op de dijk
onder de sterrenregen
kantel ik mijn hoofd
open mijn mond
waarin ik de wind
vrij zingen laat
[zonder titel]
Saturday, February 28th, 2009opdracht I [van MMJFS aan FJdB]
Friday, February 6th, 200906.02.2009 opdracht #1 van MS aan FdB
BENOEM IN EEN GEDICHT WAAROM JE NIET SLAPEN KUNT
—
(schets van gedachten en assiociaties; in 7 verschillende etappes)
—
het is de koelte van de nacht
die mij wakker maakt
die mij ontwaken doet
het is het duister
waarvan mijn ogen open gaan
het zijn het de sterren die
van mijn brein het peillood maken
dat in de verte schiet
boven mij
het is het voelen dat de oneindigheid het nu af tast
in oneindigheden schiet
verdwalend en verwarrend
—
en het is Eva van de nacht
zij vraagt mij
zij zit
hoe zij op het veld in de nacht zit
het open veld
of ik sterk wil zijn
een vader een broeder of een boom
voor haar
het hooi en het oog waarin zijn slapen mag
met een hand aan de hengsel van een emmer vol met helder water
koud en klaar voor als het branden gaat
met een voet aan een lijn en belletjes
voor als haar droom-man
de vlees geworden schaduw
binnen stapt en verder gaat
met zijn vuisten
om de teugels van het paard dat haar merrie is
als zij gaat vluchten
dan blijf ik hier
—
de letters die ik draag
vaag in het duister van de volle nacht
zijn zwaar
en ook het licht van een volle maan
perst mijn ademhaling samen
de deining
polder-plat
—
mijn bed is als een vreemdeling
het heldere dat duister schept
het duistere dat helder maakt
en dwingt
het kraken van het ruggenmerg
mijn ketting die mij staande hield
bestaat uit schakels
hoe langer je leeft hoe bewuster je daarvan wordt
hoe onnatuurlijker hoe zwaarder hoe moeilijker
—
daar loeit
de uil
zijn pels
zijn vacht
zijn last en lul
vol luizen
—
het is de honger
die mij dwars zit
de lust
een volle blaas van al de meren die ik dronk
de gulzigheid die me dwalen laat
het water dat vanbinnen klotst
wanneer de stad in diepte slaapt
keer op keer
weer in mijn vacht
de kromme wolf
die onbeheersbaar door de straten dwaalt
en sluipt
en zoekt
en vraagt
—
geen herberg begraaft mij
o vorst
uw stad lijkt op een graven-plaats
uw duivels euvel
bergt mij niet
maar laat mij her en der
en ver
verspijd
door alle tijd
door U
o alle
tijd
—
[geen titel]
Saturday, April 28th, 2007over het asfalt
als de wagen valt
draait de wereld
verdwijnt
over de schouders
hard achter de rug
blik likken
over het asfalt
onder een brug door
die op een tunnel lijkt
rook-ode
Thursday, April 5th, 2007hardop reciteren
-
kommm
kommmmovermemond
drukmijnlongenzwartnaarbuiten
kommmvormgegevendoorhetvuurbrandt
ikhoujeaan
ikhoujeeraan
vuurvlamkommmmmetmmmij
wesstoppennnnmmoooinoooitwij
ennnalssss
dannnnn
innnnn
asss
Goldener Engel
Saturday, September 21st, 2002die Begegnung zwisschen Raum
und Zeit
ist eine Streit
der Ewigkeit
ik droomde
Tuesday, January 1st, 2002ik droomde een zandpad door de woestijn
en dorst droomde ik ook
ik droomde van een stal waar mensen echt gelukkig waren
kleine kabouters vlogen luidkeels lachend onder een regenboog droomde ik
en ik droomde van die clown die gister daar maar stond en niet bewoog
koele sneeuwklokken op lentebloesem droomde ik
en ik droomde te vechten met demonen in het duister van mijn hoofd
een grote grauwe engel kuste mijn hart wakker droomde ik
en ik droomde van tranen die brandhaarden blusten
[zonder titel]
Friday, March 2nd, 2001er zijn dingen
die verdacht veel
lijken
op dat wat eens eerder gebeurde
vloeibaar en vast
in dromen . . .
de maan - Curaçao
Saturday, August 5th, 2000de maan staart mij aan
zoals ik haar vragend gade sla
een lijn maanlicht
ligt over de vloer
lang en dun
en scherp
het raakt mijn bed
mijn hoofd
mijn kruin
en tijd verstrijkt
en nacht blijft nacht
alles is zo rustig hier
onmeetbaar en gewichtloos
hoe dicht ben ik bij de maan
hoe dicht
zijn sterren
en wijsheid
en het maanlicht
is in mijn hart gekomen
[zonder titel]
Monday, May 1st, 2000ik weet nu
hoe leeg iets kan zijn
wanneer het vol is geweest
(vol met ons)
alleen je lach
en je ogen
je liefde
lieve kussen
vullen
mijn hart
en gedachten
intussen
[zonder titel]
Sunday, April 23rd, 2000in duisternis
fiets ik
over het pad
op de lichteilanden van de lantarens
nadert steeds een zwarte gestalte
haalt mij in en lost weer op
bij ieder nieuw eiland
nadert de schim
en wint telkens weer de oversteek
het hol
Sunday, March 5th, 2000de lucht trilt
achtergrondstemmen
ronkende monden
overstemmen
rook uit de monden
lucht gist
de kut-pies-stront-taal
vuilbekkend rond druipende tafels
en brandende kaarsen worden onteert