essay-deel-1893

In 1893 komt in het tsjechoslowaakse Vizovice, Alois Hába ter wereld; deze opmerkelijke componist/wetenschapper overlijdt te Praag in 1973.
In mei 1893 ziet Claude Debussy de wereld-première van Maurice Maeterlincks Pelléas et Mélisande en besluit de tekst als libretto voor een opera te gaan gebruiken. Maeterlick is vereerd met het voorstel en geeft toestemming. Zo gaat Debussy hard aan het werk maar voelt tijdens het schrijven al gauw de hete asem van een voorganger in zijn nek:
“… dat leek echt helemaal nergens op, misschien op het duet van ene Heer Hoedanook of de eerste de beste, maar bovenal verscheen daar, in een van de maten, via een omweg, de geest van Klingsor, alias Richard Wagner; ik heb dus alles maar verscheurd en ben weer van voor af aan gaan zoeken naar een nieuwe toverformule voor meer persoonlijkere frasen (…)” 24)
En bijna zestig jaar vóór de her-ontdekking van de stilte door Cage, schrijft Debussy in diezelfde brief:
“Tijdens het werk heb ik, overigens heel spontaan, mij van een, me dunkt, tamelijk zeldzaam middel bedient, namelijk de stilte als expressiemiddel en misschien wel als enige mogelijkheid om de gevoelslading van een frase volledig uit te kunnen drukken (…).” 24)
Tien jaar voor zijn dood voltooid Claude Vivier in 1973 het stuk Chants. Hij is dan net een jaar bezig met zijn studie in Keulen, bij Karlheinz Stockhausen. Het is in die tijd overigens niet ongebruikelijk om diezelfde Stockhausen als een nieuwe Richard Wagner, óf te verafgoden óf te vergruizen. Als men de vermeende Wagner re-incarnatie, jaren later zelf eens vraagt wat hij met zijn voorganger heeft, antwoordt Stockhausen:
“Sehr wenig. Ich bin zweimal in meinem Leben in einer Wagner-Oper gewesen und beide Male nach kurzer Zeit wirklich angwidert rausgelaufen. (…) Das einzige was ich gerne gehört habe, war eine Aufführung des Parsifal-Vorspiels (…) Auch habe ich das Tristan- Vorspiel … einmal im Radio gehört, und ich war zutiefst ergriffen. Das sind die positive Erlebnisse. (…) Und die ganze von Journalisten beschriebene Parallelität zwisschen Wagners Werk und meinem Werk berührt mich nicht. Ich weiss gar nicht, was die Leute wollen oder meinen.” 25)
Desalniettemin -of hoe het ook zij- is de studie-tijd bij Stockhausen van groot belang op Vivier’s verdere ontwikkeling vanaf Chants. En in juist dat stuk zijn, met name in melodisch opzicht, de invloeden van Stockhausen’s Mantra traceerbaar. In die periode diende Mantra namelijk als voorbeeld-model tijdens de lessen die ook Vivier volgde. Overeenkomsten tussen Mantra en Chants liggen in de constructie van de stukken op basis van een enkel melodisch idee. In beide stukken wordt dat melodisch idee door tal van technieken, zoals de formele expansie van bepaalde intervallen, gemodificeerd. Een groot verschil tussen meester en student is de coherente melodische herkenbaarheid van Vivier ten opzichte van de veel complexere technische materiaal-behandeling van Stockhausen. 20) In een interview zegt Vivier over zijn vroegere leermeester:
“Stockhausen heeft me verschillende zaken bijgebracht, met name hoe ik de tijd kan manipuleren, dat ik dingen die al gezegd zijn niet moet herhalen maar moet duiden, hoe ik mijn leven moet inrichten, mijn concerten moet organiseren (…) En hij heeft mij bovenal geleerd het grondbeeld te ontdekken dat het creatieve proces op gang brengt…” 26)

You are welcome, to leave something too / Fühlen Sie sich eingeladen, ebenfalls etwas zu hinterlassen / Voelt u zich vrij ook iets achter te laten