twee vrouwen lachen plotseling even luid
om de verschrompelde rimpelige huid
van de appel in het plastic zakje
die door één van hen uit de zwarte canvas tas tevoorschijn wordt gehaald
de andere vrouw ordent haar haar terwijl de wind er mild mee speelt
de eerste staart ondertussen weer dromend over ‘t plein en likt resten slagroom van haar vorkje
een korst van de appelentaart wordt nauwgezet uitéén gepulkt en traagjes ontleedt terwijl af en toe een kruimel in haar mond achter paars beschilderde lippen verdwijnt
hun huid is nog strak
en nog steeds lachen de vrouwen luid
trekken theezakjes
ordenen hun handtassen en krullen zich barrevoets inéén
op de plastic-rieten-stoelen
elders
spreekt men
over letterenkunde
en
aan tafel 5 praten vier vrienden muzikanten over hun cd luidkeels
een autobus
rijdt langzaam voorbij met open deuren waaruit het dreunend geluid
van een lawaai-machien
stamt
de appelentaart is nu op
het luidkeels lachen eveneens
ouders met drie kinderen
waarvan de oudste hun éigen en de andere twee ge-adopteerd of uitbesteede oppaskinderen zijn
eten ijsjes zoet
ze eten en likken
ze schreeuwen
ze snoepen en genieten
oh zon
oh hoog heet wonder
aan dit firmament zo blauw
de twee oudste kinderen
waarvan de één de ander niet is
hebben hun ijsjes op
de ouders ook
de twee oudste kinderen mogen nu op het pleintje
krijgertje spelen
vader rookt ’n sigaartje
moeder steekt met zijn vuur haar peuk nu aan
de ouders inhaleren diep en
paffen breed
hun hoofden hullen ze in blauwe rook
voor een moment
en
het kleinste kind kan het aardbijen ijsje niet meer zo goed op
het bleek toch groter dan verwacht
het kleinste kind lijkt best alleen
moeder wil het kleintje helpen
neemt wat happen uit het ijs
er lekt wat rook uit haar mondhoeken
de damp zakt traag
uit de gaten van haar neus
zo het hoorntje in
langzaam lekt de nicotine uit mamma’s mond
langzaam het sompig sponzige wafeltjeshoorntje in
trekt naar binnen
diep naar binnen
als het gif
de gift van materie
mamma geeft het laatste restje ijs terug
aan het kleintje
dat kan ze zelf wel op
twee vrouwen lachen luid
als ik beter kijk
zie ik draken drinken