haar nee-woord heeft mij
in weeën op aarde geworpen
geen grond geen wereld
op aarde geworpen
mijn huid met haren
en ogen en oren
en voelende vingers
naar binnengerold
en de witte botten met vlees
en de vluchtige geest
in zoekende stukken
gescheurd en gebroken
met weeën de ruimte in
gesmeten
geen zee geen hemel
met weeën
de ruimte in gesmeten
alsof het een daad was
heeft ze me koud gemaakt
gieren komen en blijven
en azen en pikken zich vast
in het zwakke vlees
met ondraagelijk gezang
over welkome plaatsen
waar warme monden
bevallige borsten betasten
namen van vrouwen
op levende lijsten
verschijnen
in het groene licht van mijn hand
ik hoop en ik jank
en ik zoek en ik graaf
en mijn nagels willen
mijn naam
in een steen
doen
het moet me koud laten
het laat me koud
en ik blijf in brokken
in stukken kapot
hier liggen
op aarde
geboren