Pas na de dekolonisatie van Palestina in 1948, is het zover en roept Ben Goerion de staat Israël uit. In datzelfde jaar treedt Rothko’s laatste werkfase in. De beroemde en enorme doeken met de ‘levende’ kleurvlaktes ontstaan:
“Ik besef dat historisch gezien grote schilderijen worden gemaakt voor iets heel grandioos en pompeus. Mijn reden echter -die ook opgaat voor andere schilders die ik ken- is dat ik juist heel menselijk en intiem wil zijn” 51)
Een halve meter zou volgens Rothko de ideale afstand zijn om het werk te kunnen ervaren.
Vanaf dat moment zal de maker zijn werk nog maar amper verklaren en wordt een doek alleen van een datum voorzien:
“Stilte is zo precies” 51)
Het zijn kunstwerken die het ego van de maker ontstijgen, en op die manier een eigen leven lijden en voorbij de grenzen van het stoffelijke trachten te komen:
“Mijn kunst is niet abstract, zij leeft en ademt” en “Ik houd me alleen bezig met de uitdrukking van basale menselijke emoties”
“Een schilderij gaat niet over een ervaring maar is een ervaring” 51)
De retoriek van de Rothko-citaten is er een waarvan ook anderen, zoals de tijdgenoten Varèse en Scelsi, zich bedienen wanneer het om hun werk gaat. Scelsi bevind zich vanaf 1948 in een crisis waar hij zich uiteindelijk als een Münchhausen uit weet te trekken door het dagelijks, uren lang achter de piano, steeds de zelfde toon te herhalen, zich daaraan over te geven teneinde in het wezenlijke van de klank op te kunnen gaan. Versmelting, symbiose met het materiaal.
Paul Celan debuteert in Wenen met de bundel Der Sand aus den Urnen waarin Celan met het gelijknamige gedicht, als een chirurg, de wisselwerking tussen waarneming en waarheid onderzoekt en ontleed. 81) Celan tast in dat gedicht de zintuiglijkheid af, met begrippen en woorden als: groen, blauw, rood, de klank van het slaan op een trommel en de bitter smaak. Ook het organische wordt beschreven en afgetast: schimmel, onthoofd, schaamhaar, tenen, wenkbrauw, lippen en hart. De actie, beweging en dynamiek verschijnen in: het waaien, het slaan, tekenen, het vullen, en het zich voeden. Tot en met metafysische beelden: het huis van het vergeten, de waaiende deur, het hart voeden. In een nauwkeurig proces, toont Celan de corruptie en de waarheid van taal aan de hand van de symbiose die hij tussen tegenstellingen laat ontstaan: schimmel (samenvattend beeld van het levende en de vergankelijkheid), onthoofde speelman (dood en spel, naïviteit en schuld), trommels uit schaamhaar en mos (wat hard of luid zou moeten zijn is week, zacht en vergankelijk), het langer tekenen van de wenkbrauwen (de transformatie of de leugen die optreed tijdens het afbeelden
van een waarheid), de parallel tussen het vullen van de urnen en het voeden van het hart (vullen en voeden, urn en hart). Hiermee kruipt de beschrijving als het ware in de kern, het wezenlijke van hetgeen de dichter in de vorm van het gedicht wil tonen. En met de lengte van bovenstaande pogig het gedicht te openen, te duiden, in vergelijking met de lengte van het eigenlijke gedicht, wordt duidelijk hoe compact en gecomprimeerd en tegelijkertijd duizelingwekkend veelzeggend ‘iets’ door Celan wordt ver-dicht.
In 1948 voltooid Olivier Messiaen zijn Turangalîla-Symphonie. De titel is een meerduidig woord uit het Sanskriet dat Messiaen verklarend vertaald met liefdes-lied, ode aan de vreugde, de tijd, bewegingen, ritme, leven en dood. En zoals met zijn opera uit 1983, zo toont Messiaen met deze symfonie ook het volledige spectrum van zijn compositorische kunde van dat moment. 82) Messiaen beschrijft de overkoepelende thematiek van de Symfonie met woorden over de fatale, onweerstaanbare liefde die alles verheft tot een meta-fysische aangelegenheid, zoals het bij Tristan en Isolde gebeurt. De liefde die twee mensen laat groeien tot ver boven hun ego. Het werk vormt een deel van de Tristan-triptiek, de thematiek van dood en liefde, waarvan ook de liederencyclus Harawi deel uit maakt.
Van zijn beschrijvingen over de muziek tot en met het taalgebruik waarmee de buitenmuzikale-thematiek wordt beschreven, vertoont Messiaen’s visie, met name op dit stuk, een grote verwantschap met de wijze waarin Vivier over zijn muziek spreekt. Claude Vivier wordt dat jaar op 14 april te Quebéc geboren. Al snel wordt hij ter adoptie afgestaan wat naar eigen zeggen een bepalende invloed op hem zal hebben, tot diep in zijn muzikale idioom.
“…toen ik op mijn zesde wist dat ik geen vader of moeder had, ontstond voor mij door die wetenschap een prachtige droomwereld; ik gaf naar believen vorm aan mijn eigen herkomst, sprak zogenaamd vreemde talen.” 83) Dertig jaar en twintig dagen eerder sterft, na een lang ziektebed, in Parijs Claude Debussy, op 25 maart 1918. Naar aanleiding daarvan schrijft
Stravinsky een ‘choral’ aan welke hij door de jaren heen zal blijven doorwerken om in 1920 tot het resultaat Symphonies d’instruments à vent te komen.
Dat werk zal Stravinsky aan Claude Debussy opgedragen. Net als Wagner laat ook Debussy een zeer belangrijke muzikale erfenis na waarvan de ‘transpiratie’ tot diep in volgende componisten-generaties zal blijven ‘doorademen’.
Op 11 november 1918 eindigt de wereldoorlog en wordt de vrede van Brest-Litovsk getekend. Er volgen andere vredes-verdragen waaronder het beroemde van Versaille dat buitengewoon nadelig voor Duitsland uit pakt. Het land wordt als één van de hoof-schuldigen en verliezers van de grote oorlog aangewezen en dient niet alleen grote lappen grond af te staan, maar moet tevens een enorme schuld bij wijze van boete gaan betalen. Keizer Wilhelm II voelt allerlei buien reeds hangen en vlucht ondertussen maar snel naar Door in Nederland. Daarmee laat hij een Duitsland achter in een grote politieke en staatkundige onstabiliteit. De Amerikaanse president Wooddrow Wilson ziet de onstabiliteit niet alleen aan de andere kan van de oceaan naar als een wereldwijd gevaar en ontwerpt het plan van de Volkenbond. Een broederlijke alliantie van zoveel mogelijk landen die voor mondiale veiligheid dient te zorgen en zo de wereldvrede bewaakt. Het idee wordt door Europa opgevat en uitgevoerd. De grote afwezigen in die Volkenbond zijn vreemd genoeg Amerika zelf en ook Duitsland. 84)
Als antwoord op Wilson’s Volkenbond en naar aanleiding van de chaos in Duitsland schrijft Rudolf Steiner datzelfde jaar nog het boekwerk Aufruf an das deutsche Volk und an die Kulturwelt waarin hij een nieuw ontwerp voor het sociale organisme presenteert. Deze ‘sociale drie-geleding’ beschrijft het principe van de strikte scheiding tussen staat (gerechtelijke -en wetgevende macht), economie (alle vormen van handel, transactie, bellegen etc.) en cultuur (kunst, religie en wetenschap). De individuele belangen van deze drie-heid dienen helder van elkaar te worden onderscheiden en mogen zich onderling niet verstrengelen. De genoemde drie-heid zal idealen van de Franse revolutie als volgt moeten dienen en moeten waarborgen:
gerechtelijke -en wetgevende macht volgens het principe van de gelijkheid, de vormen van handel, transactie en beleggingen volgens dat van de broederlijkheid of solidariteit en de cultuur tenslotte volgens het principe van de vrijheid. Het boekwerk wordt ondertekent door een tal van vooraanstaande, publieke figuren uit die tijd waaronder Herman Hesse. Ondertekend en wel wordt de Aufruf an das deutsche Volk und an die
Kulturwelt vervolgens gepubliceerd en verspreidt. 85)
Vele jaren later zal Joseph Beuys hetzelfde boekje lezen dat hem onder meer zal inspireren tot de kunstwerken die hijzelf met de term ‘Soziale Plastik’ aanduidt. 86)
Aan de andere kant van de oceaan schrijft in 1918 Edgar Varèse aan Amériques, en slaat daarbij een totaal nieuw, en ontgonnen pad in:
“Ik zie de titel ‘Amérique’ niet enkel als geografische aanduiding, maar meer als symbool voor ontdekkingen- nieuwe werelden op aarde, in de hemel of in de menselijke geest … deze compositie is de uitdrukking van een geestestoestand, een puur stuk muziek … al met al is het thema een meditatie, het is de indruk van een vreemdeling die zichzelf vragen stelt over de buitengewone mogelijkheden van onze oude cultuur” 87)
essay-deel-1918
You are welcome, to leave something too / Fühlen Sie sich eingeladen, ebenfalls etwas zu hinterlassen / Voelt u zich vrij ook iets achter te laten