essay-deel-1883/1983

Op 11 februari 1883 maakt Richard Wagner, in het Pallazzo Vendramin te Venetië, het begin aan de tekst Über das Weibliche im Menschen.

In dit opstel beschrijft Wagner de seksuele gespletenheid van de mens als eenzijdige verschijningsvorm van mannelijk dan wel vrouwelijk wezen. 2)
Vierentwintig jaar eerder voltooide Wagner zijn opera Tristan und Isolde. In dit werk komt de thematiek uit Über das Weibliche… in een variant ten tonele: de mens die naar ‘hogere’ eenwording met zijn seksuele tegenpool streeft. In de opera zijn het de protagonisten die uit dit streven handelen en de strijd aangaan met hun uiterlijk ‘gespleten’ bestaan. Aan het eind van het muzikale drama toont Wagner dat het, voorbij de grenzen van de materiële existentie, voor het mannelijke en het vrouwelijke, in de gedaanten van Tristan en Isolde, mogelijk is samen te komen. Hier gebruikt Wagner het beeld van de dood als poort naar een andere realiteit, voorbij het fysieke -egoïstische bestaan, waarin de mogelijkheid ligt van de ultieme, tijdeloze hereniging tussen het mannelijke met het vrouwelijke.

“Von der Welt hatte ich mich, schmerzlich, immer bestimmter losgelöst. Schmerzlich war selbst mein Kunstschaffen; denn es war Sehnsucht …für jene Verneinung, jene Abwehr – das Bejahende, Eigene, Sich -mir-Vermählende zu finden” 3)

schrijft Wagner in 1858 in een brief aan Mathilde Wesendonk terwijl hij midden in het werkproces van Tristan und Isolde leeft. Met deze opera heeft Richard Wagner de onmogelijkheid van zijn privé-ontmoetingen met het vrouwelijke, met de ander -juist in de persoon van Mathilde Wesendonk en haar poëtisch werk- doorgewerkt tot een bewustzijn van waaruit hij toont dat de ultieme verbinding tussen man en vrouw een meta-fysische aangelegenheid is of kan zijn. De uiteenzetting met en het streven naar ‘das ewig Weibliche’, blijft in zekere zin een biografisch-leitmotiv in Wagners leven. Het is de tekst Über das Weibliche im Menschen waaraan Wagner in de ochtend van 13 februari 1883 schrijft, enkele uren voordat zijn hart stopt.
Nietsvermoedend van Wagners dood werkt op dat moment diens oude vriend Friedrich Nietzsche in Rapallo, de westkust van Italië, aan Also sprach Zarathustra waarin de gelijknamige hoofdpersoon de philosophie van de nieuwe mens preekt en zelf-confronterende vragen stelt:
“Bist du der Siegreiche, der Selbstbezwinger, der Gebieter der Sinne, der Herr deiner Tugende? … Oder redet aus deinem Wunsche das Tier und die Notdurft? … Oder Unfriede mit dir?”
Gedreven door de energie, na het verdriet om zijn onbeantwoorde liefde voor Lou Salomé, voltooide Nietzsche het eerste deel van zijn Zarathustra-werk, in het vroege voorjaar van 1883, binnen twee weken. In December van datzelfde jaar komen Anton Webern te Wenen, en Edgar Varèse in Parijs op aarde. Een eeuw later ontvangt Thèrese Desjardins een brief van haar goede vriend Claude Vivier die op dat moment in Parijs leeft en
werkt:
“…de crisis is voorbij…ik zet mijn werk voort met een prachtige sereniteit…ik componeer langzamer…ik heb de eerste zes minuten af van Glaubst du an die Unsterblichkeit der Seele? “J’avais froid c’était l’hiver / enfin je croyais avoir froid / j’étais peut-être froid / ce n’était pas tant d’être mort / dont j’avais peur / que de mourir / tout à coup j’ai eu froid / trés froid…” …

dat is een mooie tekst voor het stuk waaraan ik nu werk” 4)

Twee maanden na deze brief, in de nacht van 7 op 8 maart 1983, ontmoet Claude Vivier een jonge man die hij uitnodigt mee naar huis te komen. 3)

Die nacht nog wordt Claude Vivier door zijn gast vermoord. De onbekende vlucht met wat geld maar wordt later gepakt en veroordeeld. Glaubst du an die Unsterblichkeit der Seele? blijft die nacht onvoltooid op Viviers buro liggen. Tussen de brief en de moord kon Vivier nog twee minuten aan het stuk toevoegen. In deze laatste minuten stolt de melodische stroom in een klank van twee akkoorden. Deze akkoorden komen voort uit en zijn kleuringen van een gezongen melodische lijn. Tot slot beschrijft de spreekstem, hoe een onweerstaanbare jongen een dolk in het hart van de ik-persoon Claude steekt.5) In dit werk co-existeren de liefde, de dood en het idee van een stilstaande muziek bijna als één en hetzelfde fenomeen Deze synthese, die sterk aan de inhoud van Wagners werk refereert, wordt aan het begin van Viviers laatste werk door twee zangstemmen uitgedrukt:
“vous savez que j’ai toujours voulu mourir d’amour mais-” / “mais quoi” / “comme c’est étrange cette musique quine bouge pas” / “chut” …

In datzelfde jaar en in dezelfde stad wordt de première van Olivier Messiaen zijn magnum opus Saint François d’Assise gevierd. Een opera van Wagneriaanse omvang, waar een groot deel van Messiaen zijn muzikale verworvenheden, technieken en thema’s in tot uiting komen. De liefde, die in dit werk sterk tot uiting komt, is reeds totaal losgeweekt van een materiële samenhang als ook van het individuele belang en is dien-ten-gevolge gericht op de ander, de natuur en op het hogere. Daarmee is de liefde, voordat de opera begonnen is en zonder dat daar een in het werk getoonde ontwikkelingsweg aan ten grondslag ligt, al en meta-fysische zaak bij voorbaat. De ontwikkeling die in ‘tableaus’ getoond wordt is de lijdensweg van de liefde voor het leed van de ander die naar de ultieme meta-fysische toestand van de dood leidt. De hereniging met een wereld buiten de tijd en voorbij de ruimte. Ook in 1983 en wederom in Parijs begint Michel Foucault (1926-1984) met le souci de soi, het laatste deel uit zijn trilogie Histoire de la sexualité.

Het wordt een omvangrijk en ethisch werk waarin Foucault zowel de antieke levenskunst met de stoïcijnse leer in de actualiteit haalt, alsook Nietzsche opvolgt in het tonen hoe de mens vrij is om gezag over zichzelf uit te oefenen teneinde zichzelf als kunstwerk te kunnen vormen. Het zijn onder meer de zelf-confronterende, de zelf-analytische en zelf-kritische kern uit het werk van Nietzsche en de strenge zelf-discipline uit de Griekse school van de Stoa die Foucault’s laatste filosofische-levens-fase tekenen. 6)

You are welcome, to leave something too / Fühlen Sie sich eingeladen, ebenfalls etwas zu hinterlassen / Voelt u zich vrij ook iets achter te laten