bewust maakten we allemaal de jaarwisseling mee
we waren naar de Waag gelopen
midden op het plein stond Marieken uit bronze
op een sokkel met een mandje om haar arm
op de sokkel stonden woorden over god en de duivel
het deed me denken aan Faust
het hopeloos roepen om iets
een tijdje stonden we bij het beeld te wachten
zodat we de kerktoren goed konden zien
vele eeuwen eerder was Marieken hier door Moenen de lucht in getilt
en weer neer gesmeten op straat
op een blauwe steen
zeggen ze
en ze had het
goddank
overleefd
daarna begon voor haar de lange inwijding van het leven
inmiddels wezen de wijzers van de kerktoren allebei precies
naar het gouden kruis
boven op de torentop
en het nieuwe jaar was begonnen
Marieken uit bronze
Wednesday, January 1st, 2003LIDWOORDEN EN ALLEGORIEËN ALOM: EEN KLEIN PAAS-Anthologietje
Sunday, March 31st, 2002De kraamkliniek van mijn gedachten is al weer een tijdje geleden ontruimt door de inspectie van een totalitair regime. Het totalitair regime van Ander.
De absolute heerschappij van de wil van Ego en Vriend.
De Klootzakken die álles herhalen wat al gezegd is waar zij niet bij waren.
De Hufters die alles denken te kunnen maken, weetje waarom?
Omdat de Hufters zich niet de moeite konden nemen om zich ín te leven,
in het leven van de ander (zonder hoofdletter met lidwoord). En als iemand uit de kring weg kwijnt van zulk een ongerief, als iemand uit de groep nimmer meer wederkeerde van zijn/haar sigaretten koop, dan is niemand schuldig en zijn allen opgelucht.
En als iemand een bierviltje achterlaat, laat laat op d’avond, een vilt met woorden van geluk en peinzen, wordt deez’ weggewerkt uit de herberg lijk al het vuil wat er was van d’avond.
En als ze vraagt of hij met z’n gezicht nu eens in haar ogen wil kijken, en als ze hem vraagt om nooit meer achter haar te de dansen, dan doet hij dat even en vergeet het weer. De drank heeft zijn gedachten in een greep van dwang en klem, hij vergeet en vergeet na een tijdje maar weer en keer en glijd door op de glibberige zijde van zijn ziel….
En zij verdrinkt tussen de rest van de feestgangers.
Zaterdagavond acht november negentien achtentwintig.
Het doet er niets meer toe wat gebeuren gaat, hij is zigeuner, niemand neemt hém in zijn/haar greep. Hij zoekt het elders en proeft de landen als wijn en verkoopt het zijne en blijft gelukkig zo in leven.
Het water klotst zachtjes tegen de kaai, het hoeft niet meer van hun twee als dat het ging. En als laatste liefdesdaad springen beide, zwemmen beide, ze zwemmen dat het leven ervan af hangt naar de voorgeborchten van de dood.
Het weten dat mensen nooit meer bij je zullen horen is een weten dat velen laten bedelven door een sediment van sentiment van valse hoop op vals geluk.
Je mensen, onze mensen of Vrienden zijn klootzakken die alles herhalen terwijl ze het maar een keer zeggen. Op jou komt het over dat het herhaalde woorden zijn omdat je onderhand al best wat vrienden kent/ mensen hebt.
Je mensen willen aansprak op delen die alleen jouw behoren, alleen van jouw alleen zijn. Maar Ander denkt het echt goed te bedoelen, ze willen je eren, duizend keren. Duizend maal, allemaal.
Momenten uit het leven wil ik geven,
het geluk bij de bonte lemmingenkermis in de stad
of toen het kereltje sprak in de Kruidvat:
mag ik alleen rondkijken, heel even?
Weetje waarom ze het jouw kwalijk namen toen je verdween? Neen? Het was de schuld van Ander maar die mocht het niet zien. Ze wilden niet zien, allemaal niet. Dat zou een ondragelijke pijn doen ontketenen in de zielen van je mensen.
De grootste spin op aarde is gelukkig een metafoor en leeft alleen op papier en elders behalve in de materie. Weet je wat jammer is?
De grootste spin op aarde is de schuld van het verderf van vandaag en nu.
We zitten in haar net terwijl er geen net is, we worden beheerst door een metafoor op papier, en dan wordt het gevaarlijk!
We weten het echter kunnen het nimmer veranderen daar we de oorzaak willen vernietigen en vergeten zijn hoe we de zaken veranderen. We zitten vast op de banen van een net, anders mogen we niet bewegen, want dat breekt de mens, dat breekt de kring, dat breekt de ring die ons in de ban houd. Zie het, alsjewil, als een victoriaans-servet-ring, jij bent de servet.
Correctie: Wij allen zijn Één servet.
Na gebruik, foetjie(!), bevlekt met de resten uit de mondhoeken van Bacchus, foetjie(!), in de ring terug…
Ik
Ik ben van plan om vanaf nu mijn kraamkliniek ondergronds weer op te bouwen
Koorddansen op de draden van het net dat Ander beheerst, de Ring randen glimmend poetsen, de servettenring die Ego smeedde
en dan
dan mag alles breken
als vertraagde beelden
als aaneengeregen momenten
mag alles in Één storten
met die schoonheid van geweld
maar er werd gebeld
en ik moest nog
opendoen
En wat ik nog het allervreemdste van vind is dat je vrienden tweeduizend jaar na je merkwaardige verdwijning je dood vieren terwijl ze zich bezatten met je bloed zich te goed doen aan je lichaam. Terwijl ze heus wel beter wisten en wisten dat je elders stond te praten.
Het graf is leeg en het geluid is omgekeerd en beweegt zich in duizend tongen naar alle richtingen. De Klanken zijn omgekeerd, graden gedraaid, van gedaante gewisseld en van toonaard verandert, gemoduleerd en getransponeerd in alle facetten van het Al.
En als je zwijgt luistert en kijkt, pas dan heb je gekeken gezwegen en geluisterd en pas dan kan het zich voltrekken.