Laag hingen de wolken boven zee.
De zon was al langer weg. Het was koud.
Ik stond op de stijle rotsen met heel diep onder mij die zee,
gruisloos en donker.
Ik rilde en omarmde mijzelf om het warmer te krijgen, geen resultaat.
Het zwarte water en de lage wolken nodigden mij uit.
Ik kon wel springen.
Er stond een kiene bloem aan mijn voeten, de enige, zij sprak tegen mij maar ik luisterde niet.
Spieren spanden zich, zuur in de keel, ik schoot los van de rotsen, en voelde geen grond meer onder mijn voeten.
Er ontplofte iets, heel diep, ver weg in mijn buik. Het voelde fijn.
Ik viel, het leek een eeuw te duren dat ik viel, een eeuw waarin niets, maar dan ook helemaal niets in gebeurde.
Uiteindelijk landde ik op een enorme vluegel.
Ik keek een engel aan.
”ik breng je wel naar huis”, zei de engel.
[zonder titel] (Nederlands)
You are welcome, to leave something too / Fühlen Sie sich eingeladen, ebenfalls etwas zu hinterlassen / Voelt u zich vrij ook iets achter te laten