elf elf begint
aan vang
vergeten wat ik dacht
het is weer nacht
om te slapen
een wolk dromen
boven mij
afschuw lijk
dicht bij
drijft zij
regenloos aan mij
voorbij
ik bid om droomregen
het elektrisch kacheltje
blaast de kamerruimte vol warmte
droge warmte
droge lucht
late lucht
laat de lucht bewegingsloos en
alles rust en zwijgt en slaapt
ogenloos of ongezien of blind
in het lijf
dat waakt
het vlees dat niet slapen kan
daar huist muziek en onrust in
kalkachtig klankenspel
bottenmarimba
knekelxylophoon
bloedstrijkers hoog
ronkende leverblazers
galklavier pling plong en zo
in een café alle waarheid nogmaals uitgesproken
ik dronk en gedronken en heb verder gedroken
in plaats van alle echte woede
in plaats van slaap
misschien
levensloze begrippen de wereld ingestuurd
misschien
een soort boog door de lucht waarvan de uiteinden stevig in de aarde staan
de aarde
in welke weet ik even niet
misschien een illusie of wat dan ook
en ik
(een dode drenkeling in een zee van drank)