onder een boom

Sunday, April 13th, 2003

(of het script voor een poppenspel op film)

Een man staat onder een boom.
Zijn hoofd is hoekig,
zijn lijf staat recht,
zijn haren zijn kort.

Op het moment zijn de gedachten van de man zo ver weg,
dat het hem voorkomt als had hij geen gedachten.

Onder een boom.

De man heeft een brief, in zijn rechterhand. Op de brief staat in hoekig gedrukte letters een korte text geschreven:

dit is een vervalsing

Onder een boom.

Aan de voet van de man ligt, gekreukt, een lege envelop.
Op zijn voorhoofd parelt zweet.
Zijn haren zijn kort.
Recht staat hij, houdt stevig de brief vast.
De man omklemt de brief zo krachtig met zijn hand dat zijn knokkels er wit van worden.
De aderen op zijn hand blauwzichtbaar.
De man is gespannen.

De man is fucked up!

Hij heeft met een vervalsing te maken.
Onder een boom.

Als de zon wat verder is schiet de man zijn rechterhand kort open.
De brief valt, met hoekige beweging, recht omlaag en landt naast de gekreukte envelop, aan de man zijn voet.

De man snuift.
Onder een boom.

Dan vertrekt de man en loopt op huis aan.
…en de maan laat zich reeds zien…

Als de man thuis komt, brandt de boomhuit van zijn zoons.
De man ziet het niet.
Hij ziet niet hoe zijn zoons
brand – weer spelen.
Zijn zoons doen het goed
en waarheidsgetrouw,
volgens de oude stijl:
met lange ladder en
volle emmers water.

Ze doen het volgens de oude stijl,
van voor de mammoetwet en
het studiehuis.

De hut.
De boomhut moet geblust,
kom aan,
volgens de oude stijl,
kom aan!

De man betreed het huis en trekt zijn lange zware jas uit.
Zijn schoenen ruilt hij voor pantoffels.
Rustig loopt de man in richting van de keuken.

Ver voor de deuropening van de keuken blijft hij staan.

Van een afstand ziet de man hoe zijn vrouw achter het aanrecht eten bereidt.
De vrouw staat voor het grote keukenraam,
haar silhouet steekt goed en welgevormd af tegen het straatlicht van buiten.

Buiten regent het.

De vrouw wast kort haar handen,
met water en zeep,
de man komt snel en recht op haar af,
hij is iets langer,
zij heeft dieprode lippen.

Ze kussen elkaar.

De man vraagt zijn vrouw of zij en de kinderen een leuke vrije dag hebben gehad.
Zij antwoord hem met een glimlach en een “Ja”.

De vrouw verteld rustig over de opendag bij de brandweer,
uitvoerig en gedetailleerd.
De man kijkt naar de mooie rode lippen van zijn vrouw.

Het is een goed verslag.

De man luistert aandachtig.

Als zij klaar met praten is wordt het stil.

Dan wil de vrouw van de man weten hoe zijn dag was.

De man zijn gelaat betrekt.
Het is alsof er een dichte wolk voor de keuken lamp getrokken is.

De vrouw wacht rustig af.

Na een poosje verteld de man dat hij vandaag met een vervalsing te maken had.
Zijn stem is zacht en fluistert haast hees;
kort, recht en hoekig.

De vrouw wil weten wat er toen gebeurde.
En de man verteld haar,
nauwelijks hoorbaar,
dat het over is.