aan te pas, in iedergeval was de melk die ontstond niet ranzig en ik schreef en verstuurde een stel emails.

web-moma-01

Toen ik klaar was verliet ik het hostel, liep de 39ste uit, naar de 9de, om via een kleine omweg bij Bryant Park uit te komen. Onderweg kocht ik tandpasta en haarspul. Hoezeer ik ook m’n best doe, na een week ben ik nog steeds gewoon een toerist. In de winkels vindt ik nog niet mijn weg. Het bestellen van koffie gaat bij mij langzamer dan bij de zakenlui met weinig tijd. En altijd neem ik onhandig het vrije plaatsje in de metro waar mensen langs moeten tijdens het in- en uitstappen. Ik doe kortom alles wat ik bij toeristen in Amsterdam waarneem. Dat oriëntatieloze, onpraktische proberen mee te bewegen in de context van het leven dat niet het jouwe is…
Zelfs in een Europees-gesausde bistro aan Bryant-Park was ik de buitenstaander. Blijkbaar rook de bediening dat ik uit de streek kom waarop zij hun bistro zo wilden doen lijken. Ik kreeg daarbinnen allerhande Franse en Duitse zinnetjes naar m’n kop geslingerd.
Bon Apetit. Guten Tag. Ad infinitum.
Een soort chique-noblese waar ik werkelijk de ballen van snap. Het brood was Duits en degelijk, dus concentreerde ik me maar daarop. Na het verwarrend ge-heen-en-weer met de bediening kon ik m’n gepeperde check betalen en zocht het toilet. Ik kon alleen maar toilet-deuren vinden met afbeeldingen van androgyne wezens erop. Ik vervloekte de tent, verdwaalde en nam waarschijnlijk een van de dames-toiletten.
Sorry. Verkeerd verbonden. Nog een fijne dag.

web-moma-02
web-moma-03

Snel liep ik het opgepompte etablissement uit, stak straten over, raadpleegde mijn molenskine-boekje, liep door en kwam uiteindelijk bij het MoMa, nam de roltrap naar 3 en stuitte op Pollock.
Nog geen vier weken eerder had ik op BBC de biopic van de schilder gezien met Ed Harris in de titelrol. Het duurde even voordat ik de beelden van de film van m’n netvlies had geslagen en regelrecht in contact stond met de schilderijen zelf. Ik genoot van hun ritme, hun verfijnde agressie, hun leven en danste innerlijk feestelijk en wild mee.
In een andere ruimte kwam ik doeken van Rothko tegen. Ik ging heel dichtbij staan, zoals Rothko het ooit adviseerde, en voelde de vibraties van de kleuren tot diep in mijn ingewanden. Levende, physieke klanken. Ik kon wel janken.
De ruimte van Warhol negeerde ik expliciet en met geheven neus kwam ik bij ruimte van Beuys. Materialen om in naar binnen te kruipen, om dan mee te doen met de plastische gedachten teneinde het spul te vergeestelijken. Bij de installatieI like America and America likes me

stonden een stel behoorlijk bekoorlijke dames, als door een sprookje gefascineerd, te kijken. Het bankje voor het televisietoestel was bezet. Toen ik terug kwam was het bankje leeg en nam ik plaats. Niet veel later zag ik iets paars in mijn ooghoek bewegen. Een duidelijk antroposofisch uitziende vrouw nam naast me plaats.

Maar natuurlijk. Waar Joseph is daar zijn ook wij. We are around.
De vrouw werd gevolgd door een man die ook ging zitten. En zo zat ik in het aangename geurenpallet van de Zaailing. Het echtpaar praatte nederlands met elkaar. Misschien omdat ik een beetje moe was lukte het me niet een normale, een uit gezond boeren-verstand ontsproten zin te maken.
Komen jullie uit Nederland.
Nee. Excuses. Bedankt. We praten toevallig zo. Verder hebben we niets met het Koninkrijk van doen. Fijne dag nog. Oh ja en, doei.

Ze bleken op Bronlaak te wonen en te werken en hun kinderen bezochten mijn oude middelbare school. Kans van 1 op 8 miljoen. Ik weet het niet. Het zal wel. So it goes.web-moma

web-moma-061
web-moma

En het is toch nu,
zo rond middernacht bij u?
Misschien ben je nog wakker. Hier valt nu in iedergeval de vooravond met zachte sluiers regen over de stad. De mega vrouw in een van haar vele gewaden.

Net stond ik op het dakterras te roken en dacht eraan dat ik, meer nog dan een liefje, een goede vriend mis, om samen hier de boel mee op te schudden, and just hanging out as well, you know. En toen dacht ik eraan hoe leuk het wel niet zou wezen als jij hier zou zijn. Samen in de metro en zo. Lekker lachen. Lekker zuipen en ontspannen en zo. Ja toch? Of niet dan? Ok. Whatever.

Na mijn laatste bericht ben ik met die gast uit Australie de stad in gegaan. Ik was van plan om naar twee verschillende optredens van vrienden te gaan, beiden in East-village. De ene zou een latin-gig hebben en de andere speelde met haar meiden-rock-band in een of ander eet-cafe een paar straten verderop. De Australier en ik hadden honger, liepen door de drizzle over de natte straten, wilden wat eten en gingen dus eerst op zoek naar het Indisch restaurant dat de Australier op tv had gezien. Langzaam zogen onze schoenen het water van de straten op. Mijn voeten werden nat.
Must be around, zei hij.
You could see Times-square. Gordon Ramsey turned the thing into a fucking nice place man. It must be just here somewhere.
En we vonden het niet.
We did got pretty wet instead, and pretty annoyed too, by the traffic and by the people which screamed and drifted around us like drops of oil in polluted water. Everything turned somehow pretty aggressive and nasty and all, that night.
Uiteindelijk zagen we een Iers eet-cafe waar we maar naar binnen gingen. We bestelden bier, hamburgers en friet en hadden elkaar niet zoveel te melden. Terwijl hij met zijn mobieltje sms’jes aan ‘t versturen was keek ik naar de foto’s van Ierse schrijvers aan de wanden van het cafeetje. Joyce leek, zo in ’t zwart wit, door het simpele lijstje gevangen, waziger en verder weg dan ooit. De burger deed goed en we raakten een beetje in gesprek. Hij vertelde mij dat hij in de staal-industrie had gewerkt maar vanwegen de crisis was ontslagen. Daarna was hij een baantje in een ski-resort in Canada gaan zoeken, vond niets en was van zijn spaarcenten maar gaan reizen.
We bleken even oud. Hij was zich totaal aan het herorienteren, net als ik.
Wat wil je later worden; als je groot bent. Ik vroeg me af hoe die vraag in het Engels zou klinken, nam een slok van mijn Brooklyn-Lager en doopte mijn laatste patat in de rode vlek Heinz op mijn bord. Inmiddels was het te laat geworden voor meiden-rock en salsa-bop. Na het eten begaven de Australier en ik ons dus maar weer in de motregen, op zoek naar een gezellig barretje voor nog een drankje of twee. We mompelden en scholden tijdens het lopen mee met de rest van de wereld om ons heen. We kwamen weer op Times-square terecht waar inmiddels grote plassen water lagen. Het was er leger dan ik tot nu toe had gezien. Voor het Hollywood-cafe bleven we even staan schuilen onder een enorm stuk afdak. Een man schreeuwde routineus iets over happy hour. One beer, three dollar. Dat vond te Australier wel interessant, dus gingen we naar binnen. Als je depressief wilt worden, prozac wilt, of een stevige combinatie van die twee, dan moet je in het Hollywood-cafe aan het Times-Square. Mijn god, wat een troosteloze bedoeling. De muren, de hoeken, de tafels, de deurposten, alles hangt er vol met decor, props, prullaria, foto’s; allemaal gestorven, magieloze troep from the movies which we used to love and adore so much, the vehicles of our dreams, just turned into ashes, right there, in front of you.
Toen we binnen werden gelaten, nam ik het direct het rechts-omkeer-terug-naat-buiten-initiatief. Ik vertelde de Australier dat de Hollywood-vesteging in Amsterdam totaal failliet was.
Totaly broke.
Hij lachte.
At least we’ve got warm and kind of dry again, opperde ik. De Australier bleef als een Reuzen-kind, een uit de kluitengewassen peuter voor de film-excrementen staan gapen en ik moest hem een beetje mee naar buiten lokken.
Toen begon ik:
I know a place at 9th Avenue…
Uiteindelijk kwamen we in Rudy’s. De tent waar de vijf Duitsers en ik eerder waren gewijgerd. Althans, ik was weg gelopen omdat ik de arrogantie van de bouncer niet meer kon verdragen.
Nu was ik er weer, what goes, comes around. De lokale wetten van Karma en Newton.
De Australier en ik werden direct binnengelaten. Wederom: als je eens een serieus gesprek met je shrink wilt hebben, moet je hier je research doen. Believe me.
Er waren voornamelijk mannen in deze club. Wankele mannen. Mannen met ieder een eigen karaf Budweiser waarmee ze hun vettige bierglazen steeds weer hervulden. Achterin stonden een stel vrouwen, angstvallig aan hun zuipende vriendjes geplakt. Eigenlijk wankelde alles een beetje.
Wat doen we hier, dacht ik, en keek naar buiten.
Een bus reed langs en door de ramen van het cafe zag ik een man in de bus zitten. De bus was voor het raam gestopt. Door de ramen van de bus en van het cafe keek de man terug. Hij had een witte baard en droeg een bril en keek heel rustig. We zaten in totaal verschillende werelden en toch keken wij elkaar aan en begrepen het moment.
De Australier hield een biertje voor m’n neus, we proostten en vonden een plaatsje achterin. Hij vertelde mij over zijn Amerika reis. Over Los Angeles, Hollywood, San Diego, San Fransico. In Hollywood was hij met een meisje naar bed geweest, vertelde hij, dat hem nu de hele tijd aan het sms’n was.
And, do you reply. Wilde ik weten.
Yes of course.
Well, how frequent.
Metallica stond aan, iets van het Black Album, het beukte over onze hoofden en liet de glazen in onze handen trillen. Buiten loeiden sirenes in andere toonsoorten mee.
Well, every other day. He replied.
So you call this every other day, vroeg ik hem terwijk ik zo duidelijk mogelijk naar zijn mobieltje wees. Hij probeerde vanalles uit te leggen, maar ik vroeg al naar de liefde.
Are you in love.
Hoe ik de klemptoon op ‘in’ legde, maakte dat ik als een zwarte priester klonk.
In Love.
Hij ontweek het hele in-love-gebeuren en ik begon over mijn liefde. Nee, nee, gewoon Liefde, zonder mijn. Ik voel het, maar ik hoef niets. De Liefde is willoos nu. Je bent ver weg, dichtbij, verwarrend. Ik weet het niet. Ik weet niet wat verliefdheid is. Wat het betekend om verliefd te zijn. De wereld is zo groot, met haar afstanden, haar dagen en nachten, haar mensen en al hun complexe individuele verhalen, en dat allemaal tegelijk. Zoiets.
We begrepen elkaar, moesten voor het eerst echt lachen en bestelden nog een bier.
Het werd gezellig en we spraken verder, terwijl ieder voor zich voortdurend de juiste woorden zocht. En het bleef gezellig, toen we later die nacht naar huis liepen, bij pizza-punten voor 99 cent even bleven kijken en ook toen ik maar liefst 9 box voor twee flessen juice kon betalen.

In het hostel ging hij snel naar bed en bleef ik nog even op om te kunnen schrijven. De chineese hostel eigenaar keek Con-Air op zijn lap-top. Het volume leek voor oost-indische dovemans-oren te zijn afgesteld en ik probeerde me niet al te veel te irriteren aan het heroisch gezeur van Nicolas Cage. Iedere minuut schraapte de hostel-eigenaar uit alle macht zijn keel, alsof hij het eten van de dag herhaaldelijk wilde herkauwen. De Siameese Duitsers sliepen al en de twee jongens uit San Diego zaten achter de computer en keken een beetje bedroefd.
En waar zit ik, vroeg ik mezelf af, toen ik begon met schrijven.
Ik had zin in een laatste sigaret, deed weer m’n schoenen aan en ging naar buiten, stapte op het terasje, daar waar mijn dag begonnen was en het duister ontspande mijn ogen.

JFK - Hostel I - take me to the bridge

Tuesday, March 17th, 2009

M (de fotograaf) en ik waren als eerste buiten. De rij- en loopstroken voor de terminal, lagen er verlaten bij. Het was er zelfs redelijk stil en de zon verwarmde de namiddag-lucht. Eindelijk konden M en ik roken. Hij belde zijn opdrachtgevers om hen van zijn behouden aankomst te vergewissen en ik belde m’n moeder om hetzelfde te doen. J (M’s assistent) kwam later. Hij en ik moesten samen een groot stuk in dezelfde richting, allebei naar Williamsburg, Brooklyn, en hadden daarom besloten een taxi te delen. We namen afscheid van M, die in Manhattan zou verblijven, en kregen een taxi met een Mexicaan achter het stuur. Er hingen groen-wit-rode vlaggetjes en banieren van Pachuca over het dashboard en om de achteruitkijkspiegel van zijn wagen. Met een noodvaart reed hij ons door de voorwijken van Brooklyn. Laagbouw, half-rottende houten huizen, hoge hekken, staal, prikkeldraad en sportvelden uit beton. De ramen van de taxi waren open en koele lucht beukte in een strak tempo naar binnen. Hartslag of muziek van een rit door verblindend zonlicht. Innerlijk danste ik mee en ik kon niets anders dan blijven glimlachen. Nederland en alles wat ik kende waren zo definitief ver weg. J had het er over hoe exciting dit wel niet voor me moest zijn.
I still remember my first time.
Tsja, dacht ik, wie niet.
And J was excited with me.
En zo zaten we samen op de achterbank nogal excited te wezen terwijl de Mexicaan het zonlicht met zijn gele wagen uiteen scheurde, en ons, in constant hoge snelheid, tussen het langzaamrijdend verkeer heen manouvreerde. We hadden eigenlijk geen haast. En ondanks de snelheid van zijn wagen straalde zelfs de Mexicaan rust uit en leek zelfs af en toe even te slapen. Af-en-toe vroeg de hij waar we ook-al-weer heen moesten. Dan noemde ik de straatnaam, de buurt en een hele reeks details, en dan herhaalde hij alles steeds verkeerd en door-elkaar. Hij had de ballen verstand van geografie. Rijden kon hij, maar de honderduizend straten, ho-maar, forget it, period. Uiteindelijk zette hij de wagen voor een rood stop-licht stil, stopte de taxi-meter en toverde stapels plattegronden vanuit het dahsboard-kastje te-voor-schijn. Sommige plattegronden waren een beetje verbrand, in de vouw-sporen van anderen kruimelden stukjes vlees en brood, maar op alle plattegronden lukte het mij de bestemming aan te wijzen. De Mexicaan begreep het niet. Hij leek zelfs niet echt op te letten wanneer ik met mijn vinger de weg voor-tekende die we nog moesten gaan. Hij is heel moe, dacht ik. Het stop-licht stond alweer een tijdje op groen en luid toeterend reden diverse auto’s rakelings aan ons voorbij. De taxi schommelde. J en ik beschreven hem herhaaldelijk en beurtelings de route.
Straight. Left. And after a couple of yards, left again. Quite simple, I guess.web-taxirit

Plotseling zei de taxi-chauffeur
Yez, Yez, stak zijn duim in de lucht, maakte een glimlach-grimas en startte de wagen.
Straight. Left. Left. Cha-cha-cha.
En zo vonden we op Varet-street, mijn onderkomen voor die week.

We namen afscheid van elkaar en J had een merkwaardig soort lichtheid over zich gekregen, iets ongrijpbaars en we beloofden elkaar in touch te blijven.

De gele wagen reed verder, verdween uit het zicht en toen stond ik daar met mijn blauwe rolkoffer uit de V&D, midden in een oud en verlaten industrie-gebied ergens in Brooklyn, New York. De zon scheen nog steeds, ik pakte mijn spullen en liep het hostel binnen om in te checken. Ik kreeg de onderste helft van een stapelbed toegewezen op een ruime slaapzaal waar plaats was voor zeker tien andere gasten. Toen ik me daar instaleerde was ik nog alleen, pas later zouden de luidruchtige en over-dramatische Spanjolen komen; en de stille en bleke jongen uit Luxemburg die je nooit echt aankeek maar die altijd wel heel dichtbij kwam staan als er ergens meer dan twee mensen samen waren; en de donkere jongen uit Georgia, die al bij het ontbijt straal bezopen en knetter stoned met een zalige grijns rondzwalkte en verloren om zich heen vroeg of er nog vrouwen waren,
where did the women go, why is it so hard,
well, it’s hard anyway, antwoordde ik dan;
en de pezige, bleke bruinkoolbrit die de hele dag binnen voor het breedbeeld scherm amerikaanse actie-series zat te kijken, voortdurend bier dronk en ‘s nachts tijdens het roken buiten op de patio over zijn overwonnen gokverslaving uitwijdde, over hoe hij op oudjaarsnacht ‘99, op de drempel van de nieuwe eeuw, bottom-rock op bed lag,
crying his eyeballs out
en leerde:
er is maar een persoon op aarde die je uit de shit kan trekken, en dat ben jij zelf;
en de twee duitsers, de zachtaardige studenten uit Madison, met wie ik twee nachten zou optrekken.

Maar deze eerste nacht was nog van mij alleen. Van mij en New York.
Het land is onzijdig, de stad is een vrouw.

Nadat ik alles zo’n beetje had opgeborgen liep ik naar buiten. Het voelde naakt maar fijn, zo zonder tas aan mijn schouder, noch met koffer aan m’n hand verder te kunnen lopen. Lichtvoetig en snel bewoog ik door de straten, nog altijd glimmend en ziels-content over hoe de tijd en de ruimte zo onaangeraakt, maagdelijk als versgevallen sneeuw, samen voor me lagen.

Ik vond het metro-station niet ver van het hostel, kocht een metrocard, nam de L-train, Manhattan-bound, en vroeg een donkere, reusachtige man met een dikke blauwe metro-jas of hij me kon vertellen waar ik moest overstappen om naar de Williams-burg-bridge te komen.
Hey man! Follow us! We’ve got go that same direction too! Man!
Ik kreeg een soort hip-hop-hand-clap en dito-omarming.
Where’re you from, man!
Amsterdam.
Wow! Shit! No kiddin’! From Amsta-focka-damn! That’s da bomb man! Always want to go there! Hell, yes I did!
We moesten overstappen, ik volgde de zwarte reus en we spraken verder. Het ging allemaal heel snel.
So, when did you came.
Arrived just today. Couple of hours ago, antwoordde ik.
Wow! Hell! And you’re on the tube already!
Yeah. Wanted to see your town right-away.
De reus van de ondergrondse haalde zijn wenkbrauwen zo hoog op dat het er even op leek alsof ze kortsluiting zouden maken met de stroom-kabels, de bedradingen van het metro-net.
Right away, huh.
Ik haalde m’n schouders kort op.
Well, I can tell you, that’s how we like it, that’s just the way how we’re used to do stuff around here, to get stuff done, ya know.
Ik kreeg weer een hip-hop knuffel en de G-train was reeds enkele stops gepasseerd.
Shouldn’t I’ve got out by now.
De reus wilde nogmaals weten waar ik ook-al-weer naartoe wilde.
Williams-burg-bridge.
Een kleine, grauwe muize-man met buiten-proportioneel grote, jampotglazen, mengde zich in het gesprek. Hij had enorme lijsten in zijn armen met daarop plattegronden van het hele New Yorksche sub-way-net-werk. Hij omarmde het papieren-gevaarte haast. omdat hij zo klein was of de papieren zo groot. Het is allemaal relatief, mijn vriend. Het licht flitste, de metro schokte en hobbelde en de passagiers deinden gewillig mee. Onverstoorbaar rustig sprak de grauwe muize-man dwars door alles heen. Zijn stem was geknepen en toch zwaar. Scherp lood sneed door de ruimte.
You should’ve got out two stops ago.
Just step out next stopt and go back two. Vulde de zwarte reus hem aan vurig aan.
Bij de volgende stop nam hij zo uitgebreid afscheid van me dat ik weer bijna een halte mistte.

Het perron was leeg en baadde in een vreemd soort licht. Ik had zin om een stukje te lopen dus verliet de ondergrondse. Boven was het donker geworden. Het was half acht in de ‘s voor-avonds en ik stond midden in het joodse gedeelte van Brooklyn Williamsburg. Om mij heen werd een mengel-moesje van jiddish en amerikaans gesproken. Meisjes met staphorst-lange-rokken giebelden; ronde, luid pratende en telefonerende Mamma’s met hun door pruiken opgevulde haardossen, Rebbe’s met lange baarden, statig in het zwart. Een van hen vroeg ik de weg naar de brug.
Hij liep een stukje samen met me op en sprak over de weg terwijl ik de naaktheid van mijn barre kruin voelde. Het voelde alsof zijn warme stem, zijn woorden mij nog meer op aarde trokken.
Adank, un gut Nacht!

Uiteindelijk vond ik de brug. Naast een stel razende fietsers en gesloten joggers was ik de enige die de oversteek nam over de immense brug die Brooklyn met Manhattan verbindt. Het uitzicht was overweldigend, ik voelde me nietig en op een prettige manier eenzaam, autonoom misschien of geworpen, je-weet-wel. Ik straalde mee met de miljarden lichtjes; met de sterren, de wolken-krabbers, de auto’s, de fabrieken, de fiets-lampen en met het diamanten gefonkel op het wateroppervlak ver, heel ver onder me.

web-vertrek-7
web-vertrek-6
web-hostel-i
web-vertrek-8

tot ziens en proost (in love part I)

Sunday, March 15th, 2009

Misschien was ik verliefd geworden, en misschien wel al veel eerder dan in Amsterdam. Ik dacht er over na toen ik naar huis liep maar kwam er niet uit. En ik dacht er over na wat het eigenlijk betekende om verliefd te zijn. De stad was stil en de lucht zacht alsof al het lente was. Ik stelde me voor dat de stappen die ik nu maakte niet veel verschilde van de stappen die ik drie jaar geleden maakte en dat ook de stappen die ik in New York zou zetten bijna hetzelfde zouden moeten zijn als deze, nu en hier. Mijn gedachten maakten steeds vreemdere en complexere vormen, deelden zich en herenigde zich met andere gedachten. Ik begon me dingen te herinneren, onlogisch en zonder orde. Misschien is de stad wel een soort vrouw, dacht ik even en ik schommelde een beetje, je kan er stilletjes verliefd op worden, je kan er voor kiezen te gaan wonen, je met haar verbinden, dan kan je alles met de tijd beter gaan leren kennen en er alsnog steeds weer in verdwalen, je door haar laten verwarren, dan merk je dat je de stad met anderen deelt en dat misschien ook zij verliefd zijn en dan begint de zoektocht naar de geheimen, de plaatsen die niemand anders kent, curiositeiten en utopieën, en dan is het alweer bijna tijd om te vertrekken. Ik fronsde mijn voorhoofd, schopte een klein steentje voor me uit toen ik de Haarlemmerweg verliet en stak de brug over. Plots zag ik iets wat ik daar nooit eerder had gezien. Meer dan drie jaar liep ik hier regelmatig rond maar dit kon ik me toch echt niet herinneren. Zoiets was me ook eens in Nijmegen overkomen, toen ik er al lang niet meer woonde zag ik ineens het ‘Wat-er-is bronnetje’, daar op de Ganzenheuvel, je weet wel, onder bij de Sint Stevenskerk, en het was totaal nieuw voor me, terwijl het er waarschijnlijk al jaren had gestaan. Nadat ik de foto van het kleine wonder in Amsterdam had gemaakt probeerde ik tijdens de rest van mijn nachtwandeling uit de letters een kloppend anagram te maken, wat natuurlijk maar half lukte en ik kwam een E te kort… Misschien waren het de biertjes, of een kortstondige koorts van de plotse verliefdheid. Wel ja; zo gaat het soms; en het gebeurt.

web-mirakelbrug

slot-essay

Sunday, February 15th, 2009

Er lag een vormloze en brede ‘holle’ weg tussen het voor-onderzoek en het uiteindelijk maak-proces van dit essay. Daarbij de irritatie over de imature onmogelijkheid daarmee om te gaan: de hang naar een ‘holisme’ nu eindelijk bij de kladden te vatten om in een zakelijke, begrijpelijke vorm te geraken. Een weg die langs en dwars door werelden van andere, deels sterk afleidende en associatieve gedachten voerde. Om dit met gestolde
voorbeelden te illustreren waardoor het essay alsnog tot een cadens, een soort variant van een conclusie, zou kunnen komen, wil ik hieronder enkele titels weergeven die mij tijdens het werk te binnen schoten. Het zijn banaal fictieve en/of gewoon ludieke titels, van onderzoeken die niet bestaan of echt nog gedaan zouden moeten worden. Evengoed zouden het conclusies kunnen zijn die uit het werk aan -en uit het onderzoek voor dit essay naar boven kwamen drijven…
|
-De lange adem van Wagner, in de nekken van zijn erfgenamen
|de invloeden op het werk van belangrijke componisten uit de twintigste eeuw
-Reis in het Morgenland, een tocht naar de bewegingsloze muziek
|vertrek van de midden-Europese muziek-traditie, dwars door Rusland tot diep in de orient
-Die Unendliche Melodie: de lange initiatie-weg naar het hart van de klank
|een geschiedenis van de spectrale muziek
-Geschiedenis als ruimte-fenomeen, opheffing van de causaliteit
|bevrijding van betekenis, wil en resultaat in het historisch-onderzoek
-Broederschap van de 25ste lengtegraad, Daugavpils, Czernovitz en Dicsöszenmárton
|intrinsieke werk-en biografie-overeenkomsten tussen Rothko, Celan en Ligeti
-Klank en Kleur: harmonieleer of klankkleur, figuratief of kleurendrama
|ontwikkelings-parallellen tussen muziek en beeldende-kunst van de 20ste eeuw (van Brahms tot Feldman & van Waterhouse tot Klein)
-“Noch mehr_er ist Mensch!” zelf-hulp voor het moderne individu
|de innerlijke dynamiek tussen het vrouwelijke en het mannelijke, van Zauberflöte over Trinstan en Mellisande tot en met Wozzeck
-Liefde en Dood: de dagelijkse was van de filosoof en de componist
|anthologie van enkele pogingen uit de 20ste eeuw om het romantisch ideaal zuiver te houden of te maken
-Historsiche leegte en cumulatie. Ontwerp voor een compositie

-Homeopathie van de Klank*): de vroege jaren van de elektronische muziek
-Stilte, laatste rustplaats voor de verwarrende extremen en verscheurende polariteiten binnen mens en maatschappij.
|Breedte-beschouwing over de tijd na 1945
-Kwetsbaarheid, emancipatie of de ware bevrijding van het seksuele denken.
|Het Vrouwelijke en het Mannelijke in muziek en litteratuur van de 20ste eeuw
-1933: het snijpunt van meerdere lijnen als brandpunt van een eeuw
|de niet-euclidische meetkunde geprojecteerd op het parallelle tijdsoppervlak 1883/1983
-Rinus van der Lubbe: een vonk in de hooiberg van het starre denken
|een chaos-theoretische behandeling van de gebeurtenissen rond om de brand in de Reichstag

motto-essay

Friday, February 13th, 2009

Muziek splijt de historische tijd en toont ons heel kortstondig wat voorbij de tijd ligt, de dubbelzinnige stroom van de muzikale ruimte“. 1)
Claude Vivier

Met dit motto als leid-draad voor het ‘essay’ wil ik een vogelvlucht maken over ‘een twintigste eeuw’, die in deze context in 1883 met de dood van Richard Wagner begint en met de moord op Claude Vivier in 1983 eindigt*).

De vogelvlucht, langs een keuze van momenten uit voornamelijk de muziekgeschiedenis, zal via twee synchrone sporen verlopen. Het ene spoor volgt de chronologie vanaf 1883 en het andere spoor vertrekt in kreeftengang vanaf het jaar 1983. Zo zullen beide wegen tot het gemeenschappelijke middelpunt 1933 leiden. Vanwege de ogenschijnlijke historische willekeur die door deze getalssystematiek ontstaat, zullen verschillende gebeurtenissen gaan co-existeren die in een chronologische samenhang of in een op thema’s gebaseerde anthologie normaliter niet zouden samen vallen. Ik wil hier aan toevoegen dat ik met de keuze voor
deze vorm niets wil impliceren noch wil toevoegen aan hetgeen reeds tot de geschiedenis hoort. Dat bepaalde gebeurtenissen via deze methode naast -of bij elkaar komen, is enkel het resultaat van een van te voren gemaakte vorm-keuze. Tevens is dit voor mij een klein (begin)onderzoek geworden naar andere vormen, dan die van de causale chronologie, om een geschiedenis te vertellen.
Amsterdam, februari, 2009
FJdB
_
*) zelf ben ik enkele maanden later geboren, wat voor mij betekend dat daar de voltooid verleden tijd van de geschiedenis ophoud, alles na april ‘83 reken ik in deze samenhang tot een ’subjectieve tijd’ die ik hier niet zal beschrijven

opdracht II [van MMJFS aan FJdB]

Monday, February 9th, 2009

09.02.2009 opdracht #2 van MS aan FdB
SCHRIJF EEN BRIEF NAER JE ‘OOM EN TANTE’ IN AMERIKA (=WAT ZOEK JE DAAR?)


lieve tante in Amerika, lieve oom in Amerika,

hoewel wij elkaar nog nooit hebben gezien
en ik niet eens zeker weet of jullie ook echt bestaan
verheug ik me zeer jullie eindelijk te mogen ontmoeten
het gaat toch allemaal nog steeds door
ik hoop het zeer
hoop zeer dat alles echt zal uitpakken
vanavond ben ik met herman en wilbert naar de amerikaanse film
the curious case of benjamin button geweest
ik vond het thema van de film maar mager uitgewerkt
er was veel saus van emoties over het verhaal gegoten
het was allemaal een zeer plastisch uitgewerkt mystiek geheel
ik had meer het tergen van de zich kruisende individuele tijden willen voelen
een prachtig tema
vinden jullie niet
hoe ziet jullie huwelijk er tegenwoordig uit
na de film sneeuwde het buiten
maar het is hier meestal te warm
dus blijft niets liggen en word hier alles voornamelijk heel nat
daarom heb ik snel maar een tram
en later nog een bus gepakt om naar huis te komen
in de tram zag ik nog een leuk meisje zitten
ik ging een beetje in haar buurt staan en dacht aan de coole looks van brat pitt in de film
jullie moeten vast minstens zo cool zijn als hij is
ik ben erg benieuwd
het meisje in de tram durfte ik niet aan te spreken geen contact te leggen als het ware
dat gaat hier in europa veel moeilijker dan bij jullie en in de films
hoe hebben jullie elkaar eigenlijk leren kennen
thuis zette ik direct de televisie aan om nog even in contact met de wereld te blijven
ik weet het
het is misschien geen echt contact
maar dat zal dan ook anders zijn als dan eindelijk bij jullie in Amerika ben
op de televisie kon ik op cnn nog even een glimp opvangen van jullie nieuwe president
het 100 dagen item over de financiële crisis
merken jullie daar wat van
ik wed van niet
jullie slaan je er vast door heen
en dat bewonder ik dan ook van jullie
die wils kracht
dat is hier allemaal een beetje anders
we denken hier veel na
in allerlei richtingen
dan lijkt het in jullie ogen misschien een beetje langzaam
hoe wij doen
dat begrijp ik
daarvoor heb ik nog een beetje south park gekeken
de aflevering met de orka
maar die kende ik al
ik hoop niet dat jullie het erg vinden dat het een van m’n lievelings show’s is
waarin amerika op de hak wordt genomen
maar het is maar een beetje
en lachen is gezond
zoals we dat hier zo mooi zeggen
tot slot zag ik de laatste scènes van city by the sea
met robert de niro
waarin zijn personage een politie agent is met een verslaafde en criminele zoon
een hele mooie film
goede muziek ook
en gave dialogen in een uitstekend spel
mooie lijnen en opbouw daarin van de acteurs
de één na laatste scène wordt de zoon van de agent opgepakt en in een politie auto afgevoerd terwijl de vader buiten staat in het tumult van een gigantisch arrestatie team zwaailichten en auto’s en zo
de vader is in zijn arm geschoten
hij bloedt maar voelt het niet
en de zoon draait zich dan nog een keer om en kijkt door de achterruit van de politie auto die hem meeneemt
en zegt iets zonder dat hij of wij
het publiek
niet horen
maar het is wat we allemaal denken
en als we met de lippen van de zoon meelezen zien we het echt
I Love You
de vader, de agent is ontroert en door zijn tranen maakt robert de niro een schitterende glimlach
vol vetrouwen dat alles weer goed komt
en zo is ook de laatste scène
de vader zit met de zoon van zijn zoon op een leeg en zonovergoten strand
en de opa zegt tegen zijn kleinzoon dat als pappa vrij is ze met z’n drieën naar de keys zullen gaan
alleen wij drieën
ik weet niet waar of wat dat is
maar als jullie tijd hebben en zin dan zou ik het gewekdig vinden als ook wij daar met z’n drieën heen zullen gaan
wij alleen met z’n drieën
ik zie er naar uit en hoop
ook al weet ik dat te veel hopen ook niet goed is
goed
ik ben benieuwd of alles bij jullie zo is
of alles er nog staat
zoals we het hier te zien krijgen
tot snel
met liefs
jullie echte neef
F.

[reis-fragment]

Sunday, January 18th, 2009

Plotseling.Zo voelde de aankomst in Zürich. Daar stond ik. Ineens buiten bij het station te wachten op jou. In de zachte motregen tussen resten smeltende sneeuw. Auto’s kwamen aan, namen de andere reizigers mee die ook net waren aangkomen en reden, zonder te hoeven wachten, weg. Ik stak een sigaret op en voelde dat mijn voeten nu op andere aarde stonden en besefte dat het nog wel even zou kunnen duren voordat jij er was. Mijn gedachten keerden om. Terug naar de ochtend van die dag. Omgeven met het maagdelijke wit van de sneeuw in de bergen. In alle vroegte waren we op skies vertrokken. Bergafwaarts, namen we afscheid van we de mooie plaats, van de hut in het besneeuwde bos. We vonden de auto terug. Die had tijdens onze dagen, op een parkeerplaatsje beneden aan de voet van de berg gewacht, in een vreemde stile, ver weg van de geluiden uit een stad. We waren moe en maakten onderweg in de auto melige grappen over nazi’s, langlaufen, liga’s, en poep. Het vermoeide -ondanks alles- lachen uit meligheid, is anders dan een ontladend gelach na een spannende, goed opgebouwde grap, maar het hield ons op een prettige manier wakker tijdens de reis. In München namen we afscheid. Niet lang maar hartelijk. JF en ik bleven achter, midden in het stadse leven voor het station. Ineens was alles weer luidkeels realistisch om ons heen. De auto reed weg en licht gedesorienteerd maakten JF en ik ons gereed om met de massa’s bagage naar de kaartjes-automaten te lopen. Het leek ergens wel alsof we dronken waren of een rol in een slapstick speelden. Ik had te weinig geld en moest nog pinnen en sleepte de tassen over de stenen vloer achter me aan.
JF probeerde behulpzaam te zijn maar alles bleef even onhandig. We konden nog even koffie drinken voordat hij bij zijn afspraken in de stad moest zijn en voordat mijn trein ging. We hadden het over geëngageerd theater-maken, over muziek en over kunst en leven zonder een politieke kleuren te moeten bekennen. Sociaal. Kunst voor onder de mensen. En gewoon. Ook ons afscheid kwam ineens. De tijd was met haar korte wieken trots door-gefladdert. De bagatellen-vogel. Na een stevige knuffel liep ik alleen verder. Het perron op, langs mijn trein. Er was een soort droefheid geweest in het afsheid en de omarming. Ik weet niet waarom. In de trein vond ik een vrij plaatsje. Ik had zin om te flirten, dus keek ik maar alvast een beetje om me heen. Een vrouw belde zeer luid terwijl ze omslachtig allerlei deitails uit de doeken deed. Een man zat verlegen tegenover haar en keek snel weg toen ik hem aan keek. Hij leek zich te schamen. Überhaupt. Een andere vrouw las uit het boekje op haar schoot. Haar ruggegraat was een gespannen boog over de letters. Weer een andere vrouw was bezig, op een nogal analyserende manier, haar complex belegde broodje in kleinere fragmenten op te delen, af en toe stak ze zo’n fragment in haar mond en slikte het zonder al te veel kauwen gewoon weg. Toen keek ik maar naar buiten. Het landschap gleed reeds grijs voorbij. Ik dacht aan Duitsland en aan oorlog. Hier in de buurt moet Dachau zijn, dacht ik. Deze ruimte. Dit voorbij glijden. Ik viel in slaap.
De reis duurde veel langer dan ik had verwacht. In Ulm stapte ik over op een diesel-treintje dat op alle tussengelegen stations naar Schaffhausen zou stoppen. Ik vond wat lege plaatsen rondom een schoon tafeltje en instaleerde mijn spullen maar liet het tafeltje leeg. Weer nam ik de omgeving in mij op. Een stelletje leek, terwijl ze toch echt wakker waren, in hun onderinge bezigheid te slapen. Iets als een direke omgeving scheen niet voor hen te bestaan, zou de trein ontsporen, ze zouden het niet mee maken, blind voor elkaars diepste wezen, en overschillig over de liefde. Verderop een ouder echtpaar. Ook blind en onverschillig voor elkaar. Maar -zo leek- zij wisten het. Zij veinzden niets meer. Geen onderling gedoe maar een stille bewegingsloze, lege ruimte tussen beiden. Ieder staartde voor zichzelf de andere kant op. Door de treinruiten. De grenzeloze, grauwe ruimte van Duitsland in. Ik weet niet of hun blikken ooit op iets stuiten. Er kwam een jonge vrouw schuin voor me zitten. Ze verichtte heel wat handelingen voordat ze eindelijk stil en gewoon zat zoals haar medereizigers gewoon en stil zaten. Eerst een papieren zakje met broodjes op het lege tafeltje. Dan nog een boek. Heel opzichtig een les-boek. Taal. Spaans of iets anders triviaals. Dan nog een mp3speler. De snoeren van de oordopjes netjes opgerold. O ja, dan nog de telefoon, niet-te-vergeten. En nog maar een sjaal erbij. Je weet maar nooit. Nee dat weet je inderdaad niet. Een ware verzameling alle-gaar stalde ze zo voor zich uit. Een klein, zekerheid biedend muurtje. En het lege tafeltje veranderde langzaam in de bonte marktkraam van haar ziel. Maar de jonge dame was wel erg mooi. Heel erg mooi. Ook al was haar trots gespeeld en flinterdun, ze bezat klasse en een soort adel. Uiterlijk. Haar huid was van het type waar ik doorgaans niet op val. Toch probeerde ik oogcontact aan te knopen. Ik was echter in een stemming waarin ik niet zo goed wist wat te zeggen behalve dat ik het niet erg vond, wanneer zij zich steeds weer verexcuseerde als een van haar eigendommen tegen mijn rustig gevouwen handen op het tafeltje stootten. Ergens voor Ravensburg kwam een man naast me zitten Hij hield zijn dikke winterjas aan waardoor hij veel ruimte in nam en bij iedere bocht van de rails mij zachtjes aanraakte. Schurend en wrijvend. Daarbij floot hij zachtjes bepaalde en verschillende melodieën die hij blijkbaar heel goed kende en waarop hij lustig voortimproviseerde door zijn alsmaar getuitte lippen. Het suisde.Ook als hij tussen zijn nummers door, even pauze nam, bleven zijn lippen getuit en bleef zijn blik strak en verheven boven de rest van het reisgezelschap. Hij ademde overduidelijk en hij leek me tamelijk tevreden met zichzelf. Een zwaktebod om zijn geisoleerde positie, ten opzichte van het gemiddelde en het ware en noeste leven, voor zichzelf steevast te ontkennen. De massa ontzweven zonder het te weten. Ja deze man was vol van zichzelf. En zo floot hij het met gespleten tong de treincoupé vol met deuntjes. Ik wilde hem op een gegeven moment echt slaan. Op die getuite lippen, met de vlakke, koude hand een duidelijke klap geven. Of tenminste hem de vraag stellen waar hij mee bezig dacht te zijn. Wat hij zich wel niet in het hoofd haalde om zich zo verheven te gedragen ten opzichte van zijn mede-reigers, hun coupé te vervuilen met zijn arrogant gefluit. Maar ik deed niets en vond mezelf net zo’n arrogante zak als mijn buurman.
En hij bleef gewoon naast me zitten tot het moment dat we samen uit de trein stapten, in Schaffhausen. Ik moest overstappen en heb de man daarna nooit meer gezien. Toch denk ik ergens dat ik, door zo over hem te denken als dat ik over hem dacht, door zijn onnodig gefluit, een karmische band met hem heb opgebouwd. Eigen schuld, Eigen boete. Of wat dan ook. Soms ben ik een groot oog dat alles willekeurig in mijn ziel, voor eeuwig op laat slaan. Geen enkel detail van de verdere reis ben ik vergeten. Niet de veel te rijk gekleedde jonge zuiplap in het daaropvolgende stoptreintje, niet de gedachten aan een eerdere liefde.
Dit is Zwitserland. En ik ben de onverstaanbaar, in grof dialekt pratende soldaten-jongens niet vergeten, noch de twee eenzame vrouwen achter lege tafels in de restauratie wagon. De ene was oud maar heel mooi. Zo zou mijn vroegere geliefde er hebben uit gezien als we tot de dood bij elkaar waren gebleven. Deze vrouw was heel fragiel. Het leek alsof ze niemand meer had en alles, behalve een uiterlijk gevoel voor sublieme stijl en gratie, was verloren. Ze had zulke duidelijke gelaatstrekken, dat de vormen de uiting leken van haar eigen psychische ambacht. Ik weet er even geen ander woord voor, psychische ambacht, dat innerlijke werken en falen van de mens, dat zich bij sommigen tekenend openbaard in bepaalde blijvende gelaatstrekken. De andere vrouw zat met haar rug naar mij toegekeerd. Ze was rond en leek me een gezellig mens. Ze maakte steeds een praatje met de ober wanner hij met zijn lege dienblad langs kwam. Ik heb dat deel van de reis dat scone dienblad nooit vol gezien. Niemand had echt iets wezenlijks te doen. Het leek alsof ze allemaal speelden op weg te zijn maar evengoed hadden ze kunnen blijven zitten tot het eindpunt van de tijd. Dat was de waarheid van het beeld en niet de waarheid van de mensen met hun individuele vertrekpunten en hun individuele doelen. Althans dat hoop ik. Niets lijkt me zo vreeselijk en etherisch leeg als bijvoorbeeld het eindpunt van de tijden. Zo kwam ik in Zürich aan. Het was half acht ’s avonds en nog steeds nam mijn oog ieder detail op, tot diep in mijn ziel. Een meisje, dat in een groepje op het peron stond, verplaatstse voor een seconde haar aandacht, vanuit hetgeen ze in dat groepje bediscussieerde, indringend naar mij. Voor een moment, maar heel stevig, hadden onze zielen waarlijk contact. Een ander meisje liep gelijktijdig op mij af. En het kleine moment leek zich te vergroten of de tijd vertraagde. Of ik een sigaretje voor haar had. Dat had ik wel. Normaal rookte ze niet. Of ik dus ook een vuutje voor haar had. Ze kwam gestrest over dus ging ik er maar gemakshalve van uit dat er iets goed met haar loos was en wenste haar succes. Ja dankje. Antwoorde ze me alsof ik haar begrepen had en liep weg.
Toen stond ik buiten. Bij de taxi’s en wachtte dus op jou mijn vriend.

SAMEN IN LIEFDE LIGGEN

Tuesday, April 17th, 2007

zing
vrij
nat
zon
zoet en zout lichaam
en als de zon
ondergaat
.
.
.
.
.
.
.
.

rook-ode

Thursday, April 5th, 2007

hardop reciteren
-

kommm 
kommmmovermemond

drukmijnlongenzwartnaarbuiten

kommmvormgegevendoorhetvuurbrandt

ikhoujeaan
ikhoujeeraan

vuurvlamkommmmmetmmmij

wesstoppennnnmmoooinoooitwij
ennnalssss

dannnnn
innnnn

asss

vergeetmeniet…

Wednesday, March 28th, 2007

o huidenvriend
spaar mijn huid
laat me gaan lijvenlief
mijn vege lijf
redt ja redt mij toch
en vreet me niet

neem me…

Friday, March 2nd, 2007

neem me
me hand
pak me
trek me
uit het huis

sleur me
sleep me
naar buiten

leg
een stel woorden
in me oren

onder wachtende
bloezemloze bomen

IN CELLOFAAN

Monday, February 12th, 2007

spullen in cellofaan gedaan
en vertrokken
de deur van het huis twee maal op slot
goed dicht goed
dicht
alles binnen is verpakt
in cellofaan
tot volgend jaar mijn schat

[zonder titel]

Saturday, January 27th, 2007

vanachter de maan
in gedachten
wachten drie bloemkolen op een gitzwarte akker
ze wachten
in gedachten vanachter de maan

EEN DODE DRENKELING IN EEN ZEE VAN DRANK

Wednesday, November 10th, 2004

elf elf begint
aan vang
vergeten wat ik dacht
het is weer nacht
om te slapen

een wolk dromen
boven mij
afschuw lijk
dicht bij
drijft zij
regenloos aan mij
voorbij

ik bid om droomregen

het elektrisch kacheltje
blaast de kamerruimte vol warmte
droge warmte
droge lucht
late lucht

laat de lucht bewegingsloos en
alles rust en zwijgt en slaapt
ogenloos of ongezien of blind

in het lijf
dat waakt
het vlees dat niet slapen kan
daar huist muziek en onrust in

kalkachtig klankenspel
bottenmarimba
knekelxylophoon
bloedstrijkers hoog
ronkende leverblazers
galklavier pling plong en zo

in een café alle waarheid nogmaals uitgesproken
ik dronk en gedronken en heb verder gedroken
in plaats van alle echte woede
in plaats van slaap

misschien

levensloze begrippen de wereld ingestuurd

misschien

een soort boog door de lucht waarvan de uiteinden stevig in de aarde staan

de aarde

in welke weet ik even niet

misschien een illusie of wat dan ook
en ik
(een dode drenkeling in een zee van drank)

taak-verdeling

Wednesday, April 9th, 2003

en wie van ons
kijk er even
achter de schaduw?

scheur mij

Saturday, April 5th, 2003

scheur mij de tijd
uit haar kaft
en vergeet
wanneer
ik wederkeer

backere

Sunday, March 16th, 2003

er is zoveel warme liefde in mij
dat ik er een brood mee zou kunnen bakken

Marieken uit bronze

Wednesday, January 1st, 2003

bewust maakten we allemaal de jaarwisseling mee
we waren naar de Waag gelopen
midden op het plein stond Marieken uit bronze
op een sokkel met een mandje om haar arm
op de sokkel stonden woorden over god en de duivel
het deed me denken aan Faust
het hopeloos roepen om iets
een tijdje stonden we bij het beeld te wachten
zodat we de kerktoren goed konden zien
vele eeuwen eerder was Marieken hier door Moenen de lucht in getilt
en weer neer gesmeten op straat
op een blauwe steen
zeggen ze
en ze had het
goddank
overleefd
daarna begon voor haar de lange inwijding van het leven
inmiddels wezen de wijzers van de kerktoren allebei precies
naar het gouden kruis
boven op de torentop
en het nieuwe jaar was begonnen

zevende nacht

Wednesday, January 1st, 2003

Ergens.
We zaten ergens.
Ik heb mezelf niet meer
in een toestand weten te brengen
waarin ik me de droom
nog her-inner.

sonate vorm

Sunday, November 10th, 2002

voorwas
hoofdwas
spoelen
centri-fugeren

wc

Tuesday, November 5th, 2002

luister:

klinkt het doortrekken
zowaar niet als een
groots applaus?

trein: r’daal - a’dam

Tuesday, October 29th, 2002

In Den Bosch stapte ik over op de trein richting Haarlem.
Ik had herinnerrigen aan mijn tante uit Roosendaal meegenomen waaronder het kleine griekse gitaartje, die onhandig aan mijn arm bungelde terwijl ik de trein in stapte. Een verwaaide grijsaard stapte gelijktijdig in en vroeg of ik wist waar de rookcoupé was.
“ik ben op een receptie geweest, weet u, ben geen grote roker maar moet nu echt even een sigaretje heisen en wil een rookcoupé!”
Zijn adem geurde krachtig naar bier. Waarschijnlijk van die receptie.
Ik antwoordde de man dat hij me kon volgen, en terwijl we ons onhandig tussen de medereizigers doormanouvreerden naar de rookcoupé, ging mijn telefoon. Ik voerde een kort gesprek met de andere kant van de lijn en de man, die dronken van zijn receptie achter mij aan zwalkte, voerde ondertussen en luidkeels een gesprek met mij. Ik weet niet meer waarover.
Toen we de rookcoupé eindelijk bereikten namen we plaats en hing ik op. Ik had gezegd bij een betere gelegenheid terug te bellen. Inmiddels had de receptie-man een gesprek met twee zeer donkere Roemenen aangeknoopt. Ze verstonden hem niet. Op luide toon verkondigde hij zijn medepassagiers uit het raam te gaan springen, uit de trein of uit het leven te willen willen stappen. Ik zei hem dat het de bedoeling was in de trein te blijven zitten. Blijkbaar was hij door de drank zo week geworden dat mijn ook woorden invloed op hem hadden. Hij bleef, stond af en toe op alsof hij iets wilde gaan doen en ging dan weer zitten. Meisjes van een jaar of twintig, giechelden en gingen hun vriendjes bellen. Tegenover zat een Iraanse moeder met haar zoon ingeklemd tussen grote bollende boodschappentassen. Ik glimlachte naar hen. Soms kruist het lot in al haar snelheid onderlinge levenspaden. Iets verderop zat, in het niet rokers gedeelte, een jongen shag te roken. Zachtjes irriteerde ik mij aan hem en pake uit een van mijn tassen een van de sigaretten die ik uit het huis van mijn tante had meegenomen. Ik kon geen aansteker vinden en begon ook de andere tassen, duidelijk zichtbaar, te doorzoeken. De jongen met shag in het rookvrije gedeelte zag dat, hield zijn aansteker in de lucht en gooide die, met een grote boog, dwars door het treinstel, over de hoofden van de mede-reizigers, naar mij. Ik ving het ding, stak mijn peuk aan en gooide de aansteker met eenzelfde boog terug naar de eigenaar. Ondertussen stak ik, bij wijze van dank-je-wel, mijn duim in de lucht. De jongen met shag ving de aansteker, waarna hij bij wijze van graag-gedaan, ook zijn duim naar mij op stak. Toen ik in Amsterdam uitstapte had ik zin om bier en vruchtensap te kopen. De supermarkt bleek echter dicht. De stationshal was gevuld met een oorverdovend kabaal. Een bouwvakker stond helemaal in zijn eentje, midden in de hal, met een sigaar in zijn mondhoek, met een enorme cirkelzaak in de vloer te snijden. Buiten vond ik mijn fiets terug.

Goldener Engel

Saturday, September 21st, 2002

die Begegnung zwisschen Raum
und Zeit
ist eine Streit
der Ewigkeit

die nacht had ik een droom…

Sunday, July 7th, 2002

… er was een gebouw, een theater, met een klein zaaltje.
Mensen liepen naar binnen.
Hier en daar hing een gekleurde neonlamp.
Veel groen.
Een man hield een voordracht.
Hij deed het enthousiast.
Het bleef onduidelijk waarover de voordracht ging.
Ineens zag ik dat een stel mensen zich in een halve cirkel, achter, om het publiek hadden geschaard.
Zij leken allemaal broers en zussen van de man die de voordracht hield.
De halve cirkel van mensen, die het publiek nu geheel omsloten, begon gelijkmatig te bewegen; van voor naar achter, van voor naar achter, of van buiten naar binnen, steeds sneller en synchroon.
Het had iets extatisch, maar wat vreemder was, de mensen uit het pubiek raakten allemaal hun gevoel voor orientatie kwijt.
De voordracht-man riep dat we op een deinend schip zaten. Toen hield de beweging op. Ik leek zeeziek.
De voordracht man bedankte zijn broers en zussen, het waren er minstens 25.
Vervolgens ging één van de broers op lange stokken lopen, als waren het stelten. Ook hij had het publiek iets te zeggen, wederom bleef het vaag wat precies. Ook de reacties om mij heen bleven onduidelijk en onverstaanbaar.
Tot slot was daar weer de voordracht-man.
Er stond nu een stellage op het podium waar hij in klom.
De sfeer werd killer en meer donker.
Aan de stellage was een electrische katrol, waaraan een ketting zat. Aan het andere uiteinde van de ketting zat een soort haarband.
De voordracht-man deed deze haarband in zijn haren en sprong.
Hij sprong van de stellage af, de haarband omklemde zijn hoofd en hield hem vast, de ketting tussen de man en het katrol stond (sprong) strak.
Met gesloten ogen daalde hij langzaam naar beneden.

Mij lukte het niet om in de haarband vast te blijven zitten.
Telkens als ik een klein stukje in de lucht gehesen werd schoot de haarband weer los.
De voordracht-man vertelde me dat ik mijn ogen moest sluiten en dat ik mijn adem met druk moest inhouden. Het mocht niet baten, ik gleed steeds weer uit de haarband.
En weer voelde ik dat de sfeer om mij heen grimmiger werd.
Onduidelijker en weer vager bovendien…
Zonder er erg in te hebben wat er precies allemaal om mij heen gebeurde werd ik in een stroom van mensen mee naar buiten gevoerd.
Ik kwam iemand tegen die ik alleen uit mijn dromen ken.
Hij sprak tot mij:
“Ik als tweede-hands autoverkoper geloofde altijd alles, maar dit gaat er bij mij toch echt niet in!”
Hij was boos.
Het gevoel van opgejaagd te zijn door de sfeer, en de angst voor wie de voordracht-man was, deden mij weglopen, ik trok mij terug uit het zicht om een hoek.
De spanning was te snijden.
Mensen liepen woedend en verontwaardigd door de straten. Ik bleef alles even gade slaan, vanachter de hoek.
Men bleek niet meer te geloven in hetgeen de voordracht-man had verteld.
Gelukkig kwam ik twee mensen tegen die te vertrouwen waren, ik weet niet waarom, ze waren gewoon te vertrouwen.
Dit voelde al wat beter.
Later kwamen we twee meisjes tegen, die één van de twee anderen reeds kende.
We gingen terug, nu met z’n vijven, richting de zaal…
We waren daar nog geen ogenblik of ik had hen, die ik vertrouwde, al kwijt geraakt…
Hoogst onprettig.
Ik ging maar dicht tegen het gebouw aan staan en hoorde uit het geroezemoes dat de voordracht-man nog steeds niet naar buiten was gekomen.
Het leek wel alsof de meute buiten de man iets aan wilde doen, hoewel, andersom zou ook heel goed mogelijk kunnen zijn, bedacht ik met grote ogen.
Grauw licht rondom mij.
Ik wachtte en daar voor de ingang van het gebouw, waarin de voordracht-man zich vermoedelijk nog bevond, daar stond een reusachtig wit-grijs paard, een machtige schimmel, te briezen.
Het grote dier droeg een zadel met daaraan een gouden staf met krul gegespt.
Het paard briesde vervaarlijk, stijgerde alsof het weg wilde, weg van de drukke menigte.
Het stijgerde nogmaals en rukte zich toe los, uit de teugels en hengsels waaran het dier tot dan toe vast zat.
Woest gallopeerde de schimmel weg, dwars tussen alle mensen door.
Een massale schok ging door menigte en mijn telefoon ging af, maar het lukte mij geenszins om op het schermpje te kijken wie mij belde, de telefoon bleef over gaan, steeds weer en het lukte mij niet eens om het ding te pakken te krijgen hoewel ik het toch zo duidelijk en dichtbij hoorde.
Langzaam werd ik wakker, het lukte mij mezelf terug te vinden in bed.
Verbaasd, heel verbaasd en dieper, dieper in mij nog en gevoel, een heel ander gevoel.
Naast mijn bed lag de telefoon met de blinkende vermelding van één gemiste oproep, onbekend nummer.
Tot op vandaag weet ik niet wie mij uit die droom heeft gehaald.

LIDWOORDEN EN ALLEGORIEËN ALOM: EEN KLEIN PAAS-Anthologietje

Sunday, March 31st, 2002

De kraamkliniek van mijn gedachten is al weer een tijdje geleden ontruimt door de inspectie van een totalitair regime. Het totalitair regime van Ander.
De absolute heerschappij van de wil van Ego en Vriend.
De Klootzakken die álles herhalen wat al gezegd is waar zij niet bij waren.
De Hufters die alles denken te kunnen maken, weetje waarom?
Omdat de Hufters zich niet de moeite konden nemen om zich ín te leven,
in het leven van de ander (zonder hoofdletter met lidwoord). En als iemand uit de kring weg kwijnt van zulk een ongerief, als iemand uit de groep nimmer meer wederkeerde van zijn/haar sigaretten koop, dan is niemand schuldig en zijn allen opgelucht.
En als iemand een bierviltje achterlaat, laat laat op d’avond, een vilt met woorden van geluk en peinzen, wordt deez’ weggewerkt uit de herberg lijk al het vuil wat er was van d’avond.
En als ze vraagt of hij met z’n gezicht nu eens in haar ogen wil kijken, en als ze hem vraagt om nooit meer achter haar te de dansen, dan doet hij dat even en vergeet het weer. De drank heeft zijn gedachten in een greep van dwang en klem, hij vergeet en vergeet na een tijdje maar weer en keer en glijd door op de glibberige zijde van zijn ziel….
En zij verdrinkt tussen de rest van de feestgangers.
Zaterdagavond acht november negentien achtentwintig.
Het doet er niets meer toe wat gebeuren gaat, hij is zigeuner, niemand neemt hém in zijn/haar greep. Hij zoekt het elders en proeft de landen als wijn en verkoopt het zijne en blijft gelukkig zo in leven.
Het water klotst zachtjes tegen de kaai, het hoeft niet meer van hun twee als dat het ging. En als laatste liefdesdaad springen beide, zwemmen beide, ze zwemmen dat het leven ervan af hangt naar de voorgeborchten van de dood.
Het weten dat mensen nooit meer bij je zullen horen is een weten dat velen laten bedelven door een sediment van sentiment van valse hoop op vals geluk.
 
Je mensen, onze mensen of Vrienden zijn klootzakken die alles herhalen terwijl ze het maar een keer zeggen. Op jou komt het over dat het herhaalde woorden zijn omdat je onderhand al best wat vrienden kent/ mensen hebt.
Je mensen willen aansprak op delen die alleen jouw behoren, alleen van jouw alleen zijn. Maar Ander denkt het echt goed te bedoelen, ze willen je eren, duizend keren. Duizend maal, allemaal.
 
Momenten uit het leven wil ik geven,
het geluk bij de bonte lemmingenkermis in de stad
of toen het kereltje sprak in de Kruidvat:
mag ik alleen rondkijken, heel even?
 
Weetje waarom ze het jouw kwalijk namen toen je verdween? Neen? Het was de schuld van Ander maar die mocht het niet zien. Ze wilden niet zien, allemaal niet. Dat zou een ondragelijke pijn doen ontketenen in de zielen van je mensen.
 
De grootste spin op aarde is gelukkig een metafoor en leeft alleen op papier en elders behalve in de materie. Weet je wat jammer is?
De grootste spin op aarde is de schuld van het verderf van vandaag en nu.
We zitten in haar net terwijl er geen net is, we worden beheerst door een metafoor op papier, en dan wordt het gevaarlijk!
We weten het echter kunnen het nimmer veranderen daar we de oorzaak willen vernietigen en vergeten zijn hoe we de zaken veranderen. We zitten vast op de banen van een net, anders mogen we niet bewegen, want dat breekt de mens, dat breekt de kring, dat breekt de ring die ons in de ban houd. Zie het, alsjewil, als een victoriaans-servet-ring, jij bent de servet.
Correctie: Wij allen zijn Één servet.
Na gebruik, foetjie(!), bevlekt met de resten uit de mondhoeken van Bacchus, foetjie(!), in de ring terug…
 
Ik
Ik ben van plan om vanaf nu mijn kraamkliniek ondergronds weer op te bouwen

Koorddansen op de draden van het net dat Ander beheerst, de Ring randen glimmend poetsen, de servettenring die Ego smeedde
en dan

dan mag alles breken
als vertraagde beelden
als aaneengeregen momenten
mag alles in Één storten
met die schoonheid van geweld

maar er werd gebeld
en ik moest nog
opendoen

En wat ik nog het allervreemdste van vind is dat je vrienden tweeduizend jaar na je merkwaardige verdwijning je dood vieren terwijl ze zich bezatten met je bloed zich te goed doen aan je lichaam. Terwijl ze heus wel beter wisten en wisten dat je elders stond te praten.

Het graf is leeg en het geluid is omgekeerd en beweegt zich in duizend tongen naar alle richtingen. De Klanken zijn omgekeerd, graden gedraaid, van gedaante gewisseld en van toonaard verandert, gemoduleerd en getransponeerd in alle facetten van het Al.
En als je zwijgt luistert en kijkt, pas dan heb je gekeken gezwegen en geluisterd en pas dan kan het zich voltrekken.

TIJD

Wednesday, March 20th, 2002

webtijd1

TAAL

Tuesday, March 19th, 2002

webtaal1

ZIJN

Monday, March 18th, 2002

webzijn1

Carnavals-kraker-tekst

Sunday, February 10th, 2002

en we gingen met z’n allen naar Heerhugowaart
alwaar on het eten uit de bek werd gespaard

in geval van nood handrem geruiken en ruit inslaan
in geval van nood handrem geruiken en ruit inslaan

de trein reed alsmaar harder; veel te ver door
geen van ons hield het nog uit, dus zongen we in koor

in geval van nood handrem geruiken en ruit inslaan
in geval van nood handrem geruiken en ruit inslaan

[notitie]

Monday, January 14th, 2002

“ik zit op de bank in de woonkamer.
lang kijk ik naar nietszeggende middag-programma’s op de televisie.
ik zet de tv uit en blijf zitten.
er gebeurt iets.
er gebeurt iets met mijn oren.
de luchtdruk buiten lijkt plots drastisch te veranderen.
mijn trommelvliezen klikken overduidelijk om binnen- en buitendruk gelijk te stellen.
ik realizeer me dat de druk buiten wel heel snel verandert is.
als of een vliegtuig veel te snel moet landen, zo voelde het aan mijn hoofd…
dan zie ik beelden:
een meters hoge en brede muur van kolkend, vies-grijs water raast vanuit het westen het land in,
stroomopwaarts, recht tegen de waal in en kilometers per seconde.
de afschuwelijke water-muur nadert het leven, dood-snel.
de luchtdruk lijkt nogmaals te veranderen.
met moeite klik ik mijn oren, nu door te gapen.
in mijn beelden-storm is de wal van water, de woedende vloedgolf niet meer ver van waar ik zit.
afgrijzen jegens mijn beelden.
in een huivering sluit ik mijn ogen.
het voelt koud.
ik maak mijn geest helemaal leeg in afwachting van de grote, nietsontziende dreun, een klap tegen mijn ruggegraat, op mijn nek, tegen het achterhoofd…
het kan maar heel even verschrikkelijk veel pijn doen.
één seconde, alle doods-pijn
ik haal heel diep en langzaam adem en open mij ogen.
alles ligt er even roerloos en rustig bij als tevoor.

frisse lucht.
ik ben duizelig en moet even frisse lucht hebben.
ik loop met de hond langs de rivier waar alles gebeurde.
de dag is grauw en stil.
mijn gedachten, mijn lichaam, lijken totaal verdooft.
de sfeer om mij heen, blijft drijgend en drukkend.
iets is op afschuwelijke wijze zo-even verandert. onomkeerbaar verandert.
in het diepste van het zijn is alles van innerlijke gedaante verandert. Alleen de huiden, de schillen van vlees, zijn hetzelfde gebleven. Die bedriegen vanaf nu hun binnenkant en ze verbergen nu iets nieuws.
ongemakkelijk, zo vol van ongemak.
ik weet geeneens of ik ik echt wel hier loop, het voelt alsof ik het echt niet weet,
“kijk daar loopt een jongen en hij heet..”
Toen ik weer terug thuis was ging ik 12 minuten in bed liggen…
het voelde allemaal hoogst onstabiel.
mijn bestaan was aan het koorddansen op spinnenrag terwijl ik in wachtend in bed lag tot alles definitief zou vallen.

die avond heb ik een vriend (N?) aan de telefoon, draadloos.
en ik loop ondertussen weer met de hond aan de waaloever.
de vriend leest een duits gedicht voor.
een gedicht over vriendschap en het raakt me ineens heel diep allemaal..
de vriend stopt met lezen
het is lang stil
hij verweg
ik hier aan de waaloever met een stille hond die met lichte poten cirkels om mij danst
dan legt de vriend uit dat hij het boek toevallig op de bladzijde van het gedicht opensloeg
en hij zegt dat hij toevallig net stopt maar dat het gedicht eigenlijk nog verder gaat
de vriend leest de tweede helft
nu pas wordt het duidelijk, dat het gedicht een ode is
van de dichter aan zijn vriend
en de vriend is dood
niemand mist hem, behalve de dichter
weer is het stil
de vriend zegt mij dat hij het eerste gedeelte echt voor mij had gelezen
het tweede deel was eigenlijk niet voor mij bedoelt
zegt hij
ik vertel hem dat ik vanmiddag gestorven ben
en hij moet er niet om lachen

weer kom ik thuis
ik zie dat de fiets nog een slot nodig heeft
ik bedenkt twee droevige liederen die ik later aan de piano uitwerk
twee droeve liederen over het verstrijken het almaar snellere voortgaan van de tijd
schip zeilt over de grote, grote de tijd
met een spoor verleden achter zich
verleden dat steeds verder uitdijdt
en verwaterd in de grote, grote tijd
tegen het einde van de nacht loop ik nog snel in een ochtendjas naar buiten om het twede slot om de fiets te leggen
het is alweer heel koud
het vriest overduidelijk
ik hoor schoten vanuit de verte
ik zet de fiets tegen het huis op slot en weer hoor ik twee schoten afgevuurd
ik huiver en kijk op de weg

de dag is gesloten
ik heb zekerheden in mijn hart
die daar vereeuwigd zijn
de zekerheden weten zelf dat ze daar zijn
dat blijft
hoever de tijd ook bevaren zal worden
in liefde”

ik droomde

Tuesday, January 1st, 2002

ik droomde een zandpad door de woestijn
en dorst droomde ik ook
ik droomde van een stal waar mensen echt gelukkig waren
kleine kabouters vlogen luidkeels lachend onder een regenboog droomde ik
en ik droomde van die clown die gister daar maar stond en niet bewoog
koele sneeuwklokken op lentebloesem droomde ik
en ik droomde te vechten met demonen in het duister van mijn hoofd
een grote grauwe engel kuste mijn hart wakker droomde ik
en ik droomde van tranen die brandhaarden blusten

020 62001…

Saturday, June 2nd, 2001

soms zijn er momenten dat het lijkt alsof de wereld om je heen draait
jij als middelpunt van een cirkeltijd
in slow-motion, net als in een film
momenten dat jij stilstaan en één bent met jezelf
dan ben ik even dood

het terras en haar leed

Wednesday, May 2nd, 2001

twee vrouwen lachen plotseling even luid
om de verschrompelde rimpelige huid
van de appel in het plastic zakje
die door één van hen uit de zwarte canvas tas tevoorschijn wordt gehaald

de andere vrouw ordent haar haar terwijl de wind er mild mee speelt
de eerste staart ondertussen weer dromend over ‘t plein en likt resten slagroom van haar vorkje

een korst van de appelentaart wordt nauwgezet uitéén gepulkt en traagjes ontleedt terwijl af en toe een kruimel in haar mond achter paars beschilderde lippen verdwijnt
hun huid is nog strak
en nog steeds lachen de vrouwen luid
trekken theezakjes
ordenen hun handtassen en krullen zich barrevoets inéén
op de plastic-rieten-stoelen

elders
spreekt men
over letterenkunde
en
aan tafel 5 praten vier vrienden muzikanten over hun cd luidkeels

een autobus
rijdt langzaam voorbij met open deuren waaruit het dreunend geluid
van een lawaai-machien
stamt

de appelentaart is nu op
het luidkeels lachen eveneens

ouders met drie kinderen
waarvan de oudste hun éigen en de andere twee ge-adopteerd of uitbesteede oppaskinderen zijn
eten ijsjes zoet
ze eten en likken
ze schreeuwen
ze snoepen en genieten

oh zon
oh hoog heet wonder
aan dit firmament zo blauw

de twee oudste kinderen
waarvan de één de ander niet is
hebben hun ijsjes op
de ouders ook
de twee oudste kinderen mogen nu op het pleintje
krijgertje spelen
vader rookt ’n sigaartje
moeder steekt met zijn vuur haar peuk nu aan

de ouders inhaleren diep en
paffen breed
hun hoofden hullen ze in blauwe rook
voor een moment
en
het kleinste kind kan het aardbijen ijsje niet meer zo goed op
het bleek toch groter dan verwacht

het kleinste kind lijkt best alleen
 
moeder wil het kleintje helpen
neemt wat happen uit het ijs
er lekt wat rook uit haar mondhoeken
de damp zakt traag
uit de gaten van haar neus
zo het hoorntje in
 
langzaam lekt de nicotine uit mamma’s mond
langzaam het sompig sponzige wafeltjeshoorntje in
trekt naar binnen
diep naar binnen
als het gif

de gift van materie
 
mamma geeft het laatste restje ijs terug
aan het kleintje
dat kan ze zelf wel op
 
twee vrouwen lachen luid
als ik beter kijk
zie ik draken drinken

VANMORGEN HUILDE IK VAN 10:23 TOT 11:41

Thursday, February 8th, 2001

Van 10:23 tot 10:26 huilde ik vanwegen alles wat ik niet deed maar gemakkelijk gedaan kon hebben
Van 10:26 tot 10:27 huilde ik om mijn vrienden die er niet zijn, die weg zijn, té ver weg zijn,
Van 10:27 tot 10:29 huilde ik om alles dat onder mijn handen mislukken zal en kapot ging,
Van 10:29 tot 10:32 huilde ik uit boosheid en woede jegens mijn moeder; de overheid,
Van 10:32 tot 10:38 huilde ik om de doden met wie niet meer gezopen kan worden,
Van 10:38 tot 10:39 huilde ik om de lekke fietsband die ik verdoemde nog moet plakken,
Van 10:39 tot 10:42 huilde ik omdat ik het uit hopeloosheid niet meer zó uitstekend weet,
Van 10:42 tot 10:48 huilde ik omdat ik jouw, mijn teerbeminde, zo intens mistte,
Van 10:48 tot 10:50 huilde ik omdat ik nog enkele brieven zou willen posten,
Van 10:50 tot 10:56 huilde ik omdat ik nu écht even iets Anders wil dan det, dot, dit en dat,
Van 10:56 tot 11:02 huilde ik omdat ik wil vluchten, maar ‘k weet niet waarheen, dus kan ik het niet,
Van 11:02 tot 11:10 huilde ik omdat je soms zó heerlijk liefbent en sóms juist weer helemaal niet,
Van 11:10 tot 11:14 huilde ik omdat de bruikbare, kostbare tijd gewoon maar doorstroomt,
Van 11:14 tot 11:17 huilde ik omdat ik honger had maar niet zoveel als mensen met échte honger,
Van 11:17 tot 11:22 huilde ik omdat ik nu even niet weet of ik nu wel of niet bij je wil zijn, of weet jij het niet,
Van 11:22 tot 11:23 huilde ik omdat ik geen servetten vond om mijn tranen mee te drogen
Van 11:23 tot 11:41 huilde ik terwijl ik naar de supermarkt liep om servetten te kopen zodat ik mijn tranen zou kunnen drogen,

En de supermarkt was open

[2 notities]

Tuesday, December 12th, 2000

I.
“In het maanlicht,
omhelsden twee lantarenpalen
elkaar”

II.
“De taxateur veliet vergenoegd
het vers-getaxeerde pand,
wat een geluk voor de eigenaar,
het pand stond nu pas in brand”

[notities]

Wednesday, November 1st, 2000

(de helft van een gesprek)

nee, ik wil niets met Maarten op lange termijn geregeld hebben…
ik heb nog wel een spaarpotje van tweeduizend en nog wat…
…Internet…Problemen…
Theo zegt…
dát zegt ‘ie, ja!

nee, cd’s nog niet…
alles wat op 30 juni staat is afgeblazen…

ja, kan gekocht worden…

lekker gevoel, hè, Alfons, dit is voor het eerst in mijn leven.

Jazeker!
Zeker omdat je dit soort dingen op een lap-top kunt doen.

Jasmijn…
Ik zit eigenlijk al vol vandaag.
Ja, ik zit eigenlijk te te wachten…
nee, nee, het probleem is eigenlijk dat ik niet weet of ze dat al nodig hebben…
Baas belt daar nog over terug…
Ja, met modem en afstandsbediening…
drie vijf en zestig, dat ding is maanden oud!
(kind speelt met furby)
Ik ben daar héél voorzichtig in, dat snap je natuurlijk!
(dan plotseling snel afrondend)
wanneer ben je vrij

[2 dromen]

Thursday, October 5th, 2000

I.
‘k Sta in een Restaurant en roep de ober:
“Pappa!”
De ober draait zich om, een beetje lacherig antwoord hij, en doet hij het me voor:
“Je kunt óf in met vingers knippen, óf fluiten óf gewoon roepen,
maar op dat soort dingen reageer ik niet, daar begin ik niet aan hoor”.
II.
Ik ga naar een duikcentrum om te duiken en krijg meteen toestemming daarvoor.
Ik loop verder, door vreemde architektuur, recht toe recht aan en jade groen.
Ik verdwaal.

[zonder titel]

Wednesday, September 20th, 2000

Laag hingen de wolken boven zee.
De zon was al langer weg. Het was koud.
Ik stond op de stijle rotsen met heel diep onder mij die zee,
gruisloos en donker.
Ik rilde en omarmde mijzelf om het warmer te krijgen, geen resultaat.
Het zwarte water en de lage wolken nodigden mij uit.
Ik kon wel springen.
Er stond een kiene bloem aan mijn voeten, de enige, zij sprak tegen mij maar ik luisterde niet.
Spieren spanden zich, zuur in de keel, ik schoot los van de rotsen, en voelde geen grond meer onder mijn voeten.
Er ontplofte iets, heel diep, ver weg in mijn buik. Het voelde fijn.
Ik viel, het leek een eeuw te duren dat ik viel, een eeuw waarin niets, maar dan ook helemaal niets in gebeurde.
Uiteindelijk landde ik op een enorme vluegel.
Ik keek een engel aan.
”ik breng je wel naar huis”, zei de engel.

morgen…

Saturday, September 16th, 2000

“Morgen is alles anders…”
zei God eens tegen mij
Maar stiekem wist ik
dat ik het zelf eigenlijk zei-

[een kort sprookje]

Monday, August 7th, 2000

Saake en Koobe liepen over de straatweg, op weg naar de bakker, om zoete broodjes voor bij de ochtendkoffie te kopen. Daar verscheen hen plots de duivel.
“Ha haa”, zei de duivel met boozen stem.
“Wat moeten jullie twee, zo vroeg ’s ochtends op deze straten?”
“We zijn op weg, naar de bakker, om zoete broodjes voor bij de koffie te kopen”
De duivel had het echter slecht voor met de twee en verleidde hen ertoe sterke drank en kauw-tabak van het geld te kopen.
Eenmaal thuis, kregen Saake en Koobe met vaders harde hand van doen.
Vader was niet gedient van zulk een rot-smoes.

[notities]

Friday, July 7th, 2000

We gebruiken tijd vooral als aanduiding, om ook dingen te kunnen indelen, handig en overzichtelijk voor ons, in toen, later en nu.
We kaderen iets af, iets wezenijks iets essentieels, we creëren voor onszelf een bepaald contrast tussen toendertijd en vandaag de dag, opdat iets uit vervlogen dagen een vaste, onbewegelijke plaats in de tijd krijgt, zodat we ernaar kunnen kijken als naar een steen of standbeeld. Zodat we niet hoeven te vrezen dat ons iets van achter kan treffen, ineens plotsklaps. Zodat we op nu, maar nog liever op morgen gefocussed kunnen zijn.
Maar houden éénmaal begonnen dingen, werkelijk op?
Als iemand is gestorven, dan is het sterven inderdaad opgehouden maar dat diegene gestorven is, dat blijft altijd doorwerken. Strekken de consequenties van een ver verleden zich niet gewoon tot ver, heel ver in de toekomst uit, verder dan een mens kan overzien?

[notities]

Friday, June 23rd, 2000

Treinmijmering op weg naar de notaris in Voorschoten.
Daar staat de fiets van mijn vader en nog wat ander klein spul.
Vier jaar na dato kan ik die dingen nu dan eindelijk af komen halen.
Het wagentje met versnaperingen komt langs, ik bestel een koffie.
De opgewekte bediening schenkt het bekertje extra vol.
Misschien is het koffiekraantje wel defect, relatieveer ik.
De avond darvoor had ik ook koffie geschonken. In de pauze van een toneelstuk op school.
Ik denk over wederkeer van bepaalde daden. Goede daden.
Een kopje extra vol met koffie serveren lijkt mij een goede daad.
Volle kopjes koffie maken de mensen blij.
En blije mensen infecteren met glimlach of lieve woorden andere mensen met blijdschap.
Binnen de kortste keren heb je zo een hele stad blij gemaakt.
In dit geval de bediening een hele trein en daarbij alle steden waar de trein stopt.
Die mogelijkheid lijkt plausiebel.
Ben ik nu een soort godheid, of was het koffie kraantje stuk?
Als ik dit zou weten in plaats van vragen dan was ik een godheid, ja, ik ben er dus geen…
Het koffiekraantje zal wel gewoon stuk zijn geweest.

[zonder titel]

Sunday, April 23rd, 2000

in duisternis
fiets ik
over het pad

op de lichteilanden van de lantarens
nadert steeds een zwarte gestalte
haalt mij in en lost weer op

bij ieder nieuw eiland
nadert de schim
en wint telkens weer de oversteek

[zonder titel]

Saturday, March 18th, 2000

…dat is een vertrouwde beweging, zo, hoe die melodie, een oude zak herinneringen openscheurt.
Als lang opgesloten vilnderzwerm, fladdert alles d´r uit, zo hopsa, de ruimte in.
De kamer vult zich met vleugels.
Zo een duizend van die vleugeltjes klapperen en slaan fluweelzacht om mijn oren.
Een roze, warme wolk.
Dansende melancholie, krioelt in duizend stukjes zo om mij heen, en niets daarvan dat grijpbaar is.
Flitsende beelden, fragmenten, zonovergoten zoet en pijnlijk.
Uiteindeindelijk vindt alles langzaam een soort van plaats terug.
Dingen zakken weer, aardewaarts.
Gedwarrel dat tot rust komt.
De zwerm trekt naar binnen, nestelt zich in mijn ingewanden.
Kloppend hart, bonzend overal, beladen als na een zoet vettig toetje.
Mijn maag voelt weeïg, ik denk dat ik duizelig ben of misselijk. Misschien wel allebei.
Niets en alles lijkt op vroeger.
De tijd bestaat uit vormen om mij heen.
Dat is vreemd en moeilijk vooral, dat niets en alles tegelijkertijd op vroeger kan lijken.
Vroeger. Dat klinkt dan nog lang na in de kamer.
En zo kijk ik een beetje voor me uit, lang staar ik, lamgeslagen, ik zou wel kunnen janken, nu.

carnaval

Monday, March 6th, 2000

prop je vol
zuip je ziek
neuk je gek
feest je dood
snuif je bleek
brand maar af
breek het glas
vecht en beuk
doe ’s gek
de rijken meer
de armen minder
enzovoort
carnaval

het hol

Sunday, March 5th, 2000

de lucht trilt
achtergrondstemmen
ronkende monden
overstemmen
rook uit de monden

lucht gist
de kut-pies-stront-taal

vuilbekkend rond druipende tafels
en brandende kaarsen worden onteert

essay-deel-1883

Tuesday, March 8th, 1983

Op 11 februari 1883 maakt Richard Wagner, in het Pallazzo Vendramin te Venetië, het begin aan de tekst Über das Weibliche im Menschen.

In dit opstel beschrijft Wagner de seksuele gespletenheid van de mens als eenzijdige verschijningsvorm van mannelijk dan wel vrouwelijk wezen. 2)
Vierentwintig jaar eerder voltooide Wagner zijn opera Tristan und Isolde. In dit werk komt de thematiek uit Über das Weibliche… in een variant ten tonele: de mens die naar ‘hogere’ eenwording met zijn seksuele tegenpool streeft. In de opera zijn het de protagonisten die uit dit streven handelen en de strijd aangaan met hun uiterlijk ‘gespleten’ bestaan. Aan het eind van het muzikale drama toont Wagner dat het, voorbij de grenzen van de materiële existentie, voor het mannelijke en het vrouwelijke, in de gedaanten van Tristan en Isolde, mogelijk is samen te komen. Hier gebruikt Wagner het beeld van de dood als poort naar een andere realiteit, voorbij het fysieke -egoïstische bestaan, waarin de mogelijkheid ligt van de ultieme, tijdeloze hereniging tussen het mannelijke met het vrouwelijke.

“Von der Welt hatte ich mich, schmerzlich, immer bestimmter losgelöst. Schmerzlich war selbst mein Kunstschaffen; denn es war Sehnsucht …für jene Verneinung, jene Abwehr - das Bejahende, Eigene, Sich -mir-Vermählende zu finden” 3)

schrijft Wagner in 1858 in een brief aan Mathilde Wesendonk terwijl hij midden in het werkproces van Tristan und Isolde leeft. Met deze opera heeft Richard Wagner de onmogelijkheid van zijn privé-ontmoetingen met het vrouwelijke, met de ander -juist in de persoon van Mathilde Wesendonk en haar poëtisch werk- doorgewerkt tot een bewustzijn van waaruit hij toont dat de ultieme verbinding tussen man en vrouw een meta-fysische aangelegenheid is of kan zijn. De uiteenzetting met en het streven naar ‘das ewig Weibliche’, blijft in zekere zin een biografisch-leitmotiv in Wagners leven. Het is de tekst Über das Weibliche im Menschen waaraan Wagner in de ochtend van 13 februari 1883 schrijft, enkele uren voordat zijn hart stopt.
Nietsvermoedend van Wagners dood werkt op dat moment diens oude vriend Friedrich Nietzsche in Rapallo, de westkust van Italië, aan Also sprach Zarathustra waarin de gelijknamige hoofdpersoon de philosophie van de nieuwe mens preekt en zelf-confronterende vragen stelt:
“Bist du der Siegreiche, der Selbstbezwinger, der Gebieter der Sinne, der Herr deiner Tugende? … Oder redet aus deinem Wunsche das Tier und die Notdurft? … Oder Unfriede mit dir?”
Gedreven door de energie, na het verdriet om zijn onbeantwoorde liefde voor Lou Salomé, voltooide Nietzsche het eerste deel van zijn Zarathustra-werk, in het vroege voorjaar van 1883, binnen twee weken. In December van datzelfde jaar komen Anton Webern te Wenen, en Edgar Varèse in Parijs op aarde. Een eeuw later ontvangt Thèrese Desjardins een brief van haar goede vriend Claude Vivier die op dat moment in Parijs leeft en
werkt:
“…de crisis is voorbij…ik zet mijn werk voort met een prachtige sereniteit…ik componeer langzamer…ik heb de eerste zes minuten af van Glaubst du an die Unsterblichkeit der Seele? “J’avais froid c’était l’hiver / enfin je croyais avoir froid / j’étais peut-être froid / ce n’était pas tant d’être mort / dont j’avais peur / que de mourir / tout à coup j’ai eu froid / trés froid…” …

dat is een mooie tekst voor het stuk waaraan ik nu werk” 4)

Twee maanden na deze brief, in de nacht van 7 op 8 maart 1983, ontmoet Claude Vivier een jonge man die hij uitnodigt mee naar huis te komen. 3)

Die nacht nog wordt Claude Vivier door zijn gast vermoord. De onbekende vlucht met wat geld maar wordt later gepakt en veroordeeld. Glaubst du an die Unsterblichkeit der Seele? blijft die nacht onvoltooid op Viviers buro liggen. Tussen de brief en de moord kon Vivier nog twee minuten aan het stuk toevoegen. In deze laatste minuten stolt de melodische stroom in een klank van twee akkoorden. Deze akkoorden komen voort uit en zijn kleuringen van een gezongen melodische lijn. Tot slot beschrijft de spreekstem, hoe een onweerstaanbare jongen een dolk in het hart van de ik-persoon Claude steekt.5) In dit werk co-existeren de liefde, de dood en het idee van een stilstaande muziek bijna als één en hetzelfde fenomeen Deze synthese, die sterk aan de inhoud van Wagners werk refereert, wordt aan het begin van Viviers laatste werk door twee zangstemmen uitgedrukt:
“vous savez que j’ai toujours voulu mourir d’amour mais-” / “mais quoi” / “comme c’est étrange cette musique quine bouge pas” / “chut” …

In datzelfde jaar en in dezelfde stad wordt de première van Olivier Messiaen zijn magnum opus Saint François d’Assise gevierd. Een opera van Wagneriaanse omvang, waar een groot deel van Messiaen zijn muzikale verworvenheden, technieken en thema’s in tot uiting komen. De liefde, die in dit werk sterk tot uiting komt, is reeds totaal losgeweekt van een materiële samenhang als ook van het individuele belang en is dien-ten-gevolge gericht op de ander, de natuur en op het hogere. Daarmee is de liefde, voordat de opera begonnen is en zonder dat daar een in het werk getoonde ontwikkelingsweg aan ten grondslag ligt, al en meta-fysische zaak bij voorbaat. De ontwikkeling die in ‘tableaus’ getoond wordt is de lijdensweg van de liefde voor het leed van de ander die naar de ultieme meta-fysische toestand van de dood leidt. De hereniging met een wereld buiten de tijd en voorbij de ruimte. Ook in 1983 en wederom in Parijs begint Michel Foucault (1926-1984) met le souci de soi, het laatste deel uit zijn trilogie Histoire de la sexualité.

Het wordt een omvangrijk en ethisch werk waarin Foucault zowel de antieke levenskunst met de stoïcijnse leer in de actualiteit haalt, alsook Nietzsche opvolgt in het tonen hoe de mens vrij is om gezag over zichzelf uit te oefenen teneinde zichzelf als kunstwerk te kunnen vormen. Het zijn onder meer de zelf-confronterende, de zelf-analytische en zelf-kritische kern uit het werk van Nietzsche en de strenge zelf-discipline uit de Griekse school van de Stoa die Foucault’s laatste filosofische-levens-fase tekenen. 6)

essay-deel-1884

Friday, January 1st, 1982

Claude Vivier was al in 1982 naar Parijs vertrokken wat hem mogelijk was gemaakt met een beurs van het ‘Conseil des Arts’ uit Canada. In Parijs zou Vivier aan een opera over het leven van Tsjaikovski gaan werken. Wellicht voelde hij zich tot Tsjaikovski aangetrokken naar aanleiding van de historische roddel die in die tijd opkwam over de zelfmoord die Tsjaikovski zou hebben gepleegd uit angst voor gezichtsverlies na een affaire met een man. Tsjaikovski’s waarschijnlijke liefdesdood. Een ander personage dat in deze opera ten tonele zou worden gebracht was Tsjaikovski’s intrigerende weldoener Madame Von Meck7), de vrouw wier kinderen van de twintigjarige pianist Claude Debussy, muziekonderwijs hadden gekregen. Debussy, die in die tijd zijn eerste werken had geschreven, trachtte daar in Rusland contact te zoeken met Tsjaikovski. Uiteindelijk lukte het Debussy om via Von Meck de partituur van Danse Bohémienne bij Tsjaikovski te krijgen. Deze liet later, middels een kort schrijven weten:

“It is a very pretty piece, but it is much to short. Not a single idea is expressed fully, the form is terribly shriveled and it lacks unity.” 8 )

De kritiek, met name op de vorm en op het ‘verschrompeld’-karakter zou reeds kunnen wijzen naar een tendens: Debussy’s liefde voor het akkoord als autonome klank in plaats van als functie binnen de harmonisch ‘logische’ eenheid van vorm; en de voorkeur van het motivisch schrijven boven de symmetrie van de klassieke frase-bouw. 9)

Het is eerder onwaarschijnlijk dat Tsjaikovski’s kritiek een beginnersfout, als het overschot aan ideeën en de korte adem van pril en onderontwikkeld vakmanschap, constateert. Na compositielessen bij Ernest Guiraud wint Debussy namelijk al in 1884 de ‘Prix de Rome’, een competitie waarvoor deelnemers in die tijd hun vakmanschap met onder meer het schrijven van een fuga, een koorwerk met orkest, en een dramatische Cantate kunnen bewijzen. De te winnen prijs is een vijfjarig verblijf in de Villa Médici te Rome onder de voorwaarde ieder jaar een nieuw werk naar Parijs te sturen. Het jaar na zijn ‘overwinning’ vertrekt Debussy dus naar Rome.

essay-deel-1885

Saturday, May 23rd, 1981

Tijdens het verblijf in de Villa Médici, leert Debussy de muziek uit de Renaissance kennen (di Lasso, Palestrina) en bestudeert hij het werk van Wagner. Muziek die met kracht in Debussy’s verdere ontwikkeling zal blijven doorwerken. Desalniettemin voelt Debussy zich in Rome totaal niet op zijn plaats:
“ik voel een onuitsprekelijk ongenoegen met de toestanden die hier niet in orde lijken, dat is alles” 7)
en zo ‘vlucht’ hij naar een plaatsje net buiten de stad waar Diane au bois ontstaat, een werk waarin Debussy’s invloeden van Wagner duidelijk uit naar voren komen 10) en waarmee hij reeds dicht bij de stijl komt van zijn latere meesterwerk L’après-midi d’un faune. De werken die Debussy, als voorwaarde voor zijn verblijf, naar Parijs moet sturen, krijgen niet bepaald grote waardering van de commissie. Commissielid Saint-Saëns vloekt zelfs op een van Debussy’s stukken vanwege de ongehoorde keuze voor Fis-groot als hoofd-toonsoort van een stuk. Wederom zou de kritiek op
Debussy kunnen verwijzen naar een tendens: het idee dat klank en kleur belangrijker zijn dan de klassieke ‘handigheid’, de conventie van een bepaalde toonsoort. Onverstoord gaat Debussy zijn eigen weg verder.
Een jaar voor zijn vertrek naar Parijs geeft Claude Vivier in het Canadese tijdschrift Le Berdache een interview waaruit het streven naar een soort ‘Weiblichkeit’ in de muziek naar voren lijkt te komen:
“Het mannenparool zoals het ons in de westerse samenleving wordt opgelegd, is een parool dat ons verplicht sterk, groot en overheersend te zijn, dat de muziek verplicht tot een doel, dat de opera verplicht tot conflicten en tot een enscenering van het Universele. En dat wordt nu juist vanuit de invalshoek van de gevoeligheid helemaal opnieuw ter discussie gesteld…”

essay-deel-1887

Saturday, March 3rd, 1979

In Maart 1887 verlaat Debussy Rome, sluit daarmee definitief een tijd af van het leven onder de bescherming van een instituut:
“Nu vraag ik mij af, hoe ik met mijn overdreven wildheid ergens terecht kan komen, en hoe ik mijn weg zal moeten gaan vinden midden in deze ‘bazaar van het succes’, en ik voorvoel moeilijkheden en talloze wrijvingen” 7)
In 1979 sluit Vivier het werk af aan de tweedelige opera Kopernikus. Naast personages als Kopernikus zelf, zijn moeder en Mozart, de Koningin van de Nacht en Merlijn treden ook Tristan en Isolde in dit stuk naar voren. Uit alles blijkt dat tijd en plaats van de opera zijn opgeheven en dat het stuk zich in een transcendente wereld, zich in het rijk van de dood afspeelt. En hier verschijnt weer het belang van een ‘Unendliche Melodie’, in dit vorm
van soort entiteit:
“une mélodie sera ton guide (…) bienvenue au pays magique … au pays de Wagner hé o la mélodie de la mort t’envahira trés lentement…” 11)
Over het stuk maakt Vivier zelf onder meer de volgende aantekeningen:
“Kopernikus ontleent zijn poëtica aan de sterke gevoeligheid van de componist, aan hoe hij zich verhoudt tot zijn kinderjaren en ook aan de verschillende niveaus waarop deze uiteenlopende droom-elementen aan elkaar worden gekoppeld”
waarmee hij wederom op het belang van de gevoeligheid en de kwetsbaarheid komt van het werk maar vooral van diens maker:
“ik wilde juist helemaal niet dat aan de basis van Kopernikus een conflict lag. In die zin begon voor mij … de ontdekking naar een bepaalde sensibiliteit … “

essay-deel-1888

Wednesday, September 20th, 1978

Vivier schrijft in 1978 een korte, zelf-verklarende tekst onder de veelzeggende titel Introspectie van een componist:
“De kunstenaar moet zijn fantasie-visies op het universum vertalen - hij ziet niet mét zijn ogen maar door zijn ogen heen. Elke vervorming van de visie zal monsterlijke trekken aannemen. Hij dient zijn kosmische, aardse coördinaten volstrekt te aanvaarden. … Mijn muziek gehoorzaamt slechts aan één wet: die van de liefde. Ook in de menselijke betrekkingen zou aan deze simpele wet moeten worden gehoorzaamd.” 12)
In 1888 wordt in Parijs de Eiffeltoren voltooid en reist Debussy af naar Bayreuth om daar Wagner’s Parsifal en Meistersinger te zien.
Na aanleiding van de indrukken aldaar, re-articuleert een teleurgestelde Debussy zijn verhouding tot Wagner en zijn werk als volgt:
“Ik wil hier niet het genie van Wagner ter discussie stelen: een dynamische kracht die des te trefzekerder was omdat er tovenaars-handen aan te pas kwamen die nergens voor terugschrokken. Onder invloed daarvan verspreidde de muziek een tijd lang kwalijke dampen waarmee al diegenen die daarmee in aanraking kwamen ongeneeslijk werden besmet. … Bach is de heilige Graal; Wagner is Klingsor die de Graal wil vernietigen en de plaats ervan wil innemen …” 13)
Debussy is niet de enige bewonderaar van Wagner die de zeilen van zijn mening drastisch bijstelt. In de drie maanden na zijn 44ste verjaardag schrijft Friedrich Nietzsche het zeer eigen en autobiografische Ecce Homo. Het is een boekwerk waar een toorn op ‘de algehele actualiteit’ doorheen
woedt.
Het relatief jonge Duitsland en ook de reeds dode Richard Wagner worden allesbehalve gespaard. Zo uit Nietzsche bijvoorbeeld scherpe kritiek op de contradicte houding van het toenemende anti-Semitische binnen de christelijke cultuur van naastenliefde.
“… ich fühle es selbst als Pflicht, den Deutschen einmal zu sagen, was sie alles schon auf dem Gewissen haben.
Alle grossen Kulturverbrechen von vier Jahrhunderten haben sie auf den Gewissen!” 14)

essay-deel-1889

Saturday, January 8th, 1977

Bijna aan het einde van Ecce Homo, schrijft Nietzsche:
“Hat man mich verstanden? - Dionysos gegen den Gegkreuzigten” 15)
En vanaf januari 1889 begint Nietzsche met het versturen van zogenaamde ‘Wahnzettel’. Vrienden, waaronder ook Cosima Wagner, ontvangen sterk vervreemdende briefjes van Nietzsche’s hand. Voor een korte periode wordt hij van Turijn naar Basel gebracht. En waar Nietzsche vroeger, als twintiger een leerstoel in de filologie had, daar wordt hij nu in een tehuis voor geesteszieken geplaatst. Aan een vriend schrijft hij, vlak voordat hij
weer naar Basel reist:
“Als het er op aan komt was ik veel liever professor in Basel geweest dan God; maar ik durfde niet zelfzuchtig genoeg te zijn om af te zien van de schepping van de wereld” 16)
Zo begint Nietzsches laatste periode die de boeken in gaat als ‘geistiger Umnachtung’. De beschrijving van een geestestoestand.
In datzelfde jaar worden Vaslav Nijinsky in Rusland -en Adolf Hitler in Oostenrijk geboren.
88 jaar later voltooid Claude Vivier Shiraz voor piano. Het stuk is geïnspireerd op een van de laatste etappes van Viviers Azië-reizen; het bezoek aan de gelijknamige Iraanse stad:
“… een parel van een stad, een ruw bewerkte diamant - vormde de inspiratiebron voor een pianowerk dat ook is uitgehouwen, en wel door een idee: de bewegingen van de handen op de piano.” 17)
Het stuk ontwikkeld zich uit een dicht, ritmisch vibrerend, kleurrijk klank-monoliet, naar een ‘contrapunctisch’ middendeel met een meer uitgedunde klank-textuur en eindigt met een korte variatie van het begin. De grootte van de schreden over het tijdspad, welke de muziek in ritme, frase en vorm maakt, zijn ontleend aan de proporties uit de Fibonacci-reeks. Het stuk is dus niet vanuit een kwantitatieve manier van denken is
ingedeeld, maar is opgebouwd aan de hand van verhoudingen. Op die manier luisteren we niet naar een (divisief) ingevulde tijd; veelmeer kunnen we de onderlinge (additieve) verhoudingen als tijdloos en misschien zelfs als een dynamisch, vibrerende ruimtelijkheid ervaren.
Vivier draagt het stuk niet alleen op aan zijn ‘opdracht-gever’, de pianist Pelletier, maar ook aan de twee blinde zangers die hij observeerde tijdens het verblijf in Shiraz.

essay-deel-1890

Thursday, June 24th, 1976

Ondertussen nemen bepaalde spanningen in Europa toe. Kanselier Otto von Bismarck (1815-1898 ) wordt door keizer Wilhelm II (1859-1941) afgezet. Bismarck. De laatste heeft zich gedurende zijn termijn met een zekere ‘Gründlichkeit’ hard gemaakt voor de oprichting, de eenheid alsook voor de veiligheid van een groot Duits rijk. Wilhelm II zal in zijn regeerperiode een eerder grillige en riskante nationalistische politieke koers gaan voeren.
De enorme expansie-drang met betrekking tot industrialisatie en tot kolonialisme zorgen geleidelijk aan, voor de groei van een competitieve sfeer tussen de Europese landen. Die sfeer leidt, in combinatie met de toename van nationalistische sentimenten, tot politieke alsook cultureel-economische spanning in heel Europa, die langzaam voor verdeeldheid en zelfs scherpe polarisatie zullen gaan zorgen. 18)
Sociaal-cultureel uit zich dit in uiteenlopende en tegengestelde tendensen: van materialistische idealen tot occulte wereldbeelden, van geslachtsziekte tot psychische aandoening, van militarisme tot de hang naar totale anarchie. 19)
Vivier reist in 1976 rond door Azië en ervaart daar nieuwe klanken wanneer hij op Bali mag aanschuiven bij een dorpsorkest. De Balinese muziek leert hem dat één enkele melodie kan bestaan uit meerdere stemmen, wier melodische patronen, in de afwisseling van rust en klank, elkaar complementeren. 20) Een verschijnsel dat reeds tijdens de vroege dertiende eeuw, de pionierstijd van de polyfonie, in de lage landen bekend staat als hoketus-techniek. Naast de kennismaking met zulke muziek-technieken, ervaart Vivier tijdens het gamelan-spel, ook de sociale
betekenis en functie van de lokale muziek-praktijk. De muziek verbindt en maakt de gemeenschap. Het zijn diepe ervaringen die zijn muziek-begrip verbreden:
“Ik wil dat kunst een sacrale handeling is, een openbaring van krachten, het communiceren met die krachten. Een musicus heeft niet meer de taak muziek te organiseren maar bijeenkomsten waarin een openbaring plaatsvindt…” 21)
Hoe Vivier een zekere sociale- zelfs sacrale verantwoordelijk met de taak van de componist verbindt en de functie van kunst en muziek geheel openbreekt, is verwant met het denken en het werk van tijdgenoot Joseph Beuys:
“… das Kunstwerk ist das allergrösste Rätsel, aber der Mensch ist die Lösung. Hier ist die Schwelle, die ich kennzeichnen will als das Ende
der Moderne, das Ende aller Tradition. Wir werden gemeinsam den sozialen Kunstbegriff entwickeln als ein neugeborenes Kind aus den alten Disziplinen.” 22)
Terwijl Vivier in het verre oosten reist, wordt op de Biënale van Venetië Beuys’ Strassenbahnhaltestelle tentoongesteld. Een monumentaal werk waarin letterlijk brokstukken uit Beuys zijn jeugd (tramrails verticaal en gebogen tot diep in de grond gestoken, een replica van het standbeeld ‘de ijzeren man’) een installatie vormen, gemoduleerd tot een soort totem-paal, welke via aarde en water, verleden en toekomst met elkaar verbinden. Op de opening van de Biënnale deelt Joseph Beuys bij zijn kunstwerk brood en wijn uit. 23)
Dat zowel Vivier als Beuys het kunst-begrip openbreken tot sacraal-(Vivier) en sociaal-(Beuys) fenomeen, en de mens in het middelpunt van deze concentraties zetten, of ook in ieder mens een kunstenaar zien, is sterk verwant met het denken van Nietzsche en Foucault, bij wie het kunstenaarschap van de mens nauw samenhangt met diens individuele verantwoordelijkheid voor een waarachtig zelf-vormgegeven en gekozen leven, binnen het sociale geheel. In die volgorde: vanuit het innerlijke en scheppende leven van het individu, tot een gemeenschap komen. 6)

essay-deel-1893

Saturday, May 5th, 1973

In 1893 komt in het tsjechoslowaakse Vizovice, Alois Hába ter wereld; deze opmerkelijke componist/wetenschapper overlijdt te Praag in 1973.
In mei 1893 ziet Claude Debussy de wereld-première van Maurice Maeterlincks Pelléas et Mélisande en besluit de tekst als libretto voor een opera te gaan gebruiken. Maeterlick is vereerd met het voorstel en geeft toestemming. Zo gaat Debussy hard aan het werk maar voelt tijdens het schrijven al gauw de hete asem van een voorganger in zijn nek:
“… dat leek echt helemaal nergens op, misschien op het duet van ene Heer Hoedanook of de eerste de beste, maar bovenal verscheen daar, in een van de maten, via een omweg, de geest van Klingsor, alias Richard Wagner; ik heb dus alles maar verscheurd en ben weer van voor af aan gaan zoeken naar een nieuwe toverformule voor meer persoonlijkere frasen (…)” 24)
En bijna zestig jaar vóór de her-ontdekking van de stilte door Cage, schrijft Debussy in diezelfde brief:
“Tijdens het werk heb ik, overigens heel spontaan, mij van een, me dunkt, tamelijk zeldzaam middel bedient, namelijk de stilte als expressiemiddel en misschien wel als enige mogelijkheid om de gevoelslading van een frase volledig uit te kunnen drukken (…).” 24)
Tien jaar voor zijn dood voltooid Claude Vivier in 1973 het stuk Chants. Hij is dan net een jaar bezig met zijn studie in Keulen, bij Karlheinz Stockhausen. Het is in die tijd overigens niet ongebruikelijk om diezelfde Stockhausen als een nieuwe Richard Wagner, óf te verafgoden óf te vergruizen. Als men de vermeende Wagner re-incarnatie, jaren later zelf eens vraagt wat hij met zijn voorganger heeft, antwoordt Stockhausen:
“Sehr wenig. Ich bin zweimal in meinem Leben in einer Wagner-Oper gewesen und beide Male nach kurzer Zeit wirklich angwidert rausgelaufen. (…) Das einzige was ich gerne gehört habe, war eine Aufführung des Parsifal-Vorspiels (…) Auch habe ich das Tristan- Vorspiel … einmal im Radio gehört, und ich war zutiefst ergriffen. Das sind die positive Erlebnisse. (…) Und die ganze von Journalisten beschriebene Parallelität zwisschen Wagners Werk und meinem Werk berührt mich nicht. Ich weiss gar nicht, was die Leute wollen oder meinen.” 25)
Desalniettemin -of hoe het ook zij- is de studie-tijd bij Stockhausen van groot belang op Vivier’s verdere ontwikkeling vanaf Chants. En in juist dat stuk zijn, met name in melodisch opzicht, de invloeden van Stockhausen’s Mantra traceerbaar. In die periode diende Mantra namelijk als voorbeeld-model tijdens de lessen die ook Vivier volgde. Overeenkomsten tussen Mantra en Chants liggen in de constructie van de stukken op basis van een enkel melodisch idee. In beide stukken wordt dat melodisch idee door tal van technieken, zoals de formele expansie van bepaalde intervallen, gemodificeerd. Een groot verschil tussen meester en student is de coherente melodische herkenbaarheid van Vivier ten opzichte van de veel complexere technische materiaal-behandeling van Stockhausen. 20) In een interview zegt Vivier over zijn vroegere leermeester:
“Stockhausen heeft me verschillende zaken bijgebracht, met name hoe ik de tijd kan manipuleren, dat ik dingen die al gezegd zijn niet moet herhalen maar moet duiden, hoe ik mijn leven moet inrichten, mijn concerten moet organiseren (…) En hij heeft mij bovenal geleerd het grondbeeld te ontdekken dat het creatieve proces op gang brengt…” 26)

essay-deel-1894

Friday, August 18th, 1972

In 1894 is Friedrich Nietzsche in feite al niet meer van deze wereld. Zijn zus houdt in Weimar, af en toe open-huis voor mensen die het restant van Nietzsche willen komen bekijken. Rudolf Steiner is op dat moment, ook in Weimar, onder meer bezig aan het boekwerk Friederich Nietzsche, ein Kämpfer gegen seine Zeit. Om enkele ongepubliceerde manuscripten voor het vooronderzoek te kunnen inzien legt Steiner contact met Nietzsche’s zus.
Tijdens een van de bezoeken aan het ‘Nietzsche-archief’, ontmoet Steiner Nietzsche zelf, in 1894:
“da lag der Umnachtete mit der wunderbar schönen Stirne … diese Augen, die im erloschensein noch durchseelt wirkten, namen nur noch ein Bild der Umgebung auf, das keinen Zugang zur Seele mehr hatte … Nietzsches Seele war noch da; aber sie konnte nur noch von aussen den Körper hallten, der ihr Widerstand bot, sich in ihrem vollen Lichte zu entfalten, solange sie in seinem Innern war”
Claude Debussy voltooid dat jaar het wonderschone Prélude à l’après-midi d’une faune. Boulez’ woorden over dit stuk zijn veelzeggend:
“Een nieuwe adem leeft in de muzikale kunst op. (…) De nieuwe muziek ontwaakt tijdens die ‘na-middag van de faun’; iets onomkeerbaars heeft zich voorgedaan.” 28)
Terzelfdertijd vindt in dezelfde stad de Dreyfus-affaire plaats; het proces tegen de franse jood Alfred Dreyfus, vanwege vermeend landverraad. De Oostenrijkse schrijver/journalist Theodor Herzl (1860-1904) woont dit proces bij en ziet het anti-Semitisch-sentiment in Europa toenemen. 29)
De noodzaak van veiligheid voor de joodse gemeenschap doet Herzl als tot het idee komen dat het joodse volk een eigen staat nodig heeft en sticht de zionistische beweging. Langzaam wordt er een wig in de joodse gemeenschap gedreven die op een verwarrende, uiterst complexe wijze polariserend zal gaan verder werken. 30)
1972 is het jaar dat Messiaen bezig is met het omvangrijke Des Canyons aux Étoiles, waarvoor hij zelfs tot in de bergen van Utah research doet, dat Beuys na de bezetting van de kunstacademie in Düsseldorf zegt “Demokratie is lustig” en ook “Kunst=Kapital”, dat Ligeti het met micro-intervallen verfijnde Doppelkonzert für Flöte und Oboe voltooid en 1972 is het jaar dat de Bee Gees met Israël op plaats 22 binnenkomen in Radio-Veronica’s top 40. 31)

essay-deel-1895

Tuesday, April 6th, 1971

In het jaar dat Claude Vivier klaar is met zijn studie in Montréal en naar Europa reist om daar verder te gaan studeren, sterft in New York, tijdens het slapen Igor Stravinsky op 6 april. Ook in 1971 voltooid Ligeti Melodien voor orkest. De zo directe activiteit bij aanvang, maakt dat het lijkt alsof stuk reeds lang begonnen is. Alsof het ware begin van een stuk zich ergens in het onhoorbare bevindt. Diatoniek of modaliteit vervallen steeds weer in chromatiek, met een evolutie en de overgangen als in een organisch proces. De causaliteit binnen het weefwerk van klank voltrekt zich zo geleidelijk, dat het wederom haast onhoorbaar is. Lijnen en geluiden borrelen, ritselen, gisten en krioelen door elkaar alsof een micro-organisch proces uit een petri-schaaltje hoorbaar wordt gemaakt. Nervositeiten die in lange kalme frases veranderen; metamorfoseren als in een vloeibare tijd. Ragfijne instrumentering, rijke polyfonie; gelijk het spel van licht in een dia-mant. Individuele melodieën die van gedaante veranderen, van proportie, versnellen, onderling versmelten, zich dan weer losmaken, splitsen, vertragen om met een andere melodische entiteit een verbinding aan te gaan. En af en toe, een herkenbaar motief, een moment, zoals het hoorn-duet, dat vaker uit het klankweefwerk opduikt en weer verdwijnt. Even plotseling als de activiteit begon, zo plotseling stopt het stuk. Alsof we een slechts een fragment hebben gehoord, losgescheurd uit een oneindig klank-gebeuren. 32)
In Februari 1895 schrijft Debussy, die nog steeds met zijn opera bezig is, aan een vriend:
“Ik werk aan bepaalde dingen, die eerst door de kleinkinderen van de 20ste eeuw zullen worden begrepen. Alleen zij zullen inzien dat kleren de man niet maken, zij zullen de sluiers van idolen trekken, waaronder ze enkel een armzalig geraamte zullen vinden.” 33)

essay-deel-1896

Wednesday, February 25th, 1970

In de herfst van 1869 wordt Arnold Schönberg twintig en begint eind dat jaar voor Edgar Varèse alsook voor Anton Webern langzaamaan de pubertijd. Op de ochtend van 25 februari 1970, vindt een assistent van Mark Rothko, de meester zelf in zijn atelier in New York, levenloos op de grond. Eind april is Paul Celan, datzelfde jaar, voor enkele dagen onbereikbaar en onvindbaar. Men zoekt hem en op 5 mei wordt zijn dode lichaam
in de Seine gevonden. Beiden zijn zelf uit het leven gestapt. 34)

essay-deel-1899

Monday, September 4th, 1967

Claude Vivier studeert een tijd aan het priester-seminarie waar hij meer en meer merkt dat zijn eigenlijke lot in de wereld van de muziek ligt.
Daarom begint hij in 1967 met zijn studie aan het conservatorium van Montréal.Daar zal hij tot 1971 blijven en onder andere les krijgen van Gilles Tremblay (*1932) die later over zijn oud-student zou zeggen:
“Vivier is een van de weinige hedendaagse scheppende musici, die een wezenlijk tragische muziek heeft gecomponeerd” 35)
Aan Tremblay had Vivier een goede leraar, met ver vertakte wortels in de muziekgeschiedenis.
Zo kende Tremblay Varèse nog uit New York, van wie hij sterk onder de indruk was, en had onder meer aan de compositieklas van Olivier Messiaen deelgenomen.
De amper 23-jarige Arnold Schönberg voltooid in 1899 zijn strijksextet Verklärte Nacht. Een werk dat in alle muzikale opzichten nog sterk aan de stijl van de laat-romantische ‘meesters’ doet denken.

essay-deel-1900

Thursday, August 25th, 1966

In de zomer van de nieuwe eeuw, 25 augustus, sterft in Weimar Friedrich Nietzsche. Exact 66 jaar later besluiten de Beatles na een concert in San-Fransisco tijdelijk te stoppen met live-optredens vanwege de massale gekte waarmee het publiek hun concerten overstemt. Een andere reden voor de pauze ligt in de commotie naar aanleiding van een interview, waarin Lennon constateert dat hun muziek de populariteit van Jezus Christus overstijgt. 36)

essay-deel-1901

Saturday, November 6th, 1965

Edgar Varèse sterft op 6 november in New York aan de gevolgen van een operatie. Een vocaal, laatste werk, Nocturnal, op het gedicht La Nuit van Michaux, blijft onvoltooid achter. 64 jaar eerder werkt Max Planck (1858-1947) de kwantumtheorie uit. Planck beschrijft daarin hoe eigenschappen, hoedanigheden en bewegingspatronen van de kleinste deeltjes (bijvoorbeeld verzamelingen energie in zichtbaar licht) mathematisch kunnen worden berekend. Deze berekeningen geven vervolgens een ‘waarschijnlijkheidsuitsluitsel’ van alle mogelijke meetresultaten. 37)

essay-deel-1902

Thursday, April 30th, 1964

Een jaar later, op 30 april 1902, vindt de prémière Pelléas et Mélisande plaats. Het stuk is op alle vlakken vernieuwend binnen de conventionele opera-praktijken van die tijd. Sinds lange tijd klinkt er een prosodie die niet op een klank-esthetiek doelt, maar op de reinste tekst-verstaanbaarheid. De zangers zingen geen ellenlange arioso-frases meer. De tessituur is beperkter. Melodie -en frasebouw richten zich wederom op een natuurlijke tekstbehandeling. Juist omdat de teksten als verstaanbaar waren getoonzet, werd het voor Debussy mogelijk de muziek meer autonoom van de personages te laten bewegen. Er existeert in die opera inderdaad een theatrale polyphonie tussen tekst en muziek. Het orkest beweegt niet meer met de gevoels-dynamiek van het personage mee, maar is meer de atmosfeer, de geladen lucht waarin het personage melodieus spreekt.
Giacinto Scelsi maakt in 1964 het stuk Yiliam af. Een vocaal werk met deels ‘te lange’ adem-pauze-loze frases en een haast onmogelijk hoge tessituur.
Die physieke bijna-onmogelijkheden brengen een statische spanning, een meevoelbaar uithoudingsvermogen voor de luisteraar teweeg. Hier heerst weer de modellering van een klank boven de verstaanbaarheid van het woord. Het stuk kent een uiterst streng materiaal-dieet, een zeer magere toonvoorraad, met passages uit één toon waarin nuancerend wordt bewogen door voor -en glottis-slagen. Het is nauwelijks nog muziek, doch eerder nog een fenomenen, een soort hoorbaar noorderlicht.
Scelsi’s stukken zullen onder meer invloed hebben op het werk van de spectrale pionier Tristan Murail. 38)

essay-deel-1903

Friday, November 22nd, 1963

In 1903 wordt Theodor Adorno geboren en laat Varèse aan Debussy het atonale werk van Schönbergs zien. 39)
In het jaar van de moord op J. F. Kennedy publiceert Stockhausen zijn Texte zur elekronischen und instrumentalen Musik in Keulen. In die verzameling teksten doet Stockhausen veel van zijn compositie-technische ontdekkingen uit de doeken waaronder de nivellering van alle muzikale parameters:
“…nichts soll dominieren, wie etwa die Melodie, die wir nachsingen…” 40)
Een esthetiek die de hoorbaarheid van thema’s en andere ‘voorgecomponeerde’ elementen tegen gaat. Daarbij laat Stockhausen verschillende technieken aan bod komen die ervoor kunnen zorgen dat zoveel mogelijke componenten, elementen en parameters onder één en dezelfde noemer ’serialiseerbaar’ zijn. Dat wil zeggen dat macro-en micro structuren, ritme, klank en kleur-elementen allen deel uit kunnen maken van eenzelfde continuüm. Simpel en concreet kan bijvoorbeeld het spectrum van een bepaalde klank tevens als structuur voor het gehele werk dienen. Veel van Stockhausen’s in woord gestolde ideeën en theorieën blijken, in de praktijk van zijn muziek, over het lange tijdsbestek van zijn gehele carrière, vaak anders uit te pakken. Zo zijn er weer duidelijk melodische lijnen herkenbaar in de Tierkreis-Zyklus die Stockhausen zo’n tien jaar later zal schrijven. 41)

essay-deel-1904

Saturday, June 16th, 1962

In 1962 maakt Ligeti Aventures, für 3 Sänger und 7 Instrumentalisten, 42) waarin de gezongen non-sense ‘tekst’ hoofdzakelijk ervoor dient de vocale klank te modificeren, te filteren, te kneden en te bewerken. Wat taal sowieso doet, wordt in dit stuk enkel gebruikt voor een hoger akoestisch ‘plan’.
Het zijn eenzelfde soort technieken waarvan Vivier zich bedient wanneer hij vocaal schrijft. Het sonore van de klank, boven associaties naar betekenissen die het publiek tijdens het horen van een tekst krijgt. Over de zelfverzonnen taal die hij de zangers soms voorschrijft zegt Vivier:
“Die taal bevrijdt de toehoorders van de lastige taak om te proberen de dialoog te begrijpen, zodat ze zich kunnen concentreren op de muzikaliteit van klanken, intonaties en ritmen.” 43)
Varèse bezoekt in 1904 het ‘Schola Cantorum’ in Parijs, waar hij lessen volgt bij onder andere d’Indy. Na een jaar vertrekt hij echter naar het Conservatoire om daar verder te studeren. 16 Juni 1904 zal 18 jaar later de dag van Leopold en Molly Bloom en van Daedalus worden.

essay-deel-1905

Sunday, January 8th, 1961

In 1905 komt Albert Einstein (*1879) met de eerste relativiteitstheorie, waarin hij onder meer stelt dat iedere tijdmeting afhankelijk is van de bewegingssnelheid van de waarnemer. 44)
In Rome wordt op 8 januari 1905 Giacinto Sceli geboren. Hij tekent zijn leven, graveert zijn bio, als een haast typografisch gedicht, met veel witregels:
“…een Marine-officier meldt de geboorte / van zijn zoon / schermen schaken latijn / een middeleeuwse opvoeding in een slot te zuid Italië / werk aan de dodecafonie / Wenen / … / India / (Yoga) / Nepal / … / … / Klank / … / grondige afkeer van hetgeen mensen ondoorzichtig maakt …” 45)
In deze samenvattende weergave van Scelsi’s autobiografie verschijnen drie belangrijker kenmerken van ‘de eeuw’ die in dit essay vaker te berde zijn en zullen worden gebracht: een ‘hang’ naar het oosten (of de vlucht uit of van een westerse-muziektraditie), het pleiten voor transparantie en het belang van de autonomie van klank.
Na de opdeling van Duitsland krijgt de Russische-zône last van ernstige leegloop. Maar liefst 15% van de totale DDR-bevolking heeft sinds 1947 haar ‘hang’ naar het vrije westen gevolgd waardoor er diepe scheuren in de oost-Duitse economie ontstaan. Om een crisis voor te zijn wordt in 1961, met de bouw van de Berlijnse muur, het laatste gat in de grens gedicht. 46) In datzelfde jaar voltooid Igor Stravinsky zijn op één laatste werk: The Flood. A Musical Play. 47) Een intrigerend of merkwaardig stuk met een zeer overheersende houterige ritmiek, wat het ingenieus aandoende geheel een mechanisch, motorische indruk geeft. Door de strenge 12-toons-muziek schemert Diatoniek of flarden van een vroeg ‘Stravinskiaanse’- klankvocabulaire. Het stuk, van Adam, Eva en de Duivel, over de zondeval tot aan Noach, zijn Ark en de zondvloed, is voor eentelevisie-optreden gemaakt. De uitzending echter flopt. 48)

essay-deel-1906

Sunday, September 25th, 1960

In 1906 zijn Béla Bartók en zijn collega-vriend Zoltán Kodály reeds ruim een jaar druk bezig met hun diep-gravende onderzoek naar fenomenen in het muzikale rijk van de Hongaarse folklore. Fonografisch alsook met pen en notenpapier, registreert het duo grote hoeveelheden muziek van alle uithoeken van het Hongaarse platteland.
“Das Studium dieser Bauernmusik war für mich von entscheidender Bedeutung, denn es zeigte mir die Möglichkeit, sich von der Vorherrschaft des Dur-Moll-Systems, die bis zu diesem Augenblick bestand, völlig zu emanzipieren.” 49)
Naast de mogelijkheden om met met behulp van slechts beperkte of gefixeerde toonvooraden, de tonaliteit los te kunnen laten 50) ontdekt het duo ook tal van ‘nieuwe’ maatsoorten (bijv. 5/8, 7/8, 11/8) waarbinnen op tal van nieuwe ritmische manieren of combinaties kan worden bewogen, gefraseerd en gedacht. De ontsluiting van een muziek-cultuur die zich ver buiten de klassieke tradities ontwikkelde, schenkt Bartók in zijn werk een frisse kijk op het schrijven van zijn eigen muziek.
Mark Rothko wordt dat jaar, op 25 september in het huidige Letse Daugavpils (vroegere Russische Dvinsk) geboren. Door de toenemende anti-Semitische spanningen aldaar besluit het gezin naar Amerika te emigreren. 54 jaar later (in 1960) zal Rothko terug keren voor een lange Europa-reis om vanuit rust en de objectieve afstand te kunnen terugblikken op het succes en de hectiek van de afgelopen jaren in Amerika. 51)

essay-deel-1907

Saturday, August 1st, 1959

Als Edgar Varèse in 1907 Parijs verlaat en naar Berlijn verhuist leert hij het ‘duo’ Strauss en Hofmannsthal en ook Busoni kennen. Van de laatste leest hij het werk Entwurf einer neuen Ästhetik der Tonkunst waarin Busoni vanuit kritiek op de klassiek-romantische traditie een schets maakt over een mogelijke toekomst van de muziek:
“frei … von architektonischen, akustischen und ästhetischen Dogmen” 52)
Varèse’s eigen zoektocht naar nieuwe technieken en zijn drang om nieuwe muzikale klankwerelden te ontginnen, raken geïnspireerd door het werk van Busoni.
Vijftig jaar later is Varèse klaar met Poème électronique, een samenwerkingsproject met architect Le Corbusier en de ‘jonge’ architect-componist Xenakis voor het Philips-paviljoen op wereldtentoonstelling in Brussel. Zo is de wereldtentoonstelling weer eens het toneel waarop een belangrijk sleutelmoment uit de muziekgeschiedenis plaatsvindt, gelijk in 1889 de wereldtentoonstelling van Parijs Debussy de Javaanse Gamelan-muziek tot bracht, wat Debussy ertoe inspireerde ook de eerder statische, niet aan tonale-ontwikkelings-wetten-gebonden motieven in zijn muziek te gebruiken. Varèse ’s Poème électronique is een modernistisch melànge, een totaal-kunstwerk van de bewegelijk, organische vormen van Le Corbusier’s architectuur met daarin de ruimtelijke belevingswereld van Varèse’s klank-sculpturen. 53)
Na het werk in de geluid-studio’s van Eindhoven, vertrekt Varèse weer naar New York waar hij aan zijn laatste werk begint, Nocturnal.

essay-deel-1908

Wednesday, December 10th, 1958

10 december, wordt in Avignon, Olivier Messiaen geboren. Zijn moeder is de dichter Cécile Sauvage die een grote invloed op zijn taal gaat hebben, zoals hij zelf later zegt:
“de dame van mijn gedachten” 54)
Hij zal een jeugd hebben die omringd wordt door mythen, sagen, dromen en door de natuur. Rond zijn schooljaren openbaart bij hem bewust de synesthesische symbiose van het visuele met het auditieve waarnemen; kleur en klank als locaties binnen hetzelfde spectrum.
Ook in 1908, voltooid Anton Webern de Passacaglia. Ofschoon hij reeds voor de eeuwwisseling stukken geschreven heeft, bestempelt Webern dit werk pas als zijn ‘Opus 1′. Misschien omdat de periode van lessen bij Schönberg rond deze tijd officieel voorbij is, voelt Webern dat hij een eigen weg inslaat en dit begin als zodanig markeert. De hang naar een pre-klassieke muziek, die ook al bij tijdgenoot Debussy tot uiting kwam, wordt hier allereerst door de titel duidelijk. De Passacalia, een danstype uit de Renaissance, de strenge variatie-vorm waarvan het bas-schema als model vast staat. Weberns Passacaglia begint met een herkenbaar, maar zeer zacht ‘fluisterend’, thema van pizzicati door de strijkers, in een dansant metrum en ritme. Doordat Webern in de tonaliteit, waarin hij nog schrijft, vernuftig ‘oneigenlijke’ noten in het motief voegt, is het mogelijk de muziek aan de zwaartekracht van een tonica te onttrekken. De tonaliteit wordt verruimd. En zo kan de muziek zich vrij, maar steeds ‘dansant’, naar allerlij andere toonsoorten bewegen. Het is een wervelende muziek. Weberns instrumentatie-kunde draagt zorg voor een zeer coherent geheel. Steeds keert het bas-thema terug in verschillende gedaanten, omkeringen en instrumentaties. De mogelijkheden van de oude variatie-vorm worden ten volle benut en uitgebreid. 55)
Vijftig jaar later, toon Paul Celan, in een toespraak, de evolutie van de Duitse taal, na nazi-Duitsland, met betrekking tot zijn eigen werk:
“…sie (die Sprache, red.) musste (…) hindruchgehen durch tausend Finsternisse todbringender Rede. …
In dieser Sprache habe ich (…) Gedichte zu schreiben versucht: (…) um mich zu orientieren, (…) um mir Wirklichkeit zu entwerfen.” 56)
De re-animatie van een materiaal wat voor de kunstenaar zo goed als dood is; ja zelfs ‘de Dood’ is. De precisie waarmee Celan beschrijft hoe zijn materiaal hulp biedt bij de (her-)oriëntering van ‘de Gedachte’, vertoon grote overeenkomsten met Webern, zijn relatie met het materiaal uit de romantische erfenis en hoe hij het beoogde doel van zijn muzikale-maakproces beschrijft in relatie tot ‘het Denken’, dertig jaar eerder (zie aldaar).

essay-deel-1909

Sunday, February 24th, 1957

In 1909 voltooid Anton Webern Sechs Stücke für grosses Orchester, het opus 6. 55) Het bestaat uit zes miniaturen waarin het grosse Orchester optreed als een collectief van solisten en individuele stemmen. Boulez, die op dat moment ongeveer drie is, zal later het stuk als volgt waarderen:
“De individuele lijnen zijn buitengewoon soepel, hun kleur, hun onvoorspelbaarheid, hun bevalligheid (…) een muzikale sensibiliteit, die uiterst dicht aan Debussy raakt, (…) en die voor onze oren een haast vertrouwde sfeer schept.” 57)
In datzelfde jaar neemt Serge Diaghilev zijn minnaar Vaslav Nijinsky in dienst van het ‘Ballets Russes’. Samen met het hele gezelschap vertrekken ze naar Parijs. Het seizoen wordt zo een groot succes dat het ballet terug mag komen met een nieuw programma. Diaghilev herinnert zich een werk van een jonge componist uit St. Petersburg dat hij het jaar daarvoor gehoord had. Stravinsky is nog een twintiger als hij gevraagd wordt de muziek voor de Vuurvogel te schrijven. Diaghilev neemt hem onder zijn hoede en leidt zo Stravinsky de wereld van het theater en de dans in. Een jaar later zal het stuk in première gaan met wederom een groot succes voor het ‘Ballets Russes’, en met tenminste evenveel succes voor het werk van de jonge Stravinsky. 58)
In het voorjaar van 1957 arriveert György Ligeti in Keulen, waar hij in de WDR-studio’s door Stockhausen de elektronische muziek leert kennen.
Door deze kennismaking is het voor Ligeti, in zijn ‘nieuwe vrije leven’, mogelijk zich te verdiepen en door te ontwikkelen in de muziek die hij reeds in het sterk gecensureerde Hongarije voor oren had. Dieper in de klank.

essay-deel-1911

Monday, April 18th, 1955

Op 13 juni 1911 danst Nijinski in de première van Pétrouchka. In dit stuk gebruikt Stravinsky materiaal uit onder meer oude Russische volkswijsjes, die met kerst en op jaarmarkten werden gezongen, en uit de populaire dansmuziek uit het Parijs van die tijd. Van dat materiaal maakt Stravinsky vervolgens de motiefjes die hij ingenieus én speels met het grootste plezier aan elkaar componeert tot een complex geheel:
“muziek is een opeenvolging van spanning en ontspanning” 59)
Stravinsky breekt met de klassieke vormen van motivische causaliteit, door de motieven los van enige klassiek ritmische of tonale samenhang, soms dwars door elkaar, gedistantieerd te citeren. De dynamiek tussen spanning en ontspanning zorgt voor een muzikaal scenische klanken-dramaturgie. Zo ontstaan absoluut muzikale poly-vormen voor frasering, tonaliteit en ritmiek en grijpt Stravinsky met dit wervelende en tegelijk statische stuk de betekeniszwangere Wagner-erfenis stevig bij de neus. 60) In het geboorte jaar van Pétrouchka ontstaan tevens de eerste schetsen voor een “schouwspel van een groot heidens ritueel” over de opstanding van in de aardeschoot sluimerende oerkrachten. 61) De poly-technieken voor ‘tonaliteit’ en ritme die Stravinsky reeds in Pétrouchka gebruikte worden in deze partituur tot een grote en verfijnde complexiteit verder ontwikkeld.
In hetzelfde jaar wordt te Wenen, Schönbergs Harmonielehre uitgegeven waarin hij enerzijds voortborduurt op de compositieleer van de ‘oude’ meesters en anderzijds nieuwe recepten uit eigen keuken. Zijn eigen twaalf-toons-leer verklaart hij historisch, steeds in twaalven, vanaf de twaalf maal zeven mogelijke kerktoonladders, over de twaalf mineur en majeur ladders, naar de twaalf chromatische toonsoorten, tot de éne twaalf-toons-
ladder. Volgens Schönberg voltrekt de overgang van de twaalf mineur-majeurladders naar de twaalf chromatische ladders, als basis voor het tonale systeem, zich bij Wagner. 62)
Op 18 april 1955 komt Albert Einstein te overlijden. Tezelfdertijd leeft Joseph Beuys in een diepe persoonlijke crisis waarin hij ongeveer twee jaar zal blijven vastzitten. Tijdens de uitzichtloosheid en diep existentiële twijfels, ontstaan er schetsen met titels als: Blutender Hirsch, Mann am Kreuz, Hasen im Schnee en tenslotte Der Tod und das Mädchen. Een opmerking die Beuys zelf na zijn crisis maakt, is dat hij in zijn jonge jaren teveel door ‘de Wil’ werd beheerst, en dat hij zeker ten gronde zou zijn gegaan wanneer hij in die Wil was blijven hangen. 63)

essay-deel-1912

Thursday, December 2nd, 1954

Na een langdurige crisis, een oeuvre-loze stilte van meer dan 10 jaar, wordt op 2 December 1954, in het Théâtre des Camps-Elyées te Parijs, de première van Edgar Varèse’s Déserts gehouden. Blazers, slagwerkers, slaan en stoten, afgewisseld met elektronische intermezzi, grote, zeer polychrome en veelvormige klank-objecten uit. Motieven zijn niet meer waarneembaar, enkel intervallen, inzetten en pure klank kolommen, die allen in elkaar scharnieren en een complex kinetisch gevaarte of apparaat van de ‘muziek’ maken. Zo schuren, knarsen, schuiven en botsen die klank-objecten ‘tektonisch’ over, door, en op elkaar. Ook hier lijkt het alsof de resultaten van wetenschappelijke, geo -of bio-chemische proeven, hoorbaar worden gemaakt. De première wordt een schandaal van de orde die op dezelfde plaats 41 jaar eerder plaats zal vinden. 64)
In het jaar van Déserts schrijft Stravinsky zijn ‘In memoriam Dylan Thomas’, op de teksten voor de overleden vader van de overleden dichter. Ook binnen zijn oeuvre markeert dit werk het begin van een nieuwe stijl-periode. De strengheid van de tekst-compositie, in de rigide vorm van de ‘villanelle‘, wordt door Stravinsky in een even zo strenge muzikale vorm vertaald. Het stuk is voor vier trombones, strijkkwartet en tenor. Als materiaal gebruikt Stravinsky een reeks van slechts vijf tonen: een chromatisch opgevulde grote terts, waarmee hij met omkeringstechnieken, in een canonische polyfonie het stuk construeert. 65)
In 1912 maakt Vaslav Nijinsky de choreografie voor een uitvoering van Debussy’s l’ Apres midi …. Ook hij veroorzaakt met zijn vernieuwingen enige opschudding. De ‘Figaro’ schrijft naar aanleiding van deze choreografie:
“We kregen een faun te zien, schunnig, zich bewegend met een walgelijke erotische dierlijkheid en ongehoord schaamteloze gebaren.” 66)
Tijdgenoot en beeldhouwer Rodin, waarvoor Nijinsky eens model staat, ziet het anders:
“de harmonie tussen zijn mimiek en zijn plasticiteit is volmaakt.” 66)
In dezelfde tijd geeft Nijinsky, Debussy het idee voor het stuk dat een jaar later het kleurrijke Jeux zal worden. Ook Debussy heeft de danser-choreograaf beschreven:
“terwijl hij met zijn voeten de twee-en-dertigsten volgt, voert hij met zijn armen tegenbewegingen uit om dan plots, als door een hartaanval getroffen, met een duistere blik toont hoe de muziek langs hem trekt.” 67)
In datzelfde jaar komt Einstein met zijn tweede relativiteitstheorie waarin hij de eigenschappen van ruimte en tijd verbindt met de aanwezigheid van materie. 44)

essay-deel-1913

Monday, November 9th, 1953

In het jaar val Stalins dood, voltooid in het communistische Hongarije van 1953, György Ligeti Musica ricercata. 68) Het stuk bestaat uit elf miniaturen voor piano, waaruit kraakhelder en duidelijk compositorische technieken van Ligeti hoorbaar worden. Van één toon, zeer ritmisch over verschillende octaven, naar twee, rustig, haast dreigend, dan via een simpele modaliteit, naar een vreemde tonaliteit, volksachtig, dan naar een gekleurdere modaliteit, speels, om uiteindelijk, pas in het slotdeel, met een zeer strenge polyfone chromatische muziek te eindigen. Later vertelt Ligeti dat in deze periode zijn aandacht verschuift naar een nieuwe, synesthesische soort van muziek:
“Visuelle Assoziationen von Farbe, Licht sowie taktile Assoziationen von Materie, Dichte, Volumen, Raum traten an die Stelle von Motiven, Melodien, Harmonien, Rythmus” 69)
In mei van 1953 leren Stravinsky en Thomas elkaar in New York kennen; na de première van Thomas’ Under Milk Wood, een stuk dat door het ontbreken van een klassiek plot en haar metrische, melodische sterk beeldende, poëtische taal, aan een compositie van taal-klanken, en droom-taferelen doet denken. 70) Dylan en Igor -”zeg maar je, zeg maar jij”- zijn erg blij en enthousiast van elkaars persoon en werk, en besluiten daarom voor het daaropvolgende jaar samen te gaan werken aan een opera. Als Thomas zich nog datzelfde jaar gereed maakt naar Stravinsky in Hollywood te reizen, sterft de dichter in een ziekenhuis, op 9 november in New York. 58)
Een jaar voor Thomas’ geboorte voltooid Igor Stravinsky Le Sacre du Printemps. De muziek voor het ballet met ‘beelden uit een heidens Rusland’, overtreft alle vaardigheden die Stravinsky tot dan toe in zijn werk ten gehore heeft gebracht. Debussy schrijft Stravinsky met een bescheiden enthousiasme:
“het doet me buitengewoon deugd u te kunnen melden hoezeer u de grenzen van het toelaatbare binnen het domein van de klank hebt weten op te rekken ” 71)
Aan een kennis schrijft Debussy op 29 mei 1913, direct na de première, met een iets andere toon:
“Le Sacre du Printemps is een buitengewoon wild gebeuren (…) het is, zo u wilt, wilde muziek met voorzien van alle moderne comfort” 72)
Reeds de eerste klanken en danspassen van het stuk brengen echter tijdens die première op 29 mei in het Théâtre des Camps-Elyées, een enorme publieks-chaos van verontwaardiging teweeg, herinnert zich Stravinsky:
“Witheet kwam ik achter het toneel, waar ik zag hoe Diaghilev een laatste poging ondernam de zaal tot rust te brengen door de zaallichten aan en uit de doen. De rest van de voorstelling stond ik achter Nijinski en hield de panden van zijn frak vast, terwijl hij, staande op een stoel, de dansers nummers toeschreeuwde als een stuurman” 73)
Na Le Sacre neemt het succes van Nijinsky snel af. In datzelfde jaar trouwt Nijinsky met een Hongaarse fan van hem, wat bij Diaghilev een grote jaloerse woede teweeg brengt, die hem doet besluiten Nijinski definitief uit het ‘Ballets Russes’ te zetten. Daarmee is de carrière van Nijinsky zo goed als afgelopen. 74)

essay-deel-1914

Tuesday, December 16th, 1952

Toename van de spanningen in Europa. Moord op de Oostenrijkse kroonprins Franz Ferdinand door de Bosnisch-Servische student Princip. Keizer Wilhelm II noteert op een papiertje dat snel met de Serviërs dient te worden afgerekend. 28 juli valt de Oostenrijk-Hongarije, Servië binnen. Al snel mobiliseert de rest van Europa (Duitsland, Engeland, Frankrijk, Rusland en ook Turkije). Die herfst nog stagneert de oorlog in de loopgraven. 75)
Op 10 oktober wordt dat jaar in Wales Dylan Thomas geboren.
16 December 1952 sterft zijn vader waarvoor hij het gedicht zal schrijven dat Stravinsky in zijn laatste werk-fase gaat leiden. In datzelfde jaar schrijft Cage: 4′33″. Naast de emancipatie van het fenomeen Klank, behoort nu ook de Stilte definitief als een autonoom materiaal tot het arsenaal van de componist. Bijna zestig jaar na haar bewuste ontdekking door Debussy (zie ook 1893). Scelsi geneest in 1952 van de crisis in zijn ziel:
“ik was ziek omdat ik teveel dacht; nu denk ik niet meer” 76)

essay-deel-1915

Friday, July 13th, 1951

In Maart 1951 voltooid Dylan Thomas het gedicht Do no go gentle into that good night. Het gedicht schrijft Thomas voor zijn blinde, doodzieke vader, die het jaar daarop sterft. Opmerkelijk is dat Thomas, ‘on-dank-zij’ de hevige emoties van verdriet, liefde en angst voor het leven van zijn vader, de
zeer strenge en rigide vorm van de ‘villanelle’ kiest om zich poëtisch mee uit te drukken. Een vorm die, zoals reeds besproken, later door Stravinsky met de grootste voorzichtigheid in muziek wordt vertaald. 77)
Op 13 juli 1951 sterft in Los Angeles Arnold Schömberg. In dezelfde zomer leert Karlheinz Stockhausen in Darmstadt niet alleen tijdgenoot Boulez kennen maar ook Messiaen’s Modes de valeurs et d’intensités kruist zijn pad. Messiaen’s pianowerk; waarin voor het eerst bijna alle muzikale parameters (toon-duur,-hoogte,-dynamiek) in de rigide orde van reeksen zijn gevangen. Naar aanleiding van deze openbaring maakt Stockhausen zijn eerste puur seriële stukken. Vanaf deze tijd beginnen zich in Stockhausen’s leven kunst en wetenschap te mengen wanneer hij in de studio’s van Schaeffer zijn eerste klank-analyses maakt. Analyses waarvan de resultaten niet veel later reeds als materiaal voor zijn compositorisch werk zullen gaan dienen.
Als de eerste gevolgen van de grote oorlog dichterbij komen verlaat op 18 december 1915 Varèse Europa om naar Amerika te reizen.

essay-deel-1917

Thursday, September 8th, 1949

Richard Strauss sterft in het zuid-Duitse Garmisch op 8 september 1949. In de wederopbouw jaren na de tweede wereldoorlog, hangt er over Europa een bittere cultuur-kritiek. De meeste ’schuldigen’ hullen zich zwijgend in braaf-burgerlijkheid, sommige vreten zich in een nog grotere stilte van binnen op, velen zijn ‘een weg’ kwijt of hebben iedere hoop op een betere toekomst gelijk met het vetrouwen in de ‘goede mens’ maar laten varen.
Veel kunstenaars en filosofen proberen in het door verwoesting veranderde Europa, in de ‘wanhopen’, tussen de restanten en de ruïnes, zich te her-oriënteren. Stockhausen druk zich daarover als volgt uit:
“Die Städte sind radiert, und man kann von Grund auf neu anfangen ohne Rücksicht auf Ruinen und geschmacklose Überreste…” 78)
Met als tegenpool Adorno die zich in zijn Kulturkritik der Gesellschaft afvraagt of er überhaupt nog kunst gemaakt mag worden:
nach Auschwitz ein Gedicht zu schreiben ist barbarisch (…)” 79)
Begin 1917 dreigen voor Duitsland aan de oostfront grote verliezen waardoor ze een tactisch besluit nemen. Duitsland laat de Russische balling Lenin vanuit Zwitserland terug keren, in de hoop dat die ‘reünie’ zulk een grote onrust in Rusland teweeg gaat brengen dat de strijd tegen de Duitsers zal moeten worden gestaakt. De tactische zet heeft effect, de oorlog aan Duitslands oostfront stopt wanneer in de revolutie onder leiding
van Lenin en Trotski Rusland uit breekt. Op 25 oktober 1917 nemen zij de macht over. 80) Tijdens de laatste maanden van de eerste wereld-oorlog, ziet Amerika zich genoodzaakt zich in de Europese strijd te mengen. Engeland komt langzaam steeds dieper in de schulden en om de leningen, voor het voeren van de hongerige oorlog, te kunnen blijven krijgen - van een belangrijke joodse bank - maken zij de belofte dat de zionistische-beweging
een eigen staat in de Engelse kolonie Palestina gaat krijgen. 80)

essay-deel-1918

Wednesday, April 14th, 1948

vijfendertig jaar na Wagners dood
vijfendertig jaar voor Viviers dood
+
Pas na de dekolonisatie van Palestina in 1948, is het zover en roept Ben Goerion de staat Israël uit. In datzelfde jaar treedt Rothko’s laatste werkfase in. De beroemde en enorme doeken met de ‘levende’ kleurvlaktes ontstaan:
“Ik besef dat historisch gezien grote schilderijen worden gemaakt voor iets heel grandioos en pompeus. Mijn reden echter -die ook opgaat voor andere schilders die ik ken- is dat ik juist heel menselijk en intiem wil zijn” 51)
Een halve meter zou volgens Rothko de ideale afstand zijn om het werk te kunnen ervaren.
Vanaf dat moment zal de maker zijn werk nog maar amper verklaren en wordt een doek alleen van een datum voorzien:
“Stilte is zo precies” 51)
Het zijn kunstwerken die het ego van de maker ontstijgen, en op die manier een eigen leven lijden en voorbij de grenzen van het stoffelijke trachten te komen:
“Mijn kunst is niet abstract, zij leeft en ademt” en “Ik houd me alleen bezig met de uitdrukking van basale menselijke emoties”
“Een schilderij gaat niet over een ervaring maar is een ervaring” 51)
De retoriek van de Rothko-citaten is er een waarvan ook anderen, zoals de tijdgenoten Varèse en Scelsi, zich bedienen wanneer het om hun werk gaat. Scelsi bevind zich vanaf 1948 in een crisis waar hij zich uiteindelijk als een Münchhausen uit weet te trekken door het dagelijks, uren lang achter de piano, steeds de zelfde toon te herhalen, zich daaraan over te geven teneinde in het wezenlijke van de klank op te kunnen gaan. Versmelting, symbiose met het materiaal.
Paul Celan debuteert in Wenen met de bundel Der Sand aus den Urnen waarin Celan met het gelijknamige gedicht, als een chirurg, de wisselwerking tussen waarneming en waarheid onderzoekt en ontleed. 81) Celan tast in dat gedicht de zintuiglijkheid af, met begrippen en woorden als: groen, blauw, rood, de klank van het slaan op een trommel en de bitter smaak. Ook het organische wordt beschreven en afgetast: schimmel, onthoofd, schaamhaar, tenen, wenkbrauw, lippen en hart. De actie, beweging en dynamiek verschijnen in: het waaien, het slaan, tekenen, het vullen, en het zich voeden. Tot en met metafysische beelden: het huis van het vergeten, de waaiende deur, het hart voeden. In een nauwkeurig proces, toont Celan de corruptie en de waarheid van taal aan de hand van de symbiose die hij tussen tegenstellingen laat ontstaan: schimmel (samenvattend beeld van het levende en de vergankelijkheid), onthoofde speelman (dood en spel, naïviteit en schuld), trommels uit schaamhaar en mos (wat hard of luid zou moeten zijn is week, zacht en vergankelijk), het langer tekenen van de wenkbrauwen (de transformatie of de leugen die optreed tijdens het afbeelden
van een waarheid), de parallel tussen het vullen van de urnen en het voeden van het hart (vullen en voeden, urn en hart). Hiermee kruipt de beschrijving als het ware in de kern, het wezenlijke van hetgeen de dichter in de vorm van het gedicht wil tonen. En met de lengte van bovenstaande pogig het gedicht te openen, te duiden, in vergelijking met de lengte van het eigenlijke gedicht, wordt duidelijk hoe compact en gecomprimeerd en tegelijkertijd duizelingwekkend veelzeggend ‘iets’ door Celan wordt ver-dicht.
In 1948 voltooid Olivier Messiaen zijn Turangalîla-Symphonie. De titel is een meerduidig woord uit het Sanskriet dat Messiaen verklarend vertaald met liefdes-lied, ode aan de vreugde, de tijd, bewegingen, ritme, leven en dood. En zoals met zijn opera uit 1983, zo toont Messiaen met deze symfonie ook het volledige spectrum van zijn compositorische kunde van dat moment. 82) Messiaen beschrijft de overkoepelende thematiek van de Symfonie met woorden over de fatale, onweerstaanbare liefde die alles verheft tot een meta-fysische aangelegenheid, zoals het bij Tristan en Isolde gebeurt. De liefde die twee mensen laat groeien tot ver boven hun ego. Het werk vormt een deel van de Tristan-triptiek, de thematiek van dood en liefde, waarvan ook de liederencyclus Harawi deel uit maakt.
Van zijn beschrijvingen over de muziek tot en met het taalgebruik waarmee de buitenmuzikale-thematiek wordt beschreven, vertoont Messiaen’s visie, met name op dit stuk, een grote verwantschap met de wijze waarin Vivier over zijn muziek spreekt. Claude Vivier wordt dat jaar op 14 april te Quebéc geboren. Al snel wordt hij ter adoptie afgestaan wat naar eigen zeggen een bepalende invloed op hem zal hebben, tot diep in zijn muzikale idioom.
“…toen ik op mijn zesde wist dat ik geen vader of moeder had, ontstond voor mij door die wetenschap een prachtige droomwereld; ik gaf naar believen vorm aan mijn eigen herkomst, sprak zogenaamd vreemde talen.” 83) Dertig jaar en twintig dagen eerder sterft, na een lang ziektebed, in Parijs Claude Debussy, op 25 maart 1918. Naar aanleiding daarvan schrijft
Stravinsky een ‘choral’ aan welke hij door de jaren heen zal blijven doorwerken om in 1920 tot het resultaat Symphonies d’instruments à vent te komen.
Dat werk zal Stravinsky aan Claude Debussy opgedragen. Net als Wagner laat ook Debussy een zeer belangrijke muzikale erfenis na waarvan de ‘transpiratie’ tot diep in volgende componisten-generaties zal blijven ‘doorademen’.
Op 11 november 1918 eindigt de wereldoorlog en wordt de vrede van Brest-Litovsk getekend. Er volgen andere vredes-verdragen waaronder het beroemde van Versaille dat buitengewoon nadelig voor Duitsland uit pakt. Het land wordt als één van de hoof-schuldigen en verliezers van de grote oorlog aangewezen en dient niet alleen grote lappen grond af te staan, maar moet tevens een enorme schuld bij wijze van boete gaan betalen. Keizer Wilhelm II voelt allerlei buien reeds hangen en vlucht ondertussen maar snel naar Door in Nederland. Daarmee laat hij een Duitsland achter in een grote politieke en staatkundige onstabiliteit. De Amerikaanse president Wooddrow Wilson ziet de onstabiliteit niet alleen aan de andere kan van de oceaan naar als een wereldwijd gevaar en ontwerpt het plan van de Volkenbond. Een broederlijke alliantie van zoveel mogelijk landen die voor mondiale veiligheid dient te zorgen en zo de wereldvrede bewaakt. Het idee wordt door Europa opgevat en uitgevoerd. De grote afwezigen in die Volkenbond zijn vreemd genoeg Amerika zelf en ook Duitsland. 84)
Als antwoord op Wilson’s Volkenbond en naar aanleiding van de chaos in Duitsland schrijft Rudolf Steiner datzelfde jaar nog het boekwerk Aufruf an das deutsche Volk und an die Kulturwelt waarin hij een nieuw ontwerp voor het sociale organisme presenteert. Deze ’sociale drie-geleding’ beschrijft het principe van de strikte scheiding tussen staat (gerechtelijke -en wetgevende macht), economie (alle vormen van handel, transactie, bellegen etc.) en cultuur (kunst, religie en wetenschap). De individuele belangen van deze drie-heid dienen helder van elkaar te worden onderscheiden en mogen zich onderling niet verstrengelen. De genoemde drie-heid zal idealen van de Franse revolutie als volgt moeten dienen en moeten waarborgen:
gerechtelijke -en wetgevende macht volgens het principe van de gelijkheid, de vormen van handel, transactie en beleggingen volgens dat van de broederlijkheid of solidariteit en de cultuur tenslotte volgens het principe van de vrijheid. Het boekwerk wordt ondertekent door een tal van vooraanstaande, publieke figuren uit die tijd waaronder Herman Hesse. Ondertekend en wel wordt de Aufruf an das deutsche Volk und an die
Kulturwelt vervolgens gepubliceerd en verspreidt. 85)
Vele jaren later zal Joseph Beuys hetzelfde boekje lezen dat hem onder meer zal inspireren tot de kunstwerken die hijzelf met de term ‘Soziale Plastik’ aanduidt. 86)
Aan de andere kant van de oceaan schrijft in 1918 Edgar Varèse aan Amériques, en slaat daarbij een totaal nieuw, en ontgonnen pad in:
“Ik zie de titel ‘Amérique’ niet enkel als geografische aanduiding, maar meer als symbool voor ontdekkingen- nieuwe werelden op aarde, in de hemel of in de menselijke geest … deze compositie is de uitdrukking van een geestestoestand, een puur stuk muziek … al met al is het thema een meditatie, het is de indruk van een vreemdeling die zichzelf vragen stelt over de buitengewone mogelijkheden van onze oude cultuur” 87)

essay-deel-1919

Saturday, April 26th, 1947

Na het ontslag bij het ‘Ballets Russes’ is Nijinsky met zijn vrouw -de oorzaak van Diaghilev jaloezie- naar Zwitserland gereisd. Dertig jaar na het intreden van Nietzsches Nacht, slaat in Sankt Moritz nu ook het noodlot van de waanzin bij Vaslav Nijinsky toe. Nijinsky’s echtgenoot wordt daarop aangesproken door een bediende:
“Mevrouw, vergeef me. Weet u nog dat ik u vertelde dat ik vroeger in mijn dorp Sils Maria dikwijls boodschappen deed voor meneer Nietzsche? Mevrouw, vlak voor die werd opgenomen, zag hij er precies hetzelfde uit als meneer Nijinsky nu, en hij gedroeg zich net zo.” 88)
In hetzelfde jaar wordt in Duitsland de republiek van Weimar uitgeroepen. Een democratie met kiesrecht en een parlement. Alles veilig vastgelegd door een grondwet die, volgens artikel 48, enkel door de president buiten werking mag worden gezet in het geval van een noodtoestand, pas wanneer er echt gevaar dreigt.
Achtentwintig jaar later, in 1947, schrijft Paul Celan Todesfuge. 89) Het gedicht staat haaks op de uitspraak van Adorno uit 1949; het is niet alleen een gedicht ná Auschwitz, maar ook een tekst waarin de woorden, de zinnen, tot diep in de kern van de Holocaust zelf door dringen. De muzikale ‘vlucht’-vorm van de Duitse Meesters wordt in de tekst vertaalt tot een rigide systeem. Zinnen worden als motieven herhaald en gevarieerd waardoor nieuwe combinaties ontstaan die de waarheid vervormen of in een ander licht plaatsen. Zoals in een fuga de thema’s onderling elkaar opjagen, zo lijkt hier de taal voor haar eigen zinnen te vluchten. Contrapunt treedt op tussen de tegenstellingen: graf in de lucht, zwarte melk, haar uit as en goud, het bevel tot de dans en het delven van graven. Het Duitsland van de Holocaust wordt gevangen, door het taal-motief:
“Der Tod ist ein Meister aus Deutschland”

essay-deel-1920

Saturday, November 23rd, 1946

De stad die vanaf de Duitse romantiek tot en met het Duits-nationaal-socialistische bewind, hét beeld geweest was voor het typische, folkloristische en ideale Duitsland, het decor van Wagners Meistersinger, werd in 1946 het toneel voor de ‘Nürenberger-Porzesse’ tegen de ‘Meister aus Deutschland’. Tot 1949 worden de nationaal-socialistische misdaden tegen de mensheid in het internationale militaire gerechtshof behandelt en
veroordeelt. 90)
Op 23 november 1920 wordt in Czernowitz (Bukowina) Roemenië (tegenwoordig Oekraine) Paul Celan geboren van 1926 tot ‘38 gaat hij daar naar de hebreeuws-duitse school. Igor Stravinsky voltooid in hetzelfde jaar Symphonies d’instruments à vent. 91) Het werk is gebasseerd op litaniën uit de russisch-orthodoxe dodenmis; en daarmee een uit vocale elementen opgebouwd instrumentaal werk. Veel van de rythmische patronen uit het stuk zijn ontleend aan de lettergrepen van de gezongen russische woorden uit de mis, als bijvoorbeeld het vijf-lettergrepige ‘Al-lilu-i-ya’. 92) Met een veelheid van muzikale figuren, karakters en motieven ‘monteert’ Stravinsky een absoluut muzikaal en ritueel stuk. Samen met Les Noces, sluit Symphonies de zogenaamde ‘Russische-periode’ van Igor Stravinsky af. Het is niet de enige noch de laatste keer, dat Stravinsky een ‘in memoriam’ schrijft, welke een stijl-periode afsluit en aan breekt. En in dat jaar waarin Stravinsky zijn ‘In Memoriam Debussy’ voltooit, noemt Steiner, in een voordracht, Debussy als sleutelfiguur wanneer het Über die Erweiterung des Tonsystems gaat:
“Und so meine ich, dass auch zu einer solchen Fortbildung der Musik - ganz ähnlich, wie wir in der Mahlerei versuchen, uns in die Farben hinein zu leben und aus der Farbe heraus zu schaffen - dieses Hineinleben in den Ton heute etwas bedeutet wie den Anfang eines Fortschrittes… Aber ich möchte wissen, wie mann (…) Debussy verstehen kann, wenn mann (ihm) nicht als einen (…) Vorläufer von irgend etwas Künftigem versteht, was in dieser Richtung liegt… Mann kann ja, wenn man sich in die Tiefen des Tones nun eben hineinfindet, ihn in
der verschiedensten Weisen verteilen, indem man ihn nun wieder heraussetzt in Nachbartönen.” 93)
Kenmerkend voor de gehele ‘eeuw’ is de hierboven geschetste houding van de kunstenaar, de mens die zichzelf meer en meer tot in het binnenste van zijn materiaal gaat bewegen, om van daaruit verder te kunnen werken. Interessant is ook de analoge (synesthetische) kunst-ontwikkeling van de akoestische klank en de visuele kleur. Tot slot is daar de concrete opmerking over het uitbreiden van het toon-systeem; het vanuit de kern van een toon naar nieuwe buur-tonen werken. Ik heb niet kunnen achterhalen of Hába en Steiner tenminste weet van elkaar hebben gehad, maar in de ‘Zeitgeist’ van datzelfde jaar voltooid Hába zijn Streichquartett No. 2 waarin voor het eerst met kwarttonen gewerkt wordt. Zelf schrijft Alois Hába over de door hem ‘ontdekte’, nieuwe micro-intervallen in het voorwoord van het kwartet:
“Für mich ist das eine Art und Weise, das alte, auf Halbtönen gründende System dank feiner tonaler Unterscheidungen zu bereichern, ohne es zu zerstören.” 94)

essay-deel-1921

Saturday, September 15th, 1945

In het jaar dat de tweede grote oorlog in Europa voorbij is voltooid Messiaen zijn liederen-cyclus over de liefde en de dood: Harawi, in de zomer van 1945. 95) Met de Turangalîla-Symphonie vormt ook Harawi een deel uit de Tristan-triptiek. Het werk draagt sterk de invloeden van zowel Wagner als Debussy, Tristan, Isolde, Pelléas en Mélisande. 96)
Op 15 september wordt Anton Webern dat jaar op 61-jarige leeftijd ergens in de Salzburgse bergen, door een geallieerde, een Amerikaanse soldaat, voor iemand anders aangezien, en per tragisch ongeluk doodgeschoten.
Nog geen twee weken later sterft op 64-jarige leeftijd Béla Batrók in New York.
1921 begint Mark Rothko zijn opleiding tot kunst-schilder in New York. Joseph Beuys wordt datzelfde jaar op 12 mei in Krefeld (tussen Kleve en Düsseldorf) geboren. Gedurende zijn kinderjaren openbaart zich spelenderwijs de fascinatie voor de natuur: haar dieren, planten, grassoorten, paddenstoelen en al het andere wat de kleine Beuys zo tijdens het leven buiten ontmoet en vindt. Langzaam ontstaat er zo een groeiende collectie van botjes, insecten, stenen, die hij niet alleen sorteert en rangschikt maar ook begint na te tekenen. De drang om zich zintuiglijk helemaal met de wereld en vooral met de natuur om hem heen te verbinden, uit zich in de school-banken-tijd dan ook als een zekere wilde, maar aanstekelijke onrust.
Veel beelden een installaties die Beuys later zal gaan maken, herleidt hijzelf naar deze vroege levensjaren in en rondom Kleve. 97)

essay-deel-1922

Friday, June 16th, 1944

Olivier Messiaen zijn Technique de mon langage musical wordt in 1944 te Parijs uitgegeven. Daarin legt Messiaen zijn compositie technieken uit.
Een van de belangrijkste uitgangspunten voor en van een compositie is volgens Messiaen de melodie, het edelste element uit de muziek:
“de gekozen harmonie moet altijd de juiste zijn, dat wil zeggen de harmonie die latent in de melodie aanwezig is” 98)
In het werk verklaart Messiaen een van zijn favoriete intervallen, de dalende overmatige kwart / verminderde kwint, als de elfde boventoon die, bij wijze van cadens, naar zijn grondtoon terugkeert. Naast de dalende, grote sext behoren ook chromatische halve toonsafstanden tot basis elementen van het ‘Messiaense’ vocabulaire. De laatste intervallen worden als ‘draaiende’ chromatische figuren gebruikt, een soort vorm van diminutie van één
of meerdere tonen. Inspiraties lijkt Messiaen overal vandaan te halen; vanuit het vroeg christelijke gregoriaans tot en met de Indiaase raga’s. De vogels zijn voor Messiaen de boodschappers van de engelen en daarmee bijzondere leermeesters voor de componist:
“zij overtreffen de menselijke fantasie in het gebruik van melodische contouren en intervallen” 98)
Twee-en-twintig jaar eerder wordt James Joyce zijn Ullysses gepubliceerd. In dat omvangrijke boek worden alle conventies van de Roman-kunst, tot en met de regels van de grammatica, opengebroken en vervormd. Het werk beschrijft in Dublin de dag (16 Juni 1904 ) van de drie personages Leopold en Molly Bloom en van de schrijver Daedalus. Een van de beduidende Joyce-uitvindingen, die ook in Ullysses wordt toegepast, is de simultaan-techniek, waarmee de geschakeerde veelheid van de werkelijkheid kan worden weergegeven. 99) Deze techniek zou als een soort polyfonie van de schrijfkunst beschouwd kunnen worden. Verschillende, co-existerende gebeurtenissen worden in een uiterst dichte montage, vlak na elkaar beschreven waardoor ‘akkoorden van informatie’ lijken te ontstaan. In het verschijningsjaar van Ullysses schakelt Mussolini het parlement van Italië uit. Zijn fascistische leer verspreidt zich langzaamaan over de rest van Europa.

essay-deel-1923

Sunday, May 23rd, 1943

Op 23 Mei 1923 wordt in Dicsöszenmárton, Siebenbürgen, György Ligeti geboren, precies twee en een half jaar na Celan, een dagreis van waar de kleine Paul op dat moment leeft.
De indrukken die Ligeti als klein kind in Siebenbürgen heeft zullen een belangrijke invloed hebben op zijn later werk. Het plotseling opduiken van bijvoorbeeld het ‘valse’ hoorn-duet in veel van Ligeti’s werk (in oa. Melodien en Violin Concerto) zou te maken kunnen hebben met de luisterervaring die hij als drie-jarige had bij het horen van de ‘Bucium’ (een Roemeens variant van het Alphorn):
“Das (…) klang ganz anders als ‘normale’ Musik. Heute weiss ich (…) dass das Alphorn ausschliesslich Naturtöne erzeugt, und die Obertöne 5 un 7 (…) ‘falsch’ klingen … Dieses ‘Falsche’, das eigentlich das ‘Richtige’ ist, denn en entspricht der akustischen Reinheit, ist das Wunderbare am Hornklang.” 100)
Deze waarneming getuigt enerzijds van de hoge mate van de muzikale gevoeligheid van het kind Ligeti, anderzijds toont het citaat Ligeti’s drang om in het fysiek, in het wezen van zijn materiaal, het fenomeen klank door te dringen.
In de oorlogswinter van 1943 vliegen Joseph Beuys en zijn collega vliegenier, in hun ‘Stuka’ over de Krim. Ze worden daar door Russisch vuur aangevallen en doen noodgedwongen een poging tot het maken van een noodlanding die maar half lukt. Daarbij komt de collega van Beuys om het leven. Beuys zelf lukt het, zwaar gewond, uit het vliegtuig te kruipen waarna hij in de sneeuw valt en buiten bewustzijn raakt. Een groep Tartaren vindt hem en neemt hem mee in naar hun tentenkamp. Daar wordt Beuys met vet ingesmeerd en in vilt gerold. Men voedt hem met melk, kwark en kaas. Wonderwel overleeft Beuys en geneest onder de zorg van de Tartaren. Deze liefdevol humane zorg, de warmte van vet en vilt, de nabijheid van dood en het overleven, zijn de thema’s welke later als materiaal voor Beuys’ werk zullen gaan dienen. 101)

essay-deel-1924

Saturday, May 2nd, 1942

Na twee jaar van Duitse krijgsgevangenschap in Silezië komt Messiaen vrij en kan direct aan het Parijse conservatorium beginnen met het onderwijzen van harmonieleer. Paul Celan wordt dat jaar naar een werkkamp te Buzâu in Roemenië getransporteerd. Achttien jaar eerder schrijft de franse auteur André Breton in het Manifeste du surréaisme:
“Het surréalisme rust op het geloof in de hogere werkelijkheid van bepaalde, tot dan toe verwaarloosde, vormen van assiociatie, het geloof in de almacht van de droom en het geloof in het doelloze spel van de gedachte. Het surréalisme doelt op de verietiging van alle andere psychische mechanismen en wil daarvoor in de plaats het oplossen van de bellangrijkste levensvragen.” 102)

essay-deel-1925

Monday, January 13th, 1941

In januari 1941 sterft in Zürich James Joyce en wordt in een Silezisch kamp Olivier Messiaen zijn Quator pour la fin du temps voor het eerst uitgevoerd.
Pasquier, Messiaen’s mede-gevangene en de cellist van de première, herinnert zich die tijden als volgt:
“Messiaen hatte beim Aufbau des Lagertheaters geholfen. Man hatte ihm in der Kirchenbaracke eine Ecke zum Komponieren überlassen. … Nachdem Messiaen das Quator komponiert hatte gingen wir jeden Tag um 18 Uhr nach der Arbeit in die Theaterbaracke zur Probe. … Nun, die Erwartungen der Gefangenen waren gross. Alle Plätze waren besetzt, etwa 400, und man lauschte andächtig, sehr in sich gekehrt, auch jene, die vielleicht zum ersten Mal Kammermusik Hörten. Es war Wundersam… … Eines Tages waren höhere Offizire da, die unsere Probe zuhörte. Als sie wieder gingen, blieb einer zurück und sagte (…) Messiaen: (…) ‘wir haben die Absicht, sie nach Frankreich zurückzuschicken’. (…) ‘wieso können wir zurück?’ Darauf antwortete der Offizier: ‘Na, Sie waren doch Musikersoldaten, hatten also keine Waffen’.” 103)
Op 30 Maart 1925 overlijdt Rudolf Steiner in Zwitserland en in hetzelfde jaar begint Edgar Varèse met het schrijven aan Arcana. 104) De titel zou een afgeleide van het Latijnse arcanus kunnen zijn, wat zwijgend, geheim betekent en verwant is met het latijnse arca: kist of koffer. De titel komt als begrip in het werk van de Zwitser Paracelsus (1493-1541) voor wanneer het om de gesloten geheimen van de natuur gaat. De natuur openbaart zichzelf met ‘arkane tekens’ die door de eeuwigheid geschreven zijn. Volgens Paracelsus kan een onderzoeker deze ‘ge-codeerde’ werkelijkheid enkel ontcijferen wanneer hij die tekens, die de natuur geschreven heeft volgt. 105) Varèse’s stuk is sterk op de ideeën van Paracelsus gebaseerd wat misschien met het volgende citaat duidelijk wordt:
“Eerst is er een idee: dat is de oorsprong, de innerlijke structuur, die groeit, zichzelf opsplitst in verschillende klankgroepen en -vormen, die op hun beurt veranderen als zij van richting en snelheid wisselen, aangetrokken of afgestoten van verschillende krachten. De uiteindelijke vorm van het werk is het resultaat van deze samenwerking. De mogelijke muzikale vormen zijn grenzeloos gelijk de uiterlijke vormen
van een kristal.” 107)
Het stuk doet erg denken aan Ives The Gong on the Hook and Ladder… (uit 1911) 108) de vette mix van zware klank-objecten, co-existentie van verschillende tonaliteiten, ritmes, kleuren, maar ook aan de grillige montagevorm van bijvoorbeeld de dansen in Stravinsky’s Sacre…

essay-deel-1927

Friday, September 1st, 1939

Na de annexatie van Tsjechoslovakije valt op 1 september 1939 Duitsland Polen in. Het is het begin van de tweede wereldoorlog.
Door de enorme toestroom van joodse vluchtelingen, ziet Engeland zich als kolonist van Palestina genoodzaakt de immigratie-regeling sterk aan banden te leggen en bepalen nog datzelfde jaar dat er maximaal 75.000 vluchtelingen het land in mogen.
Vanaf de tijd dat Béla Bartók bij de weense uitgever ‘Universal’ zit (va. ca. 1918) raakt zijn werk meer en mee onder invloed van de nieuwe chromatische mogelijkheden die hij bij onder meer Schönberg vindt. In 1927 heeft Bartók net zijn derde strijkkwartet voltooid en begint hij met zijn vierde. Dat laatste kwartet kent vijf delen. 109) Het eerste deel heeft een zeer onstuimig karakter. De lange, sterk chromatische melodie-lijnen vormen een uiterst dicht polyfoon weefwerk. In het tweede, korte, deel krioelen en buitelen, licht gedempte, individuele triool-figuurtjes over en door elkaar heen. Dan volgt, in het derde deel, een lange lyrische, volks-achtige, ‘aria’ van de cello, onder een ijle en serene begeleiding van de hogere drie stemmen. Na elkaar nemen de andere stemmen de ‘aria’ over en verzelfstandigt de begeleiding zich tot een meer polyfone textuur. De ambiguïteit en ook de spannende wisselwerking tussen het modale melodische en het sterk chromatische van de harmonie ontbloten een van de vele Bartók-inspiraties voor de latere Ligeti. Het vierde deel is een stoute, koene dans. De vier strijkers zijn in dit deel verandert in exotische tokkel-instrumenten. Het laatste deel begint met de overtreffende trap van de voorgaande ‘dans’, het kwartet strijkt er nu weer zeer hevig op los, een wild ritueel, afwisselend zangerig, klagend, zeer vocaal ook en dan weer scanderend, heftig dansant, met af en toe monumentale homophone passages. De bonte gewaagdheid van deze muziek, haar dubbelzinnigheid tussen de rigide vorm en de onverwachte zeer humoristische wendingen, bekleed vanaf dat moment een unieke verfrissende positie binnen het Europese muziek leven.

essay-deel-1928

Wednesday, November 9th, 1938

In 1928 voltooit Anton Webern zijn opus nummer 21: Symphonie, voor strijkkwartet, harp, twee hoorns, bas- en bes-klarinet. 110) De symphonie voor deze kleine, solistische bezetting, kent twee delen en duurt nog geen acht minuten. Intrigerende en raadsel-achtige, ruimtelijke tijd. Het stuk ontstond na een lange periode (1910-1920) met het moeizaam ontginnen van de mogelijkheden van de twaalf tonen. Webern vat de gedachtengang en zijn twijfels uit deze periode nauwkeurig samen:
“In mein Skizzenheft schrieb ich die chromatische Tonleiter und strich nacheinanderdie Noten aus. Warum? … Der Ton, den ich durchstrich, war schon einmal aufgetaucht. … Das innere hören hat eintschieden (…) dass der Mann, der die chromatischen Tonleiter schrieb und dann eine nach den anderen durchstrich, kein Verrückter war” 111)
Boulez lokaliseert de Symphonie als sleutelwerk:
“waar zich seriële kenmerken, klassieke vorm en de strengeid van de pre-klassieke schrijfwijze, zich in een unieke legering verenigen; zo ontwerpt het stuk de basis voor een taal die zich van alle buiten-muzikale verbanden los maakt” 111)
Op 6 augstus 1928 schrijft Webern aan zijn goede vriendin, de dichter Hildergard Jone: 111)
“Ich verstehe unter ‘Kunst’ die Fähigkeit, ein Denken in einer möglichst klaren und einfachen, d.h. ‘nachvollziehbaren’ Form auszudrücken”
Twee weken later wordt, op 22 augustus, Karlheinz Stockhausen in de buurt van Köln geboren. Als hij net 11 is breekt de tweede wereldoorlog uit.
Zijn vader vertrekt dan vrij snel naar de oostfront en sterft in Hongarije. Karlheinz’ moeder is mentaal niet toerekeningsvatbaar en wordt door de nazi’s krankzinnig verklaard en vervolgens door hen vermoord. De klein-volwassene Karlheinz werkt in die tijden in een hospitaal voor oorlogs-slachtoffers. Maar al wanneer Stockhausen tien is doen zich de tekenen van een oorlog voor wanneer Hitler in 1938 zelfbeschikking eist voor de Sudeten Duitsers in Tsjechoslowakije. De Engelse president Chamberlain wil, vanuit zijn ‘appeasing’-houding, geweldloze onderhandelingen en komt tot een voorstel voor overleg. Op 30 september vindt er in München een ontmoeting plaats, tussen Engeland, Frankrijk, Italië en Duitsland waarin tot de conclusie wordt gekomen dat de Sudeten-Duitsers zich bij Duitsland mogen aansluiten met als gevolg dat het Tsjechische deel het jaar daarop gedwongen onder Duits protectoraat komt. Deze gierigheid van de Duitse expansie-drang, alsmede het woekerend groeiende antisemitisme blijft in de rest van Europa niet onopgemerkt. Begin november van dat jaar doet een 17 jarige joodse jongen een aanslag op de Duitse ambassadeur in Parijs. Een vonk in een hooiberg. Heel nazi-Duitsland reageert, onder leiding van Goebbels, buitensporig agressief. In de nacht van 9 op 10 november worden door het hele land Synagogen in brand gestoken, joodse winkels vernield en worden er lukraak arrestaties verricht en zelfs moorden gepleegd onder het joodse deel van de Duitse bevolking. Merkwaardig is het dus, dat de nacht slechts vernoemd is naar de glasscherven van de kapotgeslagen winkelruiten. De schade was niet alleen veel groter, de directe gevolgen van deze Kristall-Nacht leiden direct naar de Holocaust zelf. 112)

essay-deel-1929

Sunday, October 24th, 1937

Een jaar na het begin van ‘Hitlers-expansie-drang-in-de-praktijk’ volgt Japan; dat in 1937 China aanvalt.
Acht jaar eerder is 24 oktober ‘zwarte donderdag’: de crisis die op Wall-street begint, groeit langzaam uit tot een wereldwijde en zware economische malaise met verregaande gevolgen.

essay-deel-1930

Saturday, March 7th, 1936

In 1936 laat Hitler zijn troepen het ge-demilitariseerde Rijnland binnen lopen. De provocatie voor de rest van Europa, met name voor Frankrijk, neemt toe. Bartók zal vanaf die tijd het ‘het pest-zieke land’ mijden en voltooid in 1936 een van zijn sleutel-werken Musik für Saiteninstrumente, Schlagzeug und Celesta, 113) een concert in 4 delen. Wederom is daar die beheerste strengheid, die in het eerste deel nauwkeurig gesponnen motieven,
fugatisch tot een dicht chromatische klankweb weeft. Een polyfonie die, door de beperkte ambitus van de individuele motieven, de cellen, aanvankelijk stil lijkt te staan, maar geleidelijk zich meer en meer opent doordat de motieven in hun individuele ontwikkeling geleidelijk in ambitus toenemen. De motieven die Bartók gebruikt zijn geen twaalftoonsreeksen, maar de modificaties (inversies, spiegelingen, isoritmiek) waarmee hij de motieven bewerkt zijn in streng- en exactheid verwant met de technieken die zijn dodecafonische collega’s in Wenen op dat moment gebruiken. Celesta, piano en een uitgebreide slagwerk-batterij, alsmede de individuele instrumentatie (veel divisies) zorgen voor een nieuwe on-symfonische klank. Het wilde, bijna haastende tweede deel krijgt haar karakter door de percussieve accenten piano, slagwerk maar ook de speelwijze van de strijkers (marcato, pizz., trem. etc.). Deel drie opend met een ritueel en ondramatisch spel tussen xylofoon-signalen en pauk-glissandi, omlijst met een lange, zichzelf imiterende melodie van de strijkers. Midden op die windstille melodische zee verschijnt een ijle, hoge ‘aria’ van de eerste violen samen met celesta. Een wonderlijk maar aangename koortsdroom. Plots ontlaadt zich de spanning met een kleine-trom-slag en lijkt er even een aanzet tot een ‘demonische’ dans gemaakt te worden. Maar al dat wordt even snel weer in de lange, verdeelde melodie terug-’getovert’. Motivisch materiaal uit het eerste deel, de kleine chromatische figuren, duiken nu en dan ook even op. En dan eindigt het derde deel zo als het begint. Het slot-
deel is een feestelijke folkloristische dans, die geleidelijk opzwepender wordt door de energetische motoriek van slagwerk en piano. Voor momenten is het hele strijkorkest één enkele stem die door de piano wordt begeleid. Snel wordt er heen en weer geschakel tussen ‘brede’ monodie en verfijnde polyfonie. Af en toe mondt die verfijndheid zelf uit in ware klankvelden: wederom Ligeti (&Co.) avant-la-lettre. In hetzelfde jaar breekt met het fluit-solo-stuk Density 21.5 voor Edgar Varèse de lange tijd aan waarin hij voor zeker tien jaar niets meer zal schrijven. Density 21.5 neemt ook om andere redenen een bijzondere plaats in binnen het oeuvre van Varèse. Het is een helder en een zelfs ingetogen stuk. Nauwkeurig aan elkaar verbonden en uit elkaar voortkomende stijgende motieven en figuren bepalen de intrinsieke motoriek van het stuk. Opmerkelijk, in verband met zijn voorkeur voor het absolute en directe karakter van het slagwerk boven de anekdotiek van melodie en haar instrumentarium, is Varèse’s protagonist-keuze voor dwarsfluit, waarvan tevens niet de extreme mogelijkheden, noch de ruis en ‘piep’-aspecten worden onderzocht, maar waarvoor Varèse een bijna vocale, motief-reciterende, monodie schrijft. 114) Daarna raakt Varèse in de diepe crises. Aan een vriend schrijft hij hierover zeer spaarzaam:
“ik heb me meer als 20 jaar koest gehouden” 115)
Zes jaar eerder wordt de totale omvang van de financiële crisis ook in Europa, en met name in Duitsland, bitter voelbaar…

essay-deel-1931

Sunday, September 15th, 1935

De kranen waaruit massa’s leningen van Amerika naar Duitsland stroomden, om het land na de eerste grote oorlog weer een beeje op de been te helpen, worden in 1931 nagenoeg helemaal dichtgedraaid. Amerika begint in deze tijd zelfs met met het terugvorderen van de geleende kredieten omdat het zelf maar amper stand kan houden in de hevigheid van de crisis op eigen bodem.
Vier jaar later worden op de Rijkspartijdag in Nürenberg de gelijknamige wetten door de NSDAP in werking gesteld:
“Allen die niet van Duits bloed, of direct daarmee verwant zijn” 116)
worden de burgerrechten ontnomen. Daarmee is onder meer het het joodse deel van de Duitse bevolking direct al haar mensen-rechten kwijt. Huwelijken worden verboden, evenals publieke functies. Op alle mogelijke manieren wordt een ieder die niet ‘arisch’ is uit de samenleving weggesneden en gedwongen in getto’s te leven.

essay-deel-1933

Monday, February 27th, 1933

Op 27 februari staat de Reichstag in Berlijn in brand. Vijftig jaar na Wagners dood en vijftig jaar voor Viviers moord. Vrij direct wordt de mogelijke dader als zondebok aangewezen: de Nederlander Marinus van der Lubbe, een communist. De jacht op het rode gevaar is geopend, massa-arrestaties van communisten volgen. Op grond van artikel 48 (zie 1919) haalt Hitler president von Hindenburg over de noodtoestand uit te roepen waardoor
tijdelijk de grondwet buiten werking worden gezet. Een machts-vacuüm ontstaat. Alle joodse ambtenaren worden binnen korte tijd ontslagen. 117)
In dat jaar heeft Mark Rothko in Oregon zijn eerste solo-tentoonstelling, waarin ook het werk van zijn leerlingen van de Jewish Center Academy uit Brooklyn komen te hangen. Het begin van zijn gestaag groeiende carrière. In April 1933 begint ook de publieke loopbaan van Dylan Thomas wanneer zijn gedicht And death shall have no dominion in de ‘New English Weekly’ wordt afgedrukt. 118) Hoe de woorden zo schoon en gaaf langs veel van de besproken thema’s tasten, maakt dit gedicht een gewenste slot woord voor dit essay. De tekst zelf heeft echter betrekking op twee passages uit het nieuwe testament:
“…de dood heeft geen macht meer…”
[Paulus aan de Romeinen, 6:9]
“en de zee gaf haar doden”
[Openbaring 20:13]

Op 5 maart dat jaar wint de NSDAP 44 procent van de stemmen waarop Hitler in het machts-vacuüm wetten onmiddellijk in werking zet die ervoor zullen zorgen dat hij voor een periode van vier jaar onbeperkte volmacht zal hebben. En net als Mussolini al had gedaan sluit nu ook Hitler een concordaat met de paus, om vanuit de grote katholieke invloedssfeer extra macht-steun te rijgen. Door hun grondige afkeer van het geloof, als “opium voor het volk”, hadden de communisten het katholicisme reeds tegen zich.
Twee weken na de verkiezings-overwinning wordt het Duitse nationalisme met de ‘Tag von Potsdam’ gevierd en gevoed. Een uitvoering van Wagners Meistersinger vormt een wezenlijk onderdeel binnen die rijkspropaganda. De zangers van de opera worden geïnstrueerd om in de derde akt Hitler in het publiek, in plaats van het personage Sachs op de bühne, als ’smid van het nieuwe Duitsland’ te eren. 119) En daadwerkelijk wordt alle Duitse cultuur vanaf dat ogenblik, tot diep in het wezen van de Duitse taal, drastisch omgevormd, gepenetreerd en gemobiliseerd met als doel een groot nationaal-socialistische Duitsland.
Anton Webern is mei dat jaar in London waar hij onder meer het ‘British Museum’ bezoekt en zijn werkwijze, ideaal gespiegeld ziet. Aan Hildergard Jone schrijft hij daarover:
“Ich habe auch den Parthenon-fries gesehen! (…) Es ist die genaue Entsprechung unserer Kompositionsmethode: immer dieselbe Sache unter tausend verschiedenen Erscheinungen.” 120)
In het midden van dat jaar, in augustus, reist de achttienjarige Dylan Thomas naar London, zijn gedicht And death shall have no dominion, achterna.
“Dead men naked they shall be one
With the man in the wind and the west moon;
When their bones are picked clean and the clean bones gone,
They shall have stars at elbow and foot
Though they go mad they shall be sane,
Though they sink through the sea they shall rise again … ” 119)