Saake en Koobe liepen over de straatweg, op weg naar de bakker, om zoete broodjes voor bij de ochtendkoffie te kopen. Daar verscheen hen plots de duivel.
“Ha haa”, zei de duivel met boozen stem.
“Wat moeten jullie twee, zo vroeg ’s ochtends op deze straten?”
“We zijn op weg, naar de bakker, om zoete broodjes voor bij de koffie te kopen”
De duivel had het echter slecht voor met de twee en verleidde hen ertoe sterke drank en kauw-tabak van het geld te kopen.
Eenmaal thuis, kregen Saake en Koobe met vaders harde hand van doen.
Vader was niet gedient van zulk een rot-smoes.