ordinair, als aan de bar verteld, iets van ranzigheid
Afrika. Ik was de laatste paar dagen alleen.
In de savanne, aan de oevers van het boekoria meer…
Ik weet niet meer welk land. Het zijn er veel daar. Landen met rare namen. Die onthoud ik nooit.
Het Boekoria Meer, dat weet ik nog.
…nou, ja; meer…
Wat je zag was een modderpoel. Een hele grote.
Het regenseizoen was alweer een tijd geleden, vandaar die modder.
Nog al dom eigenlijk, om zo een moddervlakte een meer te noemen.
IJselmeer. Dat is meer!
Dit niet hoor. Nee.
Een paar weken geleden, was er meer water, maar ook toen niet echt een meer.
Of zo.
Ze hebben daar sowieso heel weinig water.
Een grote groep flamingo’s stond op lange poten in de grote modderpoel.
De flamingo’s kwaakten, net zo als de ganzen hier.
Best vervelend.
Ik was daar niet alleen aan de oevers.
Een familie bavianen zat naast me.
pauze
Bavianen? Ja?
duidelijk
Apen.
Met een rode kont.
Ook zij zagen de flamingo’s.
de verteller veranderd, het ranzige verdwijnt een beetje
Plots maakte de sterkste baviaan zich los van de familie. Als een duister en behaard mensachtig wezen sprong hij het water in. Hoekig maar zeer krachtig leek zijn motoriek. Hij sprong, strak in de richting van de groep flamingo’s. De flamingo’s hadden in eerste instantie niet door wat er gebeurde… ik eerlijk gezegd ook niet. Pas toen de woeste aap midden in de vogelschaar een van de roze sierlijke vogels zeer grof bij de slanke hals greep, pas toen snapte ik het en de grote schare flamingo’s met mij.
alle ranzigheid is weg, er is compassie, meelij en snelheid
Geschrokken sloegen de vogels, luid kwakend en zéér chaotisch, op de vlucht en kozen het luchtruim. Ik hield mijn adem in.
Met enkele grote krachtige sprongen kwam de baviaan op het land terwijl hij de panisch met zijn vleugels klapperende flamingo in zijn leren vuist hield.
Het beest.
De baviaan nam geen moeite de vogel netjes om het leven te brengen maar zette direct zijn vlijmscherpe tanden in de flamingo.
De roze veren, zo scheen de baviaan het te leren, waren niet voedzaam dus ging de baviaan over op het plukken van de flamingo terwijl het arme, nog levende beest trachtte te vluchten.
De vogel gilde het uit van pijn. Dat gillen! Wat een vreeslijk geluid.
De flamingo kraaide almaar door terwijl ze langzaam in een homp bloedend vlees veranderde. De baviaan had met zijn scherpe tanden al enkele happen uit de romp van de roze vogel gescheurd, toen hij ineens een poot uit de flamingo trok. Uiteindelijk hield het spartelen van de flamingo op, haar lijf verslapte, de vogel liet het leven terwijl de gehele bèk van de belager met bloed en roze dons was besmeurd.
de netheid blijft, het spreken wordt rustig, onaangenaam kalm
De overgebleven stukken flamingo werden verorberd door een rustige varaan die ondertussen was aangekomen.
Hij smikkelde netjes de kleine restjes vlees van de grond terwijl de baviaan ongestoord de vogel afkloof.
verandering, ranzigheid van tevoor
Ja.
Ik heb foto’s genomen.
Achteraf pas.
Het spectaculaire gedeelde heb ik niet gefotografeerd.
Dat ben ik vergeten.
Ik kan de foto’s wel even laten zien.
Straks.
Het zijn er maar een paar.
Drie of zo.
Ze zijn een beetje onscherp.
Ik heb ook nog andere foto’s in Afrika gemaakt.
Twee rolletjes volgeschoten.
En dat zijn er veel als je bedenkt dat we helemaal geen foto’s mochten maken.
Ik ben er ook nog ziek geweest.
Van het eten daar.
Maar dat heb ik je al verteld.
In Afrika
Saturday, March 5th, 2005zilt
Tuesday, February 1st, 2005aanwijzing:
Tijdens een witregel, of in de overgang naar de volgende regel, vindt er een pauze plaats. Hoe groter de witregel hoe langer de pauze. Er kan op allerlei verschillende manieren met de tijd omgegaan worden.
ik zal straks het licht uit doen en mij dan
op bed neerleggen
straks
…kut
ik kom dus net thuis
doe het licht in mijn kamer eerst even aan en
zie dat alles zo is als ik het heb achtergelaten
mijn blik rust zich uit
ik ben moe
nu
pas een tijdje later besef ik me dat mijn blik
op die amethist
daar in de boekenkast rust
en ik vraag mij af waarom ik naar die kleine steen daar kijk
dan antwoord ik mijzelf in gedachten
dat ik het niet weet
waarop ik mijzelf vraag of ik dan misschien de steen
even vast zou willen houden
aanraken
vasthouden misschien
en ik wacht weer op antwoord maar voel dat ik al naar de boekenkast neig om de amethist op te pakken
mijn handen omsluiten
de steen
teder
alsof het een klein dier is
heel zachtjes
en ik voel
ik voel het nu
met mijn handen dat
dat de steen een beetje nat is
en warm zelfs
vreemd toch
ik proef eraan
voorzichtig
het smaakt zilt of
of zout
ik kus
ik kus
ik
kut
ik heb stof in mijn mond gekregen
mijn hele mond vol stof
later
later was ik m’n mond
en ga maar even op bed liggen
ik laat mijn kleren aan
ik weet nu even niet waarom
maar laat mijn kleren aan
misschien voor de zekerheid
je weet maar nooit
het is ook warmer zo
beter zo
en ik doe het licht vast even uit
alle lichten in de zaal gaan voor langere tijd uit
ademhaling
lengte
tijd
adem
-
dan gaan de lichten in de zaal weer aan
ik doe het licht maar beter weer aan
lijkt geschrokken
zit recht op
zweet zelfs misschien
ik adem te snel
onderzoekt zichzelf
de kleren
er klopt hier volgens mij iets niet helemaal
onderzoekt het beddengoed
de vloer naast het bed
om mij heen is het niet helemaal
dan de rest van de kamer
angstig vanuit het bed
het is hier niet
zoekt nog een beetje om zich heen
er is hier iets niet goed
lange pauze
wil weer gaan liggen
schiet weer snel rechtop
d’r dwaalt iets hier rond
echt waar
en ik kan niet zo goed zien wat het is
maar ik voel het
ik kan het gewoon voelen
heel duidelijk
het mag niet dichterbij
niet dichter dan dit niet
en het heeft geen
ze staart
het heeft geen gezicht
het lijkt wel alsof ik het op mijn huid hier kan voelen
het laat zich voelen
het is er
hier is het
nu
alle lichten uit
gaat heel snel verder
ik verstar
ik verstar alles in mij stolt de fijnste trillingen de kleinste ademteug alles stopt en ik kan mezelf enkel nog maar waarnemen alsof ik het niet ben een donkere onduidbare schaduw of vlek of een gestalte of een beesd buigt zich langzaam gruwelijk beheerst maar langzaam buigt zich over mij heen en het is een grote gestalte een hele grote gestalte of meer nog een ruimte een ruimte die zich om mij sluit en ikzelf hoor en voel helemaal niets meer jawel ik voel het wel maar het is als verdoofd alsof ik kort geprikt werd en nu verdoofd ben ik kan het deels voelen kan mezelf waarnemen op een hele vage manier waarnemen alsof ik uit hout of beton besta en er is een hard angstig lachen en het lijkt op schreeuwen op doodskreten maar ze lachen van heel ver weg heel ver weg maar in mij diep in mij of het is dichtbij kut ik weet het niet kut shit ik neem een diep schuldgevoel waar ik kan niet schelden sorry fuck kanker nee niet schelden ik moet schelden in mijn woorden bijten vlijmscherp zijn nu ik heb iets afschuwelijks gedaan ik wil het niet toegeven het gaat niet ik kan het niet en ik weet het niet meer maar het is afgrijselijk ik ben slecht een slecht mens hier ik heb het meest afschuwelijke gedaan wat mensen kunnen doen en het is voorbij en het kwaad is in de tijd gebeiteld uit beton ik ben een standbeeld geworden en ik voel het mijn lobgen staan sijf hard stil mijn hard is weg ik het is er niet ik heb geen hart meer ik voel niets ik kan het niet meer omdraaien alles ligt hier vast en dan
neemt
de gestalte
mij geheel in zich op
het zuigt mijn ziel op
mijn adem
en ik voel hoe ik losgekoppeld wordt
weg uit de tijd
het lijkt alsof alles
zand is of gruis
en koorts
ik voel hoe de ruimte om mij heen
van mij afvalt
uiteenvalt
langere stilte
rust
weet je
ik
ik kan alleen maar wachten
ik kan enkel en alleen maar wachten tot dat dit hier over is
ik kan niets anders doen dan wachten
levenloos
pauze
en ik blijf het tot mezelf zeggen
ik herhaal het gewoon
ik kan alleen maar wachten ik kan alleen maar wachten
tot het over is kan ik alleen maar wachten alleen maar wachten
tot het over is en dan mag ik slapen
dan mag ik weer naar huis
en ik kwam thuis
licht plots weer aan
zit recht
op de rand van het bed
staart
misschien uitgeput
drink af en toe een slok
water uit een glazen fles
ik keek in mijn kamer en zag dat alles er nog was
zoals ik het had achtergelaten
mijn blik rustte zich uit
sneller dan eerst
een tijd later werd ik mij ervan bewust dat mijn blik
op de amethist
in de boekenkast rustte
en ik vroeg mij
waarom ik naar deze steen
in mijn kamer keek
ik antwoordde mijzelf
in gedachten
dat ik het niet wist
toen vroeg ik mijzelf of ik dan misschien de steen
het kleine mineraal
vast zou willen houden
en ik wachtte kort op antwoord maar voor ik dat kreeg
boog ik mijzelf al naar de boekenkast om
de amethist op te pakken
mijn handen omsloten
de steen
vol tederheid alsof het een klein kind was
en ik voelde
ik voelde met mijn handen dat de steen een beetje nat was
en warm
en ik proefde eraan
het smaakte zout
zwart